woensdag 8 mei 2024

KUNTA KINTE

'Het is verdomme net Kunta Kinte!' briest Pannecoucke, spuug vliegt in een grote boog voor ons uit.
Misschien omdat we bezig waren met het overlopen van onze favoriete televisiereeksen dat hij aan 'Roots, Wij Zwarten' moet denken, een historisch slavenepos dat nog niet zolang geleden wekenlang op de BRT te zien was en waar we nog steeds zwaar onder de indruk van zijn. Pannecoucke, nu al een reus die zelfs boven sommige leraars uittorent, heeft al zolang ik hem ken, last van acne en zet tijdens het praten verontrustend veel kracht zodat je instinctief de ogen sluit en je mond dicht houdt. Hij heeft een hekel aan Vlaamse series en is daarom net met wegdraaiende ogen in een honend gelach uitgebarsten, toen Braem voor de zoveelste keer zijn liefde verklaarde voor Slisse en Cesar en De Paradijsvogels. Alles aan Pannecoucke ademt een onbeheersbare, agressieve energie uit, een vuur dat elk moment in alle hevigheid kan ontbranden. Het is een kracht in hem die mij zowel bang maakt als aantrekt.
Braem is wel vaker het mikpunt van Pannecoucke's spot want in alles het tegengestelde: een kleine, magere lat met een piepstem en allesbehalve stoer. En zijn moeder knipt zijn haren, wat ook al geen goed aan zijn verschijning doet. Het lint waarmee we onze stofjas dicht maken, lijkt bij hem dan nog eens veel te hoog te zitten, onbegrijpelijk hoe hij dat voor elkaar krijgt. Ik heb er hem eens op gewezen, hoe belachelijk dat er uitziet, maar hij lachte en knipoogde naar me, alsof het deel uitmaakte van een plan.
Pannecoucke heeft een zwak voor Amerikaanse series zoals Kojak en Starsky & Hutch die Braem dan weer zwaar overdreven en ongeloofwaardig vindt. Maar vreemd genoeg is hij het wel eens met Kung Fu en Star Trek, de twee fictieve reeksen die ik aanbreng en die, let's face it, nog minder realistisch zijn, en ook Pannecoucke knikt, duidelijk onder de indruk en met iets van spijt in z'n blik dat hij zelf niet aan deze titels heeft gedacht. Over All Creatures, Great and Small doe ik er voor alle zekerheid het zwijgen toe. Eigenlijk proberen we onszelf wat af te leiden terwijl we wachten tot het signaal weerklinkt en er rangen gevormd moeten worden. Want het is weer zo'n grijze dag en veel verbetering zit er niet aan te komen. Maar zelfs als de zon schijnt maakt dat hier 's ochtends niets uit want ze verschuilt zich dan achter één van de schoolgebouwen zodat we op de speelplaats steevast in de schaduw staan waardoor het op zo'n dag nog donkerder lijkt tussen de industrieel opgetrokken lokalen waar we straks weer een ruimte van zullen innemen met onze klas.
Eerder was Luc Vermeulen plots bij ons komen staan.
'Heb je het al gehoord? Er zit een nieuwe leerling in onze school!'
'En dan?' snauwde Pannecoucke, Vermeulen is om de een of andere reden zijn beste vriend niet.
'Zijn vel is nog bruiner dan je schoenen', riep Vermeulen terwijl hij verderliep. Dat veranderde de zaak: tot dan toe hebben slechts weinigen van ons iemand met een donkere huidskleur in het echt gezien, ik in elk geval nog nooit. Het leek wel alsof we het nieuws allemaal gelijktijdig hadden vernomen: overal stonden er jongens op de toppen van hun tenen om in de verte een glimp op te vangen van de nieuwe student. Een persoon met een bruin in plaats van een wit vel: het is even spannend als exotisch en we weten niet goed wat we met deze informatie aan moeten, hier aan het begin van deze schooldag.
Straks in de klas zal meester Maeckelbergh al onze vragen beantwoorden, we hoeven ze zelfs niet te stellen: 'Ja, hij spreekt Nederlands. Nee, hij komt niet uit Afrika, hij is met zijn familie recent van Gent naar Diksmuide verhuisd. En ja, zijn bloed is net zo rood als dat van jullie.' De meester grijnst eventjes, misschien een grap voor in de leraarskamer straks.
'Luister, enkel zijn huidskleur is anders, voor de rest is hij een jongen net als jullie. Met dezelfde gevoelens en dromen, dezelfde hobby's en interesses. Iemand die naar hier komt om een vak te leren. Het is voor niemand gemakkelijk om naar een nieuwe school te gaan en zeker niet als je op de een of andere manier anders bent dan de rest maar ik reken erop dat iedereen hier zal meehelpen zodat hij zich hier welkom voelt. Zijn naam is Roger en je zult merken, als je hem leert kennen zal zijn huidskleur na een tijdje geen rol meer spelen en enkel nog een bijzaak zijn.'
Voor zover ik weet blijft Roger, in de tijd die mij nog in deze school rest, een exotische bezienswaardigheid maar hij wordt door niemand een strobreed in de weg gelegd. En die ene keer dat ik Roger's pad kruis, doet hij heel normaal tegen me, alsof hij het is die mij op mijn gemak moet stellen. Het is duidelijk dat hij al een en ander gewoon is. Maar één ding staat vast, daar op die deprimerende speelplaats: met zijn prachtig glanzende bruine huid fleurt hij er heel de omgeving op.

Geen opmerkingen: