woensdag 8 mei 2024

BOTERKOEK

Het meisje voor me in de bakkerij was aan zet.
'En dan voor mij nog een boterkoek', zei ze vanonder die gebreide, dikke witte muts die perfect matchte met de knalroze jas.
'Ik vind de boterkoeken hier het lekkerst'; ze kirde van genot bij de mooie vooruitzichten die haar te wachten stonden terwijl ze de handelingen van de bakkerin geen moment uit het oog verloor. De koffiekoek ging bij de eerdere gekozen koeken in een zak.
'En dan ook nog een bruin broodje, zo eentje dat mijn mama altijd kiest. Je weet wel', ze keek snel even achterom, naar wie er nog allemaal in de winkel stond. Dat was een man die de toonbank met taarten heel geconcentreerd bestudeerde, en ik die naar haar brilmontuur staarde, het was zo'n Sophia Loren ding en enkele maten te groot waardoor het leek alsof ze de draak met zichzelf wou steken maar haar ernstige gezichtje verraadde dat er niets te lachen viel.
'Mama's andere brood is van dinsdag en dus bijna op.' De bakkerin knikte, nam een brood uit een houten rek en stopte het in de broodsnijmachine die ogenblikkelijk oorverdovend begon te ratelen, het klonk alsof iemand alle aanwezigen hier met een machinegeweer neermaaide en net toen je dacht dat het toestel uit elkaar ging knallen, trad de stilte opnieuw in waarna het gesneden broodje in een zacht ritselende zak verdween.
'Mama wil alleen maar brood van hier op vrijdag.'
'Zeven euro twintig', zei de bakkerin.
'Ik geef tien euro', het meisje haalde het geld uit haar portemonnee tevoorschijn.
'Het zijn twee briefjes van vijf', en ze legde de biljetten naast elkaar op de kassatoog.
'Dat is dan twee euro tachtig terug', zei de bakkerin en liet de muntstukken een voor een in de handpalm van het meisje vallen dat aandachtig toekeek en 'eerst goed wegstoppen' tegen zichzelf mompelde waarna ze de stukken in één keer in haar geldbuidel liet glijden, haar jas dichtritste, haar aankopen nam en met haar rode sneeuwlaarsjes naar de deur holde die al van ver uiteen week.
'Alles weet je van dat kind', zei de bakkerin glimlachend terwijl ze het nastaarde, 'heel intens maar met haar blinde moeder is ze gewend om alles wat ze denkt of doet te benoemen,' wendde zich tot mij en vroeg: 'en voor u?'

'Voor mij ook zo'n lekkere boterkoek', zei ik. 

Geen opmerkingen: