woensdag 8 mei 2024

ROESTIGE FIETS

De man die momenteel aan de beurt is, maakt een wat nerveuze, rusteloze indruk. Hij bestudeert de al niet meer zo jonge bakkerin die niet van plan is zich te haasten, volgt haar bij elke beweging, verliest haar geen ogenblik uit het oog.
De man bevindt zich misschien nog niet in de herfst, maar dan toch zeker aan het einde van de zomer van zijn leven: grijzende krullen omzomen zijn kale schedel waaronder een gegroefd voorhoofd en de vele rimpels accentueren een zorgelijk gezicht. Hij torst een indrukwekkende buik mee die bijna uit zijn hemd barst en wacht aan de kassa van het kleine bakkerijtje waar bouwondernemingen gespecialiseerd in winkelinrichtingen tot nu toe bot gevangen hebben: alles ademt hier authenticiteit en traditie, iets waar wij, de klanten, optimaal van moeten genieten want dit is de laatste der Mohicanen - op een dag is het voorbij, komt er een jongeling aan het roer die beslist dat de oerdegelijke, gezond verstand en vertrouwen uitstralende inrichting dringend vervangen dient te worden door een opgeblazen overbelicht nep interieur met valse wanden en een spanplafond.
De bakkerin stopt de koeken, die hij opsomt, één voor één in een papieren zak die ze in de palm van haar linkerhand laat rusten, terwijl ze nu en dan eventjes door de grote winkelruit naar buiten tuurt.
Soms kun je, bij het binnenkomen, hier evengoed een norse, gedrongen vrouw met een donkerpaarse brilmontuur aantreffen die zwijgend met hoekige, stuurse bewegingen je bestelling verzamelt - alsof er haar iets dwars zit. Het lijkt zelfs alsof ze bij de deur stond te wachten zoals ze ogenblikkelijk binnen stormt als de deurbel geactiveerd wordt, ze kijkt je niet aan, reageert nooit op een begroeting of het afscheid en opent uiteindelijk enkel haar mond om monotoon, met een zekere onverschilligheid, de cijfers van het verschuldigde bedrag uit te spreken.
Hoe anders is het met zij die nu voor ons staat! Ze glimlacht, vaag en geheimzinnig als de Mona Lisa, een beetje dromerig, heeft min of meer dezelfde brilmontuur op haar neus staan maar dan lichtbruin wat past bij de teint van haar gezicht.
In tegenstelling tot die andere bakkerin die stampvoetend door de winkel raast, lijkt deze eerder tussen de toonbank en de rekken te zweven terwijl ze droge grapjes maakt. Ze lijken als twee druppels water op elkaar dus zijn het misschien tweelingzussen maar met niet eens zoveel verbeelding zou het ook om een en dezelfde persoon kunnen gaan, als een plaatselijke, vrouwelijke variant op dr. Jeckyll & mr. Hyde.
Blijkbaar heeft de man die aan de kassa staat, zijn verhaal moeten onderbreken om een bestelling op te sommen die nogal traag werd uitgevoerd wat zijn ongeduld zou verklaren maar nu kan hij verder met wat hem overkomen is; hij spuwt de zinnen gehaast, met een hoge, hese stem, je moet goed luisteren om mee te zijn maar de toon waarmee hij spreekt zorgt er sowieso voor dat je gealarmeerd bent en automatisch de oren spitst.
'Wie heeft daar iets aan? Een roestige fiets van dertig jaar?'
Waarna hij vragend kijkt naar wie er verder in de winkel staat en hoewel ik enkel kan vermoeden en nog niet zeker weet waar het om draait, schud ik meewarig het hoofd.
'Eerst dacht ik nog dat het een grap was. De fiets stond in de garage van ons flatgebouw, dus liep ik nog eens naar de buurman, om te vragen of hij misschien iets wist. Die sprong als door een wesp gestoken overeind en moet je nu iets weten? Zijn fiets was ook weg! Maar dat was nog niet het ergste, de elektrische fietsen van het paar dat boven ons woont, bleken ook verdwenen: twee mooie, nog bijna nieuwe E-bikes die met een massieve ketting aan elkaar waren vastgemaakt!'
'Waar gaat het toch naartoe?', mompelt de man van middelbare leeftijd die achter hem staat, een mager postuur in een donkerblauw trainingspak met sandalen, de haren netjes opzij gekamd. Degene ook die hier zo indringend naar Sunlight zeep ruikt; daar kwam ik achter toen hij me voorbij liep om de taarten in de lange vitrine te bezien.
'Nog een notenbrood, gesneden', piept de hese man.
De bakkerin lijkt in gedachten verzonken, kijkt door het raam, draait zich om, neemt een ovalen brood uit het rek, loopt naar de broodsnijmachine en glimlacht plots geamuseerd.
'Er stopte hier eens een vrouw die haar fiets tegen de vensterbank plaatste, daar,' ze wijst door het grote winkelraam, 'waarna ze binnenkwam en haar bestelling deed. Terwijl de machine het brood sneed keek ik naar buiten en ik zag nog net hoe iemand met een oranje muts op en een blauwe jas op haar fiets sprong en ervandoor ging. We liepen samen naar buiten, maar er was niets meer aan te doen, we konden enkel zien hoe de dief met de fiets verdween in de verte. Die vrouw was in alle staten, haar handtas bleek in een van de fietstassen te zitten en bevatte onder andere de papieren voor het ziekenhuis waar ze de week nadien, op maandagmorgen, geopereerd zou worden. Ze was helemaal van haar melk en vertrok om aangifte te gaan doen bij de politie. Ik noteerde haar naam en telefoonnummer en vertelde alles aan Eric, mijn man, toen die even later thuiskwam. Hij vroeg hoe de dief eruitzag, waarna ik de blauwe anorak en die oranje muts beschreef en dat het een damesfiets betrof die twee fietszakken had. Mijn man stapte opnieuw in zijn wagen en reed enkele rondjes in verschillende richtingen, nam zelfs een kijkje voorbij de brug maar de vogel was natuurlijk allang gaan vliegen en hij besloot terug te keren toen hij plots een man met een oranje muts en een blauwe jas op een damesfiets met twee fietstassen zag rijden. Hij stak de fietser voorbij, wachtte hem iets verder op, stapte uit en vroeg toen streng wat hij op de fiets van zijn moeder deed. Ik weet niet of je Eric al eens gezien hebt?' Ze kijkt naar de man die zijn hoofd schudt, en dan naar ons, die hetzelfde doen.
'Nu,' mompelt ze terwijl ze de schouders ophaalt en daarna verder gaat, '"als dit de fiets van je moeder is, mag je hem terug hebben!", riep de dief die er al rijdend af sprong en de velden in vluchtte terwijl mijn man de fiets opving. En daar stond hij dan met dat kleine autootje en die fiets!'
Ze maakt de zak met koeken weer open, telt terwijl ze met een vinger naar de inhoud wijst en tikt een bedrag in op het oude kasregister. Ze checkt de toonbank, ziet het notenbrood in de zak en tikt opnieuw een bedrag in.
'Maar het is hem toen toch gelukt om met de fiets thuis te komen. Ik belde de vrouw die nog bij de politie zat en meteen kwam kijken. Gelukkig zaten haar handtas met alle documenten nog in de fietstassen. Ze was zo blij!'
'Jammer dat Eric niet in de buurt was toen onze fietsen gestolen werden', zegt de klant die afrekent, hij neemt zijn aankopen, knikt ten afscheid en verdwijnt. De man in trainingspak voor me wordt snel afgewerkt, alsof de woorden en de tijd van zonet voor twee klanten waren bedoeld. De bakkersvrouw staat met het brood dat ik gevraagd heb in haar handen bij de snijmachine en tuurt door het raam.
'Vroeger zette ik altijd bakken met geraniums op die vensterbank', zegt ze. 'Maar op een keer stopte er een wagen, ergens halverwege de namiddag, de chauffeur stapte uit, opende de koffer, laadde mijn bloembakken in, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, stapte opnieuw in en reed weg. Een buurvrouw had alles gezien, maar de diefstal was zo schaamteloos rustig en beheerst uitgevoerd dat ze dacht dat het iets afgesproken betrof waardoor ze natuurlijk niet op de nummerplaten had gelet. Sindsdien heb ik geen bloembakken meer gezet.'
Vreemd genoeg moet ze erom lachen, terwijl de oude broodsnijmachine luid ratelend en overdreven schuddend in werking treedt, alsof ze uit elkaar gaat vallen terwijl mijn brood tussen de messen verdwijnt.

Geen opmerkingen: