woensdag 8 mei 2024

STERFGEVAL

Het was de voorlaatste zaterdag van maart en de eerste actiedag van het jaar, we vierden het voorzichtige wenken van de lente tussen de regenbuien door en bevonden ons ondertussen alweer ergens halverwege de namiddag. De afgelopen weken hadden we alle zeilen bijgezet en extra gerief winkelklaar gemaakt dat we gisteravond na sluiting en vanmorgen vroeg in en op de rekken brachten.
Nu waren we moe maar gelukkig: alles verliep zoals het hoorde, de talrijk opgekomen klanten waren uitgelaten en enthousiast en er hing een vrolijke sfeer in de winkel. Yusuf zorgde dat de thermoskannen in de koffiehoek tijdig werden aangevuld, er melk en suiker op de tafels stonden en dat er ook voor wie geen koffie lustte een speculooskoekje beschikbaar was.
Kurt en Alex waren in het magazijn bezig met een oude kleerkast te monteren. Hamid en Dirk namen de goederen van de brengers in ontvangst en sorteerden alles per productgroep.
Een man van middelbare leeftijd plaatste dozen met spullen op de kar aan de poort. Hij was me hier eerder vandaag ook al enkele keren opgevallen terwijl hij materiaal afzette. Hij keek niet op en zei geen woord, wachtte niet op hulp maar laadde alles gehaast uit, stapte opnieuw in zijn wagen en vertrok.
'Mooi materiaal hoor', zei Dirk met gedempte stem terwijl hij zich naar me toe boog en zijdelings met zijn hoofd knikte in de richting van de kar met spullen. Het was inderdaad goed gerief en het leek allemaal nog zo fris en nieuw; deze keer vooral veel huisraad, enkele kaders met kunstfoto's, wat decoratie, een doos vol cd's, een bureaulamp, enkele dvdboxen met integrale reeksen van onder meer Mad Men en Breaking Bad, materiaal kortom, waarvan we wisten dat we er binnenkort weer veel mensen mee gelukkig zouden maken.
Toen ik zag hoe hij greep probeerde te krijgen op een grote doos in de koffer van z'n wagen, stak ik een handje toe. We namen elk een kant van de doos vast en brachten het ding naar de kar voor de poort.
'Boeken wegen', zei ik.
'Ik kan ze beter naar hier brengen dan weggooien', zei de man. 'Hoogstens één keer gelezen en allemaal in een goede staat.'
'Dat hebben we al gemerkt', bekende ik.
'Ze zijn afkomstig van een sterfgeval', zei de man. Hij staarde naar wat hij net had afgezet.
'Allemaal spullen van mijn broer, hij was net veertig geworden.'
Ik keek naar de verkrampte trek in zijn gezicht, de verbittering rond zijn mond, zag het verdriet in zijn ogen.
'Hij is uit het leven gestapt.'
Met zijn sleutel wees hij naar z'n wagen, het kofferdeksel kwam in beweging, zakte langzaam naar beneden en klikte in het slot.
'Het heeft drie maanden geduurd voor ik daarna weer in dat huis kon gaan.'
Hij nam nog enkele zakken met kleding van de achterbank.
''s Avonds ben ik kapot, zowel fysiek als mentaal. Het kan niet anders, het moet nu gebeuren maar meer dan een dag per week kan ik niet aan.' Hij overhandigde de zakken aan Hamid die ze naar binnen bracht.
'Dit was de laatste keer vandaag.' Terwijl ik naar woorden zocht, liep hij terug naar zijn wagen, stapte in en reed weg.
Het was met heel andere ogen dat we daarna naar de spullen keken terwijl we ze in stilte sorteerden.

Geen opmerkingen: