Chef, heb jij vrienden?'
We staan in het midden van de onze kringloopwinkel waar we de rekken met decoratieartikelen herschikken en aanvullen.
'Ik bedoel echte vrienden, waar je op kunt rekenen.'
Ik moet hier toch eventjes over nadenken en ga in gedachten na wie mijn echte vrienden zijn, vrienden die me onvoorwaardelijk zouden steunen als ik plots in grote moeilijkheden zit. Die voor me in de bres zouden springen, ongeacht wat er gebeurd is.
Tot nu toe had ik het geluk dat ik nooit zo erg in de problemen zat dat ik op die manier beroep op iemand moest doen. Daarnaast moet ik bekennen dat ik niet goed in het onderhouden van een vriendschap ben. Zo ben ik onderweg veel mensen kwijtgeraakt. Als we elkaar, vaak jaren later, terugzien, zijn we vervreemd en herkennen we ons niet meer.
Behalve bij een paar enkelingen; ook wij zien elkaar soms lange periodes niet maar als het gebeurt is er langs weerszijden meteen die klik. Dan keert alles terug wat we samen hebben meegemaakt, als een warme gloed die door je lichaam trekt en vanaf de eerste woorden die worden gezegd zit je meteen weer op dezelfde golflengte.
'Ik denk drie, misschien vier', zeg ik. Het is best wel droevig gesteld, als je er eens bij stilstaat.
We zetten de bloempotten op kleur. Er zit verrassend veel donkergrijs en rood in ons assortiment.
'Heb jij echte vrienden?'
Hij schudt zijn hoofd, slaat de ogen neer, wrijft met een hand door zijn uitgedunde haardos, kijkt me ernstig aan, zwijgt. Hoelang is hij al in België? Vier of vijf jaar? Het is niet vanzelfsprekend om in zo'n korte tijd een nieuwe beste vriend te hebben. Zijn ogen gaan onrustig heen en weer.
Het valt me steeds weer op wat een mooi gezicht hij heeft, vol uiteenlopende emoties: er is zowel twijfel als vastberadenheid, er gaat iets zachtaardigs van uit maar er is tegelijk die onverzettelijkheid. En over dat alles heen ligt er een diepe melancholie. Hij heeft eerder al verteld over de verschrikkelijke oorlog, het was de hel. Meer hoeft hij niet te zeggen, je kunt de verscheurende keuzes die hij toen moest maken nog steeds van dat gezicht aflezen.
'Ja chef, goeie vrienden maar zij zijn allemaal in Syrië. En ik heb ook een beste vriend. Ik mag alles aan hem vragen. En hij ook aan mij. Hij is als een broer voor mij. Hij woont in Libanon.'
'Hier heb je ondertussen toch ook al vrienden?'
'Hier zijn veel mensen vriendelijk voor mij, maar dat is niet hetzelfde.' Hij glimlacht.
'Jij bent goede man chef, jij helpt veel voor mij. Ook andere mensen helpen. Maar leven hier is moeilijk. Vroeger was leven ook moeilijk, maar jij leert hoe het leven is, maakt vrienden, groeit samen op en dan blijf je, uiteindelijk, met enkele echte vrienden over. En het is niet moeilijk meer. Maar als jij vertrekt en alles achterlaat, moet je weer helemaal opnieuw beginnen. Want hier is alles anders. En nu ben ik ook veel ouder en heb ik een gezin. Mijn oudste zoon is achttien en helpt me zoveel hij kan. Mijn lichaam is niet meer jong en ik heb altijd pijn in mijn rug door het zware werk dat ik moest doen terwijl we op de vlucht waren.
Niet alle landen zijn zoals België chef. In veel landen kijkt niemand naar je om en krijg je niets. Er wordt gevochten om te mogen werken, ook al is het vuil en hard werk en verdien je bijna niets.
Ik mag vandaag niet klagen want ik ben hier samen met mijn vrouw en mijn kinderen. Maar ik ben soms zo alleen in mijn hoofd. Ik zou een vriend willen om mee te praten. Die een beetje denkt zoals ik. En aan wie ik raad kan vragen als ik het niet meer weet.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten