donderdag 10 augustus 2017

DINOSAURUS

'Nee Rino, dat geloof ik niet...'
Ik heb zonet de bestemming van onze uitstap meegedeeld aan Bilal.
Ik had daarstraks – tijdens het werkoverleg – het programma van onze dagreis al eens overlopen. We zouden met ons ploegje van De Kringloopwinkel in Avelgem naar het museum voor natuurwetenschappen in Brussel gaan.
Wegens een moeilijke verbinding met de bus van zijn huis naar hier begint Bilal op zaterdag iets later. Daarom leg ik het nog eens apart aan hem uit. Dat we hier donderdag 13 juli 's morgens afspreken, naar het station in Kortrijk rijden en vandaar de trein naar Brussel nemen. Eindstation halte Luxemburg. Vandaar te voet naar het museum. We brengen er onder andere een bezoek aan de Galerij van de Dinosauriërs, het paradepaardje van het museum, onder begeleiding van een gids. Ik vertel hem over de reusachtige, miljoenen jaren oude skeletten van uitgestorven dieren die ze daar bewaren. Zie het ongeloof op zijn gezicht.
'Rino... Hoe kan dat zolang bewaard gebleven zijn? En die dinosaurussen... Zo groot! Dat kan toch niet? Dat geloof jij toch ook niet?'
'Het maakte deel uit van de leerstof op school en ik heb blindelings aangenomen dat het waar was. Het is nooit bij me opgekomen dat het misschien allemaal verzonnen is. Maar weet je wat? We gaan gewoon kijken. Het is goed dat je zo kritisch bent.'
'Oké Rino' zegt hij lachend.
Over enkele weken loopt zijn traject hier ten einde. Straks woont hij in Gent. Hij heeft zich daar ingeschreven aan de universiteit.
'Zes jaar ben ik verloren door de oorlog, Rino' zei hij me onlangs, toen we het over zijn toekomst hadden. 'In 2011 had ik me ingeschreven aan de universiteit van Damascus. Engelse literatuur. Toen brak de oorlog uit en moesten we vluchten. Dat was zes jaar geleden. Maar straks begin ik opnieuw.' Ik bewonder zijn weerbaarheid en doorzettingsvermogen. Want ook al vertelde hij in de pauze over de onmenselijke omstandigheden waarin zijn familie in Syrië - waar hij elke dag contact mee had - verkeerde, toch ging hij daarna aan het werk alsof er niets aan de hand was. Tijdens zijn traject is hij één dag ziek geweest.
Vorig jaar, tijdens de Ramadan, zat hij tijdens de pauze buiten aan tafel een sigaret te roken terwijl hij een glas water dronk.
'Ik heb nieuws gekregen Rino' zei hij. 'Mijn oom is op een mijn gestapt. Hij is dood. Bijna alle broers van mijn vader zijn dood Rino. Waarom?' En hij stak zijn armen naar boven en keek naar de lucht. 'Waarom!'
Daarna merkte ik dat hij het niet meer zo nauw nam met de van bovenaf opgelegde spelregels.
De afspraak voor het gearrangeerde huwelijk dat ze in zijn geboorteland voor hem in petto hadden, had hij onlangs verbroken.
'Zij wou niet en ik wou niet' zei hij daarover. 'Maar we gingen trouwen omdat onze ouders het wilden. Nog steeds, ook al ben ik nu hier. Maar ik heb er een einde aan gemaakt. En nu zijn ze allemaal boos.' Hij haalde zijn schouders op.

Ieder jaar mag elke vestiging een uitstap maken met zijn team. Niet dat de winkel dan gesloten is. Er komen enkele collega's uit andere winkels uit de regio die het werk voor een dagje overnemen.
Het is altijd een hele opgave om een goeie bestemming te vinden. Twee jaar geleden gingen we naar Brussel. Een bezoek aan het Vossenplein in de voormiddag, in de namiddag een wandeling door de stad. Om onze blik eens te verruimen. Ronddwalen in deze metropool, de mooiste stad die ons land rijk is en waar alle uitersten worden samengebracht. Zowel het onbeduidende als het monumentale.
Voor enkele van onze inlanders was het de eerste keer dat ze zich buiten de provincie begaven. Maar ook voor onze buitenlanders zou een bezoek aan de hoofdstad van ons land heel interessant kunnen zijn. Dachten we.
Al meteen na aankomst namen onze anderstalige collega's ons bij de hand. Ieder van hen had hier minstens enkele maanden verbleven en allen kenden ze de de stad als hun broekzak. Wezen naar het raam in de gevels van de oude huizen waarachter ze gewoond hadden. Op het Vossenplein schudden ze oude bekenden de hand.
Het jaar daarna was mijn oog op het thema van Kunstenfestival Watou gevallen, 'De kracht van mededogen - over identiteit, diversiteit en mededogen'. Over overbevolking, migratie en empathie.
Ik had de catalogus gekocht en vooraf gelezen. De werken waren heel zorgvuldig bijeen gezocht, het een al sterker dan het andere. Maar nooit vrijblijvend.
Voor de mensen die hier werken is kunst meestal – en dan vooral beeldende kunst – een ver van mijn bed show. Ze hebben wel andere katjes te geselen. Er waren dan ook veel verbaasde gezichten, de ochtend dat ik de bestemming van onze uitstap uitlegde. Wat de tentoonstelling betrof, hield ik het redelijk sec. Dat kunstenaars soms mooie, of leuke, of grappige dingen maken. Maar dat ze ons soms ook aan het denken kunnen zetten. Dat kunstenaars problemen durven aan de kaak stellen zonder taboes te schuwen, en soms zelfs mee helpen denken over een oplossing. Ik zag het donderen in Keulen.

Ze voorspelden een zonnige dag. Onze ploeg bestond uit vier mensen uit Avelgem, vijf anderstaligen, Nathalie – mijn assistente – en ik. Rond elf uur starten we de wandeling in het Festivalhuis waar 'Agony', de indrukwekkende uit scheermesjes opgetrokken rolstoelen van Tayeba Begum Lipi - een kunstenares uit Bangladesh - de aandacht trok. Dat ze met haar werk onder meer het geweld tegenover vrouwen in haar thuisland en bij uitbreiding over heel de wereld aanklaagde, zorgde voor een instemmend geknik bij onze dames.
In het Gemeentehuis zocht ik vergeefs naar 'H20' van Robert Gligorov uit Macedonië. In een groot aquarium met tientallen vissen werd een kooi gebouwd met daarin een aantal kanaries. Door deze twee totaal verschillende soorten samen te brengen bewijst de kunstenaar dat we, hoe moeilijk het ook is en hoe anders we ook zijn - als we het echt willen, perfect kunnen samenleven. Ik klampte een suppoost aan om te informeren naar het werk, maar die zei dat ze hadden moeten verwijderen. Na enkele dagen was het merendeel van de vissen reeds gestorven...
Dan maar 'Tierra' van Regina José Galindo uit Guatemala. In deze video is de jonge kunstenares te zien terwijl ze naakt in een landschap staat. Een gigantische kraan met een enorme klauw haalt de aarde om haar heen weg zodat ze uiteindelijk, afgesneden van de rest van de aardbol, op een metershoog eilandje achterblijft. Het werk verwijst naar de grondoorlogen waarbij systematisch mayadorpen werden uitgemoord tijdens de Guatemalteeske burgeroorlog gedurende de laatste veertig jaar van de vorige eeuw. Maar ook als je dit niet weet lijkt het een krachtige metafoor voor de wereld van vandaag.
Onze groep zette zijn weg voorzichtig verder in dit labyrint vol onvermoede confrontaties. Onder een stralende zon maakten we de wandeling naar de Douviehouve terwijl een zacht briesje onze wangen streelde.
Bij het marmeren beeld 'Refuge' van de Australische Alex Seton waarbij een in een deken gehulde vluchteling op een houten vlot zit, werd het stil. 'Casa Tomada' van de Colombiaanse Rafael Gomezbarros - een tombe waar je doorheen moest en waarin je je tussen honderden kolossale mieren begaf – ontlokte dan weer angstige gilletjes aan de bezoekers.
Op een bepaald ogenblik tikte Ndue me op de schouder; dat ik eventjes mee moest komen omdat daar een man stond die zich onwel voelde.
Het betrof een werk van de Nederlandse Roy Villevoye, 'Reset' waarbij een levensgroot, griezelig realistisch beeld van een jonge man wordt getoond die de kraag van zijn lange jas bij elkaar pakt en uitgeput tegen de muur leunt. Bezorgd stonden enkele mensen uit onze groep naar de man te kijken.
'Dit is geen man' zei ik zonder het goed te beseffen naar Magritte, 'dit is een beeld'. Ndue kwam nu nieuwsgierig dichterbij en porde met zijn vinger in de schouder van de jongeman die onbeweeglijk stil bleef staan.
'Herkennen jullie hem niet?' Ze kwamen nu allen naderbij en bekeken het beeld aandachtiger.
'Het is de jonge Adolf Hitler.'
Djetenin stoof naar voren en vuurde ogenblikkelijk een verbale woordenstroom vol verwensingen op het beeld af, in dat Afrikaanse-Frans van haar waar zo al niemand van ons iets van begrijpt. Toen ze uitgeraasd was, draaide ze zich om en liep weg maar ik riep haar terug.
'Dit is Adolf toen hij als twintigjarige in Wenen rond zwierf nadat het hem niet gelukt was om toegelaten te worden aan de kunstacademie. Tenslotte was hij dakloos, en moest met kapotte schoenen en versleten kledij de koude trotseren. De kunstenaar vraagt zich met dit werk af of deze jongeman, als iemand hem destijds de hand had moeten reiken en helpen, ooit dat monster zou geworden zijn.'

We genoten van de sublieme video van de Belgische Mexicaan Francis Alÿs, 'When Faith Moves Mountains (making of), waarin Alÿs met achthonderd vrijwilligers met schoppen en veel gevoel voor humor aan de voet van een berg begint te scheppen en zo langzaam opschuift. Uiteindelijk hebben deze mensen samen een berg verzet, ook al is het maar enkele centimeters.
Het werk van Louise Bennett uit Australië met als titel 'See your self in me' leverde ons een mooie herinnering op aan de dag. De woorden werden uit een doek dat naar de wolken wijst, gesneden. Zo lijkt het alsof de natuur tot je spreekt, aldus de kunstenaar, en als je wat dieper graaft zou je het kunnen interpreteren als een boodschap van de overledenen. Wij gingen er met onze groep onder staan, vroegen een voorbijganger een foto te nemen en gaven het werk, door de diversiteit in onze groep, toen een eigen betekenis.
Nog enkele andere memorabele ogenblikken: in de Graanschuur bij het werk van Cindy Wright, 'Blue Bird', een stilleven van een prachtig gevederd maar dode meesje. Als je iets beter keek, merkte je plots dat het meedogenloze verrottingsproces reeds was ingezet. En Pascale Pollier, 'History of Hurt': twee afgehakte armen waarvan de oude, biddende handen geen gebedskrans maar een stuk prikkeldraad vasthielden.
In de Kelder Brouwerij bij 'The Clearing' van Roy Villvoyeen; twee natuurgetrouwe beelden van een zwarte en een blanke man die in een verwrongen houding op de grond lagen, alsof ze onlangs waren aangespoeld uit zee, en in het Klooster met 'Flashdance' van Sandrine Pelletier; twee balletschoentjes op de toppen van hun tenen die een bloederig spoor achterlieten.
Tussen al deze gruwel door konden we gelukkig in de zon lopen, en 's middags gingen we ter compensatie lang en lekker eten in het Ovenhuis.
De poëzie die her en der te lezen hing, was iets moeilijker te doorgronden en niet enkel door onze anderstalige medewerkers. Maar ze stonden in de catalogus en we spraken af dat we in de volgende weken, voor het werkoverleg, af en toe eens een gedicht of een stuk ervan onder de loep zouden nemen.

Maar goed, dat was dus vorig jaar.
Hoewel het thema van het kunstenfestival opnieuw toepasselijk was – 'Over Alleenigheid en Ondraaglijke Eenzaamheid' – durfde ik het geen twee jaar na elkaar voor te stellen aan Nathalie. Maar we gingen dit jaar wel weer voor een uitstap waar we plezier aan inhoud konden verbinden.
Voor we tot dit besluit kwamen, hadden we weeral een hele weg afgelegd. Misschien een fietstocht, eventueel met tandems? Met z'n allen paardrijden in Oudenaarde? Naar Ieper? Gent? Rijsel? Om wat te doen? Je kunt ook gaan wandelen op de zeedijk in Oostende.
Plots kwam het natuurhistorisch museum in Brussel op de proppen. Het is een raadsel hoe we erbij gekomen waren maar Nathalie was meteen enthousiast.
Het was veel voor één dag, maar het zou er gewoon op aan komen alles goed te organiseren. En toen herinnerde ik me dat ik een vriend had die er werkte.
'Vraag naar Tine als gids' zei hij. 'En in ''L Horloge Du Sud', een restaurantje vlakbij, kun je lekker eten voor een zacht prijsje.'
Je hebt maar één dag en daar moet je alles uithalen. Bovendien hebben veel mensen kinderen. Dat betekent dat je niet veel kunt rommelen met het uur van vertrek en terugkeer. De oppas houdt niet van uitzonderingen. Dus om negen uur vertrekken en om vijf uur weer terug. Ik besloot de flexibiliteit van onze groep toch eens te testen. Ik had geluk.
De ochtend van donderdag 13 juli brak aan. Het regende ervoor en het regende nadien maar die dag werd het mooi weer. We vertrokken met twee auto's om kwart na acht. Namen de trein in Kortrijk, iets na negenen. Kwamen in Brussel aan bij halte Luxemburg om kwart voor elf. Dronken samen een koffie, liepen snel naar het toilet en profiteerden van het geluk dat het museum maar op een boogscheut lag. We hadden om kwart na elf afgesproken met de gids, wat we gek genoeg net haalden. Tine nam ons mee haar teletijdmachine in, naar honderdvijftig miljoen jaar geleden. Draaide haar hand er niet voor om om af en toe enkele miljoenen jaren vooruit of achteruit springen. Ik had nog nooit eerder een tijdsreizigster ontmoet. Maar het leek allemaal volstrekt normaal.

Een professor met bijhorende bos witgrijs, warrig haar en een openhangende stofjas, was – omringd door allerlei hoog technologisch gereedschap – in een grote glazen kooi aan het poseren voor een jonge fotografe. Tine vertelde ons ondertussen over de mijnwerkers die in 1878 in de Sint-Barbaramijn in Bernissart op een diepte van 320 meter met goud gevulde boomstammen vonden. Helaas voor hen was het geen goud maar waren het met pyriet gevulde beenderen, een mineraal met een goudachtige glans die ook wel klatergoud genoemd wordt. Of gekkengoud. Uiteindelijk bleek het om een dertigtal zo goed als complete Iguanodonskeletten te gaan die naar schatting honderdvijfentwintig miljoen jaar oud waren en zich dankzij de versteende klei waarin ze fossileerden in een perfecte staat bevonden. Daarmee was het een van de indrukwekkendste paleontologische vondsten aller tijden. Een team van deskundigen uit het natuurhistorische museum van toen schakelde een ploeg mijnwerkers in om de karkassen uit te graven. De fragiele beenderen werden in gipsen schalen verzegeld naar boven gebracht. Hierdoor kon de mensheid in 1883 in Brussel voor het eerst een dinosauriër in al zijn glorie bewonderen.
Deze dieren regeerden de wereld 165 miljoen jaar lang, tijdens het mesozoïcum. Tot het noodlot toesloeg, zo'n zestig miljoen jaar terug. Hoe, daar is men nog niet helemaal over uit. Maar vermoedelijk lag de inslag van een reusachtige asteroïde aan de basis. De aardkorst kreeg een ferme deuk en het stof waaide hoog op. De atmosfeer werd verduisterd en verhinderde het zonlicht door te breken. Door de koude en het gebrek aan licht stierven de planten af. Daarvan werden de plantenetende dino's de dupe. Net zoals de ijsberen nu, werden ze elke dag magerder. Ze dwaalden rond, raakten uitgeput en stierven tenslotte van de honger. Hierdoor werden toen ook de vleesetende dino's getroffen. Algauw zat er niets anders op dan elkaar op te peuzelen. Hoe dan ook met tragische gevolgen. Toen de planten zich na verloop van tijd herpakten, bleken zo goed als alle dino's van de aardbodem verdwenen.
De skeletten die we hier zagen waren originelen met een waarde die in de tientallen miljoenen euro's liep. Ze hadden reizen gemaakt, tot in Japan.
De een zijn dood is de ander zijn brood.

Ik had een vraag. Of er nooit bezoekers waren die twijfelden aan de echtheid van dit alles. Meer nog, die er zeker van waren dat dit altegader een fabeltje was. Ik voelde hoe enkele hoofden zich naar me draaiden maar gebaarde van co en bleef strak naar Tine kijken. Ze sprak iets zachter nu.
'Natuurlijk' zei ze. Vertelde toen dat er nog niet zo lang geleden een klas uit een katholieke school op bezoek kwam waarvan de leraar haar gewaarschuwd had. De kinderen mochten naar de dino's kijken en zij mocht daarbij uitleg geven maar ze moest ten allen tijde vermijden om het over evolutie te hebben. Ze lachte.
'In een natuurhistorisch museum draait het om evolutie. Hoe kun je het over dit alles hebben (ze wees met haar hand om zich heen) zonder naar de geschiedenis van onze aarde te verwijzen?' Ze haalde haar schouders op. 'Maar zo is het nu eenmaal' zei ze. 'Je zult deze mensen ook nooit kunnen overtuigen. Want ze moeten er in de eerste plaats zelf voor openstaan.'
Ze was een goeie gids en een heel stuk wijzer namen we afscheid. Ze zou mijn groeten overbrengen naar mijn vriend die momenteel - jammer voor ons maar gelukkig voor hem - op reis was. Zo dadelijk gingen we eten, maar we hadden nog wat tijd voor het zover was. Er werden folders meegenomen om met de kinderen terug te komen tijdens het verlof. Mobieltjes kwamen boven. Er werden foto's gemaakt. Foto's met Iguanodons. Met de Oviraptor. Met de Diplodocus. Met de Tyrannosaurus Rex. Met elkaar. We liepen door de galerij van de Dinosauriërs. Vreemde vogels vlogen boven onze hoofden.
We keken nog eens vol verbazing naar dat onderbeen dat op zijn eentje al zeven meter hoog was. Afkomstig van iets dat bij iedere stap moeiteloos vijf meter overbrugd had.
We hoorden een vreemd grommen. Gelukkig bleek het afkomstig van onze magen.

''L Horloge Du Sud', het Afrikaanse restaurant dat ons aanbevolen was door mijn vriend die in het museum werkte, ligt op de grens van Matongé. De Senegalese restauranthouder Ken Ndiaye die ook een bekend danser en acteur is, wilde vooral een ontmoetingsplaats creëren waar kleur, leeftijd of rijkdom geen rol spelen. Het was een gouden tip, we voelden ons er meteen thuis en het eten was er heerlijk. We kozen voor de royale buffetformule die op donderdag aangeboden wordt.
Tenslotte keerden we nog eens naar het museum terug, nu we hier toch waren, voor de tijdelijke tentoonstelling 'gif'. Een grote ruimte waarin ratelslangen, schorpioenen, varanen, vogelspinnen, adders, hagedissen, gifpijlkikkers, een zwarte weduwe, reuzenduizendpoten, een vuurbuiksalamander, padden en tal van andere giftige dieren ondergebracht waren in terrariums. Het grootste terrarium was voor de dierenverzorger.

Enkele dagen later zitten Bilal en ik samen buiten in onze pauze. Zoals wel vaker de laatste tijd leest hij een boek.
Het is de laatste week voor het verlof. En de laatste week dat hij hier werkt. Zijn traject is bijna afgelopen.
'En?' vraag ik. 'Eerlijk Bilal, hoe denk je nu over de dinosaurus?'
'Ik denk dat het misschien wel waar is, Rino.' Ik lach en maak een wegwerp beweging met mijn hand.
'Nee, echt Rino. In Syrië leerden we op school dat dino's niet bestaan, dat ze bedacht zijn om verwarring te zaaien onder de gelovigen. Maar ik heb ze nu met mijn eigen ogen gezien, en hoe ze uit de grond naar boven werden gehaald. Ik heb boeken geleend in de bibliotheek.' Hij toont me het boek dat hij leest. 'De Geschiedenis van de Aarde' van prof. Manuel Sintubin, hoogleraar geodynamica aan de KU Leuven. Geen miljoenen maar miljarden jaren geschiedenis.
'De wereld is oud, Rino, veel ouder dan we denken.' Hij heeft nog een tweede boek bij zich.
'Wat is dat ander boek, Bilal?' Hij glimlacht verlegen.
'Dat is een woordenboek, Rino.'

GAT

Ka ool gepeisd dat n nie koste lachn!
Zoa vies da die vint oolsan kéek!
Moa m an der miskien beetre n bitje van geprofiteerd
want nu wos t wok nie voe an te zien


Ja doa n prente mee -
ze skilden zeekre méer dan dertig joar -
die onverskillig voar em zat
en em, mè diene verdwoasde, verliefde blik…
Ge zag van kilometers verre
da da nie gieng bluuvn deurn
moa liefde makt blind en t zoed n éestn nie zyn
die sukkelde mè katarakt

Woar is n tyde dat n ier nog mè zyn vrouwe kwam!

Nu angt zyn toenge nie stille
moa ton sprak n géen woord
nietn kwam der doar uut
en dat nie woare da ze zy, lange geleen
zyne néeste Leffe bestelde
en dat n nu oolene moa
zyne kinne in de lucht moeste steekn
en knikkn uj n Leffeglas pakte
of je wos ool lange doad van n dust

Je kwam binn en je zette em en je wachtte
mè n oanzichte lik n dundervloage
écht, t wos te vulln teegn zyn gedacht
en achter n ende kwam ze zy ton toe
tenn n oasme, schuddnd mè eur ooft
en wiegnd mè diene machtige koffre
en up ne kée
binst da ze lans n toog passeerde:
‘Oe da da olyk kan verandern!
Uj bepeist dat t vroeger em wos
die ookn liep achter myn gat!'

CONVERSOATJES ME N GLAS 22

'Die zombies' zeg myn glas
'wuk is der doa zoa anders an?
O fong zyn da toch wok moa geweune minsn?'

'Nie begunn ee' zegge k
'Ge ziet toch dat der n twuk mis mee is'


'Née, moa serieus' zeg myn glas
'Ze peizn sjuuste moa up under zelvn
U ze n twuk zien moetn ze t sebiet een
Gelyk wuk da j der teegn zegt
ze doen ookn under gedacht
Ge kunt der nie up reeknen
Z een ne n echte kuddegéest
In doenkern zien ze géen steeke
Ze zyn nie styf by de pienkn
Ze weetn up géen oenderd joar woa da ze
goan uutkomm moa ze doen moa voars
Wok ool zien ze da j up joe gemak wil zyn
ze loatn joe nie grust
En zittn z up ne tring, willn z ookn ofstappn
ool de verkéerde kant...'

'Ge vergit n twuk' zegge k
'Doeke?' zeg myn glas

'Z een noais dust'

KLIMMEN

'Hallo, de Kringloopwinkel in Avelgem, met Rino!'
'Hallo Rino? Hier met Jelle hé! Zeg, ik heb je mailtje gezien maar ik kon gisteren niet opbellen want ik had geen belwaarde meer. Er is hier nu een vriend en ik mag zijn telefoon eventjes gebruiken. Maar wat ik wil zeggen: ik ga vandaag ook niet kunnen komen werken, ik ben zondag gaan klimmen en ik heb veel te veel pijn aan mijn rug...'
'Ik had al verwacht dat ik je niet ging zien Jelle, want het is bijna middag. En ik begrijp dat jij geen belwaarde meer hebt maar dat is jouw probleem... Als je ziek bent, moet je ons voor negen uur verwittigen. En als je naar de dokter bent geweest moet je opnieuw opbellen om te laten weten hoelang je gekregen hebt. En tenslotte moet het doktersbriefje hier binnen de achtenveertig uur arriveren, dat is dus vandaag nog... Dat zijn allemaal zaken die we al verschillende keren besproken hebben, Jelle.'

'Sorry hoor Rino... Ik weet het, ik ben fout... Maar het is niet dat ik dat opzettelijk doe hé. En ik heb nu een hele week van de dokter gekregen maar zaterdag kom ik toch, pijn of geen pijn!'
'Weet je trouwens Jelle, dat je nu voor de vierde keer in twee maanden thuis bent door dat klimmen?'
'Ja, dat zou kunnen... Want dat is echt zeer intens hé... En mijn klimpartner haalt dan ook nog eens van die toeren uit... Deze keer heeft hij het touw gewoon een paar meter losgelaten en daardoor ik naar beneden viel. Gelukkig ben ik niet te pletter gestort maar ik heb die slag met mijn rug opgevangen en nu heb ik het natuurlijk weer zitten hé...'
'Heb je er al eens bij stilgestaan hoe gevaarlijk dat klimmen voor je gezondheid is Jelle?'
'Ik weet het maar als je iets wil leren moet je er iets voor over hebben hé! En ik ga daar niet mee stoppen hoor, want nu ik mijn huis kwijt ben en mijn lief het niet meer ziet zitten heb ik iets nodig om mijn zinnen te verzetten!'

'Dat begrijp ik Jelle maar er is altijd wel iets en in de toekomst, na je traject hier, zal geen enkele werkgever aanvaarden dat je zo vaak ziek bent en zeker niet als hij weet dat het door iets is dat je als hobby in het weekend uitoefent...'
'Ja, hoor eens, ik heb het geluk niet hé zoals mijn vrienden dat ik dat tijdens de week kan leren! Want ik moet dan werken!'
'Luister Jelle, als jij niet meer kunt werken omdat jij moet leren klimmen zal de wereld dat ook wel overleven hoor.'
'Ik weet het Rino maar ik kan dit nu niet opgeven... En begrijp me niet verkeerd, ik zou mijn werk niet graag verliezen... Maar dit is alles wat ik momenteel heb... Jammer genoeg is het zo gevaarlijk... Goh, echt waar hoor, ik kan me haast niet bewegen, het is niet normaal... En ik zal mijn doktersbriefje dus pas zaterdag kunnen binnenbrengen...'

'Jelle, we hebben deze morgen iemand om water naar de Aldi gestuurd en die heeft je daar zien afrekenen aan de kassa en met je rugzak vertrekken...'
'Ja, denk je misschien dat je niet moet eten als je pijn aan je rug hebt?!'
'Maar je kon je briefje toen toch binnenbrengen? De Aldi is hiernaast...'
'Ja... Daar heb je een punt... Wel, ik ga mijn briefje dan maar nog komen brengen zeker?'
'Dat zou fijn zijn Jelle.'
'Tot straks Rino!'
'Jow'

CONVERSOATJES ME N GLAS 21

'Zeg' zeg myn glas
'Meuge k ne kée n twok vroagn?'

'Wuk is t?' zegge k, binst da k
de filme up pauze zette

We zitten nog ne kée te kykn
noa Barfly mè Mickey Rourke
voa dat n in ne plastiekne
karikateure veranderde

'Eej wok nog ne reserve oopndoendre?'
'Joak, voe wuk?'

‘Geweune… Voe te weetn'

ECHO

Ook op maandagavond is het café open

de drukte van de donderdagavond -
de avond die men op het weekend wint -
de vrijdagavond - er is nog niets verloren -
de zaterdagavond - nu moet het gebeuren -
en de zondagavond - alles is vergeefs geweest -
zorgt voor zware benen 


en hoewel het eigenlijk maar normaal is
blijft het op maandagavond verbazend stil

Er komt een stelletje binnen
dat helemaal aan het eind gaat zitten
Het is er duister maar dat is niet erg
want ze hebben alleen maar oog
voor elkaar
Ze verkeren in de roes
van de drug die de ander vormt
ze zijn verslaafd zoals alle jonge stelletjes
maar ze zijn niet jong meer

Je zult het altijd zien: er zit niemand en wie er wel zit
zit achteraan - hup maar met die loden benen
en nog een portie kaas als het kan -
als het niet te zwaar is (terwijl je de glazen neer zet)
en ik vraag me ondertussen af of ik nu
een gedichten verzinnende cafébaas ben
of een bier tappende dichter

Als je teveel tijd hebt ga je denken

En af en toe ga ik tot daar om na te gaan
of alles nog naar wens is, zoals het hoort
zoals het moet als je cafébaas bent, dichtend of niet -
graag nog een portie salami

Ik heb er een hekel aan als mensen die ik maar vaag ken
in het donker samenzweerderig naar me lachen
daar helemaal achteraan
vanwaar ze de deur zo goed als ongezien
in het oog kunnen houden
en ik vraag me af of ze wel beseffen
dat er hier geen achteruitgang is
en dat je ze van daaruit alleen maar
van ver aan ziet komen

Mijn hoofd steekt nog vol met echo's uit het weekend
met gepraat, dat eindeloos geroezemoes
dat grinniken en lachen, dat lachen!
Bang word ik ervan, vooral in de vooravond
alsof de mensen gek geworden zijn
Al dat lachen om elkaars grappen
al dat lachen om niks terwijl jijzelf
nog niets gedronken hebt en sommigen
aan het gezwam te horen al lam beginnen te worden

En als je op zo'n moment rond kijkt, dan lijkt het alsof
er hier nooit meer een einde aan komt

Ik was rekken af en droog glazen
en wacht tot ze zwaaien, je moet goed kijken
er is amper licht -
ze zwaaien voor een kriek en een kwak en als ik
dat breng - of ik nog een portie olijven heb
en een croque, in stukken gesneden
met ketchup, laat die mosterd maar zitten -
en ik sleep me voort op zware benen
en wacht
tot ze zwaaien om de rekening

VOLAUTOMAAT

Waarom zou je er bang van zijn?

Omdat ze achter het stuur van je auto gaan zitten
en je overal mooi op tijd afleveren?
Je rug inzepen
en je in een handdoek opvangen als je uit de douche stapt?
Je eten telkens weer volgens de regels
van de kookkunst bereiden?
Terwijl je slaapt
je werk foutloos, twee keer zo snel
en tot in de puntjes uitvoeren?
Je belastingen zo voordelig mogelijk uitrekenen?


Je rekeningen betalen
terwijl ze het huis geluidsloos stofzuigen, het gras afrijden,
de goten controleren, de blauwregen snoeien,
het parket nog eens oliën, de ramen wrijven, de auto wassen,
je aan je afspraak met de tandarts herinneren,
kortom:
je leven zonder dat je het merkt van je overnemen
en voor je organiseren? En je hoeft ze
niet eens zelf te programmeren dus...
Waarom zou je er bang van zijn?

Uit vrees voor concurrentie?
Rivaliteit?
Omdat je denkt dat ze het zaakje hier op termijn
zullen overnemen?

Competitie is menselijk,
computers hebben er geen last van
Vertrouw ze maar, wees moedig en wees sterk, werk mee
aan de vooruitgang en hou het van nu af aan enkel nog
bij aangename zaken zoals lekker eten
en drinken met de focus op smaak
en een pijnloze, orgastische ontlasting

Veel rusten, maar boven alles een voortdurend streven
naar een zo compleet mogelijke geestelijke en optimale
lichamelijke bevrediging mede dankzij wat ze op basis
van het ononderbroken gescan van je hersenpan bij elkaar
hebben gesnord via Google Maps, de internationale digitale klank,
beeld en gevoelsdatabank en – heb je een keertje zin in
menselijk contact – ziedaar: je netjes up to date gehouden
boekhouding in de wereld van de geosociale dating apps

Dus zeg eens eerlijk nu en wees niet bang,
het blijft hier, tussen jou en mij:
Waarom zou je er bang van zijn?
Van iets dat bovendien en alles welbeschouwd
alleen maar in beweging blijft
dankzij een batterij?

BOEKN IN DE KRIENGLOOPWINKLE

Boekn dat r binn komm in de Kriengloopwinkle!
Oovre postnatale stress, borderline en adhd
macramé, quinoa, pokern, skatsn, sarin en maté
Oovre Raspoetin, Charles Manson en Leopold n twiddn
De Bende van Nijvle, Freddy Horion en de CCC
Over de leevns van Jotie T Hooft, Boudewijn Büch,
Ann Christy, Louis Neefs en Luc De Vos
en héele doozn versleetn reisgidsn mè d adressn
van verloopn restaurants, dancings en cafees
voe uj wil weetn oe skoane dat de wéreld éesn wos


Over de plekke up t ooft van Gorbatsjov, d oare
van Van Gogh, de neuze van Cleopatra, de bulte
van John Merrick en de piet van Jimi Hendrix
Ge zoed oast peizn dat t off is tussn Justin Bieber
en zyn publiek en we zittn ier nog mè ool die boekn
van Timberlake, Helmut Lotti, Huysentruyt en K 3
Ge kunn meurn zettn mè ool d encyclopedien
da wier krygn en isoleern mè Readers Digests
en joene kelder kuj vulln mé Artis Historia en
Lecturama voe teegn dat n illetriek uutvoolt

Ool de boekn da j moa kunn peizn
Van de grotste skrievers, de beste koks; ja preus
da k woare toen da n éeste Meus ier voa myn neuze lag!
Eej nog ne n Aspe tekort? Ne Montefiore?
Moa van viftig tintn vienn j oolene d eeste drie
Bring moa je lystje voe de strips van Suske en Wiske
Jommeke, Nero, Urbanus of de Rode Ridder
Moa wok voe Mega Mindy, Jacques Vermeire
de Kampioenen, Bassie en Adriaan en Samson en Gert
En overlatst een we héel de reekse van Kwik en Flupke gét

De Koran en n Byble, de Kama Sutra en Kahlil Gibran
Vermandere en Eddy Merkx en de klassiekers van
Buysse, Claes, Timmermans, Gilliams, Conscience
Lampo, Hannelore, Geeraerts, Michiels en Durnez
Teirlinck, Schouwenaars, Streuvels, Walschap
Ivo Victoria en Elsschot – ja, t zyn ook n dezelste da j
teegnkomt, lik Mireille Cottenjé of Luuk Gruwez
moa wok ne kée Mutsaers, Hertmans of Vekeman
en soms zit er zels n bitje poëzie by moa vele moe j nie
verwachtn buutn Gezelle en Rodenbach

En oole doage minstens éne Brusselmans, n kée te weke
ne Verhulst, ne Campert en wok Moeyaert en Mortier
stoan in de top tiene van boekn da ze binnbriengn
Ort, t is géen skande uj ier arriveert; kyk noa Celine
Melville, Cervantes, Irving, Dahl, Kafka of Claus
Moa ge moe wok nie overdryvn lik Konsalik
ool is t da Agatha Christie noais teegn stikt
Nint, t is echt nie geweune wuk dat r ier ool passeert
moa k zoe toch wok zoa géern ne kée ne boek
zien arriveern van Koenraad Goudeseune

maandag 17 juli 2017

RODE DRAAD

We bevinden ons in overlevingsmodus. Brandjes blussen. Hoog tijd dat het verlof is, het lijkt wel of iedereen hier ziek wordt. Het eerste deel van de week komen er maar twee medewerkers opdagen, vanaf donderdag zijn ze met z'n drieën. Alleen het hoogstnodige kan gedaan worden: de winkel ordenen, het in ontvangst nemen van de goederen, sorteren, meubelen naar binnen en naar buiten brengen, de kassa bedienen. Het is een hele opgave om de rekken weer aangevuld te krijgen. Wie aanwezig is, draait op volle toeren. Merkwaardig genoeg maakt niemand hier daar een probleem van. Integendeel, Djetenin lijkt zich zelfs te amuseren zoals ze haar bezigheden combineert, en ook Bilal blijft tijdens zijn laatste weken stevig doorwerken. Hij maakt zich zorgen hoe het verder moet, als hij hier weg is. Hij heeft gelijk, ik zie ook niet direct een geschikte vervanger. Het is de eerste keer dat ik meemaak dat er geen kandidaten zijn om de medewerkers die aan het einde van hun traject gekomen zijn, te vervangen. Gelukkig is Nathalie er, de leidinggevende assistente die hier al enkele jaren werkte toen ik begon. Zij heeft het allemaal al eens eerder meegemaakt. Mijn vaste rots in deze branding.

Maar dat we hier nu maar met zoveel zijn heeft niets met de afvloeiingen te maken.
'Waar is iedereen?' vroeg Bilal vanmorgen terwijl hij over zijn kin wreef. 'Niemand komt nog!' En hij stak zijn schouders op.
'Ze zijn allemaal ziek Bilal' zei ik.
'Ik weet niet... Misschien' zei hij. Hij mag meer zeggen dan wij.
'Rino, in Kortrijk is er dokter. Misschien, als jij vakantie wil, moet je naar deze dokter gaan en zeggen dat je pijn hebt. Dan krijg je week vakantie!'
Ik lachte en dacht: daarvoor hoef je niet naar Kortrijk te gaan.

Enige tijd geleden hadden we hier een medewerker die bijna iedere week één of meerdere dagen uitviel. Zijn vader was Franstalig en zijn moeder een rasechte West-Vlaamse. Nederlands sprak hij niet maar zijn dialect met die rollende r was onbetaalbaar. Hij dronk alleen maar cola en als hij at, waren het diepvriesmaaltijden. Het was een van de dunste mannen die ik in mijn leven al gezien had. Een en ander verklaarde misschien ook het feit dat hij altijd zo bleek was. Hij kon van het ene op het andere moment beginnen trillen en beven en binnen de kortste keren moest hij dan naar de dokter. Hij stak zijn handen uit om te bewijzen dat het echt was. Ze schokten oncontroleerbaar. Dat zijn ogen daarbij uitpuilden en dat hij dan ook nog eens heel erg stotterde maakte het des te indrukwekkender.
Toen ik het 's avonds thuis vertelde en automatisch mijn arm uitstak om hem na te doen, merkte ik plots dat er niets aan was. Mijn hand beefde oncontroleerbaar en ik zag hoe er zich al een bezorgd rimpeltje in het voorhoofd van mijn geliefde vormde waardoor ik het ledemaat weer tot de orde riep.
Daarna keek ik met andere ogen naar de aanvallen van mijn medewerker.
Ik wil niet beweren dat er niets van aan was, maar ik denk nog steeds dat hij door dat schudden en beven van zijn handen telkens weer even erg onder de indruk kwam als ik oorspronkelijk was geweest. Ik begon te geloven dat het eigenlijk iets in zijn hoofd was.

Dit werd bevestigd op een dag toen hij een lasagne uit de frigo haalde, in de microgolf stak en daarna smakelijk opat. Hij was goedgeluimd, maakte grappen en afgaande op het werk dat hij verzette bleek hij in grote vorm. Nadat hij zijn bord had opgeruimd wees iemand hem er op dat de verbruiksdatum van de lasagne die hij zonet verorberd had, vorige week verstreken was. Vanaf dat moment kon je onze medewerker in een schrikbarend snel tempo zien aftakelen. Hij bekeek de verpakking en werd steeds bleker. Dat wij het belang van die datum relativeerden maakte niets uit. Zijn buik begon pijn te doen en voor we het wisten zaten we te kijken naar die spastische hand.

'Rrrino, en k zy k zy k zyn echt nie goed! K voele my verrrskrrrikkeluk sp sp spuugachtig! En t begunt ool te te te drrroain, k goa moetn zittn... Rrrino! K goa noa n docteurrr moetn!'

Ik wist ondertussen al een tijdje dat het op zo'n moment geen zin had te proberen hem op andere gedachten te brengen. Een ogenblik later zat hij op zijn bromfiets en zag je het grind onder zijn achterband opspatten terwijl hij van hieruit recht naar de dokter reed. Die keer was hij een uur later terug met een doktersbriefje dat hij me met een triomfantelijke blik toestak.
Zie je wel!
De dokter zegt het ook!

Meestal kreeg hij een of twee dagen. Soms drie of vier. Maar het gebeurde ook dat hij een hele week voorgeschreven kreeg.
Op een keer had ik er genoeg van. Ik belde die dokter op. Vroeg hem hoe het zat. Het was toch niet normaal dat onze medewerker zoveel ziek was? Of er niet eens een diepgaand onderzoek gepland moest worden om na te gaan wat er werkelijk aan de hand was?
'Ik heb het hem nog gezegd' zei de dokter. ' Ik zei: je moet oppassen of je zult je werk nog verliezen! Maar nee, hij wilde een hele week!'
'En u geeft hem dat dan?' Ik kon mijn oren niet geloven.
'Je kent hem toch ook? Anders staat hij hier elke dag!'

Oké, dit was een extreem geval. Maar in de vier jaar dat ik hier werk vormen de mensen die gemakkelijk twee keer per maand uitvallen een rode draad. In het begin reageer je terughoudend, nog niet gewend om ermee om te gaan. Maar gaandeweg kom je los, begin je de systeempjes te herkennen. De terugkerende formules. En ga je sneller met de medewerker samen zitten om te benoemen wat je ziet en ervaart. Maak je een kalender waarop je de ziekteperiodes in kleur aanduid; vooral rood doet het goed. Soms kun je merken dat de medewerker dan eventjes schrikt. Misschien omdat hij het niet besefte. Misschien omdat jij het nu al doorhebt. Soms merk je niets.
Maar meestal duren de periodes tussen de ziektes dan iets langer. Tot men hervalt. Dan moeten we opnieuw samen zitten.
Maar oplossen kun je het niet.

Het is wat het is en je moet het ermee doen. Je zou kunnen stellen dat er twee soorten medewerkers bestaan. Diegenen die steeds weer ziek worden, en diegenen die zelden of nooit ziek zijn. Je kan alleen maar hopen dat de eerste soort iets leert van de tweede. En gelukkig heb ik het nog nooit meegemaakt dat de tweede soort besmet werd door de eerste...

UJ VERSTOAT WUK DA K WILLN ZEGGN

T is nie de moeder die doa stoat te wachtn
en t is nie da mini-otobuuzeke mè da skajne zetelke
en t is nie diene zwoailucht die der vanboovn up stoat
en die flikkert lik ne discobol binst da de siréne goat
en t is wok nie oe da héel da spel begunt te wiebeln
lik ne rodeostier voe begunners uj der viftig cent in stikt


Moa t is da kiend da moa an da steur bluuft droain
in zyn mini pretpark an n uutgang van de supermarkt

NOA VAN VOARN

K moeste myne noto an n Aldi zettn want t wos koers in Meulebeke. Roar oe da j ton ommèdekée overool campers zie stoan mè minsn die in ne klapstoel zittn oender ne luifle. En angezien der nog géen coureurs passeern bekykn ze joe binst da j doa lopt, lik of da z under oogn ool n bitje willn trainn.
Zoen ze t zien da k géne liefebbre zyn?

K sloege d Oostrozebekestroate in en der stoend lik toch zo veel volk ool weerskantn. En bachn my oorde k n zenuwachtig tuuteringske en n zoeminge die anzwelde. Voa my liep ter ne sportmins – herkent da an t gestel; sjuuste moa geklid mè n shortje en ne shirtje, ooles skoane gebruund, spiern die bolln in die oarms en die kietn, n getrimd bardje en ne snor, miskien zels grysd oar en ne flashy zunnebril. En ool n ander kant van de boane liep ter wok zuk éen. Zoender snor, board, grysd oar en zunnebril moa voe de réeste sjuuste t zelste.

'Ry j ne zeune wok mee miskien?' riep n deen.
'Joaj, van joe wok miskien?' riep n andern.
Ze woarn ooletwée héel upgejut. K passeerde under moa ze zoagn my nie, ze kéekn gespann in de verte, noa n droai woa da de coureurs sebiet uut giengn komm.

En doa woarn ze, recht up under véloos, iederne duw up die peloaln ne zoef van de bandn die an de boane plaktn, ool die veloos zoefzoefzoefzoef deur mekoar, 'tedjuu, nuuzn zit nie goed wi, je zit veel te verre ool achtern' riep n deen mè z ne zunnebril, da oanzichte in éne kée héel oentgoocheld, 'verdomme, nuuzn wok!' riep n andern die der nu uut zag lik dat n gienk begunn screemn, en ze begostn oole twée te roepn, 'HEY, GE ZIT NIE GOE WI, GE ZIT VEEL TE VERRE OOL ACHTERN, GE MOE NOA VAN VOARN, GE ZIT SLICHT' en k zoage twée koppn die droaidn by t geluud van die vertrouwde stemm en oe da de zeuns verwoenderd links en rechts kéekn, en k kunne moeiluk zeggn wuk da ze peisdn, ooléne moa oe da under oanzichte deruut zag en de blik da ze sméetn noa under voadre die nog ookn van ooles riep en twos éen van 'kyk noa n oedn, je stoa doa wok were leevn t oedn, je zoe beetre zelve ryn ut n zoa goe wit, veel te verre ool achtern, peist ne da k doa voarn kieze miskien, n uul...' en ton woarn ze gepasseerd.

Moa t zoe kunn vaneigenst da k mis benne en da ze n héel twuk anders peisdn. Gelykooloe, k wos an myne n arrivee, k stoake rap de sleutel in t slot en k makte da k binn woare.

FRANCIS

'Het is om het even hoe je me noemt' zei hij toen ik Christiaen tegen hem zei. Ik wist dat er een i en a in zijn voornaam voorkwam. Maar ik kende hem ook nog maar pas. Een goeie week geleden had hij de boekenwinkel ontdekt. Hij was diep onder de indruk. Kon niet nalaten te herhalen wat een mooie plek hij het vond. Hij kwam zoveel hij kon.
'Heb je tijd voor een koffie?' En dat had ik, meestal toch. Daarna zaten we wat te praten in de koffiehoek. Zo begon voor mij het verhaal van Francis.

Jammer genoeg werd het een kortverhaal.
'Ik ga dood' zei hij. 'En ik wil nog niet dood.' Ze hadden kanker bij hem vastgesteld. In een vergevorderd stadium.
'En ik wil mijn dochter zo graag zien afstuderen...'
Hij zat altijd in gedachten verzonken. In donkere gedachten. De enige die wat verlichting bracht was die goeie ouwe Darwin en zijn evolutietheorie. Het was het Darwinjaar. Hij kon het niet nog meer met iemand eens zijn. Helaas betekende dat ook dat er geen vervolg op zijn verhaal kwam.
'Ik heb over de hele wereld gereisd' zei hij. 'Ik heb ongelofelijke avonturen meegemaakt. Ben enkele keren op het nippertje aan de dood ontsnapt. En nu krijgt een onnozel kankergezwelletje me eronder...'

'Weet je, ik ben eens verdwaald in de woestijn. Ik was tegen alle raadgevingen in helemaal alleen vertrokken en het noorden kwijt. Er kwam een storm aan. In enkele minuten tijd was het pikdonker, ook al was het in het midden van de dag. Gelukkig had ik alert gereageerd op de eerste aanwijzingen en mijn tent al opgesteld. Ik was bezig met een spaghetti op te warmen, maar moest in de tent gaan schuilen want ik kon geen hand meer voor de ogen zien.
Toen stootte ik ook nog eens het pannetje spaghetti om. Die keer heb ik pasta met zand gegeten. Dat kraakt heerlijk tussen de tanden.'
Het was zalig als Francis lachte.

Hij kwam enkele keren per week. Hij had de dokter gezegd dat het hem om het even was - wat of waar - maar als hij ergens ook maar een waterkansje maakte was hij weg, daar naartoe. Hij wilde proefpersoon zijn, ook al was hij de allereerste om iets nieuws te proberen en moest hij daarvoor naar de andere kant van de wereld. Alles was beter dan af te wachten zonder een greintje hoop. Helaas had de dokter geen weet van zo'n project.

'Soms droom ik dat ik met mijn vrouw en kinderen samen ben' zei hij me op een morgen, we zaten weer eens samen koffie te drinken, 'en het is goed, we lachen en eten samen en ik ben opgelucht. De dreiging is weg. En dan word iok wakker. En ik voel hoe het net zich weer rond me sluit, en het licht in de verte verdwijnt...'

Hij regelde zijn nalatenschap. Organiseerde de herdenkingsdienst. Kreeg wekelijks chemo en was daar de eerste dagen doodziek van. Toen zag ik hem iets minder.
Hij kocht boeken als een bezetene.
'Veel mensen kopen boeken waarvan ze weten dat ze ze misschien nooit gaan lezen. Maar ik ben er zeker van.' Hij kocht ze toch. Zelden iemand gezien die zo gretig naar het leven reikte.
'Waarom ik?' vroeg hij me. 'Ik die zo gezond leefde, niet rookte, niets dronk en op mijn voeding lette...'
Ik heb hem maar enkele maanden gekend, en het is alweer acht jaar geleden maar Francis zit nog steeds in mijn hoofd.

BESTELLINGE

Vannacht kwoame k mè myne platteau
up de terrasse van uuzne café

'K zitte k ik ier ool n héel ende te wachtn
en k ee k ik nog niemand gezien'
N oede madam in ne zworte boentmantle
an t toafeltje woavan da k de gloazn wegpakte


'Ja' zeie k, 't is nie te doene binn
meen oast géen tyd voe buutn te komm

K liepe weg en toen da k in t café kwoame peisde k
'en t is pertank géen woa, d er zit ier oast géen volk...'
en binst da k wakker kwoame
'K a beetre eur bestellinge upgepakt!'

EEN SPEL

Het is één van de vele Afrikaanse vrouwen die hier komen winkelen. Je ziet de natuur in al zijn glorie. Als ze lacht, davert het gebouw. Op zaterdag brengt ze haar man mee: een robuuste goedlachse kerel die de kinderen in toom houdt. Tijdens de week komt ze alleen, of met vriendinnen. Om de haverklap troont ze je mee naar een of ander meubel of houdt ze je een stuk textiel voor en probeert ze af te dingen. Na een tijdje moet je haar duidelijk maken dat je niet veel tijd hebt en tenslotte gewoon doorlopen.

Het levert ook niets op. Want doet zij er iets af, dan doe ik er iets bij. Waardoor de prijs dus omhoog gaat in plaats van omlaag. Niet dat ik dat dan ook aanreken. Ik wil gewoon duidelijk maken dat het vergeefse moeite is. We mogen ook niets van de prijs afdoen. Het is een vaste afspraak en één van de eerste regels die je leert als je hier begint te werken. Want als je begint te onderhandelen wordt het alleen maar erger. Voor veel mensen lijkt het gewoon een sport om het koopje nog goedkoper te scoren.
De meesten lijken ook niet door te hebben of vergeten dat dit een sociale werkplaats is. Dat we het beetje aan inkomsten dat we verwerven broodnodig hebben om de boel hier draaiende te houden. Je hoeft daar natuurlijk ook niet mee bezig te zijn als klant. Gewoon onbezorgd rond snuisteren en hopelijk kun je die schitterende vondst op de kop tikken. En tel je dat schijntje er met plezier voor neer.

Het vreemdst vond ik aanvankelijk haar boosheid wanneer de pogingen tot afdingen niet lukten. Pas later leerde ik dat het ook een vorm van proberen is. De joker inzetten, de zoveelste poging om het taaie, weerbarstige vlees aan de overkant te kneden tot er weer wat rek op komt, vooralsnog zonder resultaat.

Tenslotte - na uren winkelen - komt ze aan kassa. Het lijkt bijna een ritueel. Ze buigt voorover, grijpt in het winkelmandje dat op de grond staat, heeft een jeansbroek vast en drapeert hem op de toonbank. Ze bekijkt het ding eerst nog eens goed vooraleer ze het naar me doorschuift. Ik neem de broek en scan het prijsetiket. In tussentijd diept ze iets anders op dat ze nog eens grondig bekijkt en dan leunt ze voorover, nijpt met haar ogen terwijl ze haar bril vasthoudt, haar hoofd gekanteld. Met haar neus in de lucht leest ze het cijfer dat op het scherm gekomen is. Ze lipt geluidloos het bedrag.
'Ooiooiooi! Is véél hé!'
Bezorgd bekijkt ze dan nog eens wat ze zonet gekeurd heeft.
'Dit niet.' Ze reikt het me aan en ik leg het opzij om het straks weer naar de winkel te brengen.

Ze bukt zich opnieuw naar het mandje.
'Ja, deze' en ze geeft me een hemd. Ik scan het prijsetiket terwijl ze weer iets anders uit haar mandje vist. Dan leunt ze opnieuw voorover, nijpt haar ogen om te kijken op het scherm en haar lippen bewegen als ze het cijfer in stilte leest.
'Oeeeeeeewtch!' Ze klakt enkele keren met haar tong terwijl ze haar hoofd schudt. 'Das véél!'
Ondertussen bestudeert ze wat ze in haar handen houdt, mompelt 'neeneenee' en stopt het me toe. Ik leg het bij het ander kledingstuk.
Weer haalt ze iets uit haar winkelmandje, bekijkt het zorgvuldig en schuift het me toe. Ik scan het in terwijl ze iets anders opduikt. Ze komt overeind, leunt voorover en leest met dichtgeknepen ogen terwijl haar lippen de cijfers vormen.
'Aiaiaiaiai!' Ze draait met haar ogen en wankelt eventjes, alsof ze flauw gaat vallen.
'Zovéél!'

Hoofdschuddend buigt ze naar haar mandje, tovert een paar kinderschoentjes tevoorschijn en plaatst die voor mijn neus. Ik scan ze en opnieuw komt ze dichter bij het scherm, met dichtgeknepen ogen haar bril vasthoudend de prijs lippend.
'Auuuuuuuuuuuhhhwttch!' Ze blaast terwijl ze het hoofd heftig schudt, alsof er plots een hommel in haar haar gedoken is en wuift zichzelf koelte toe. 'Olala zovéél!' Ze moet eventjes bekomen.

Tenslotte vraagt ze een zakje.
'Geef maar kleintje.'
Ik scan de winkeltas.
Nog voor ze het scherm bekeken heeft schudt ze het hoofd al. Alleen maar ontgoocheling om zoveel onrecht in die droevige ogen.
'En ik hier zovéél kopen' zegt ze haar twee handen in de lucht stekend. 'En mijn familie ook. En mijn vrienden.'
'Ik weet het' zeg ik. 'Gelukkig zijn er mensen zoals u...'

Ze neemt hoofdschuddend de zak op en vertrekt, onverstaanbare zinnen mompelend. Je staat er een beetje verweesd bij, je hart zou ervan breken. Maar geen nood, morgen komt ze terug. Of overmorgen. Het heeft een tijdje geduurd en ik heb het moeten leren. Maar ik weet het ondertussen wel. Het is een spel.

DE WIL VAN ALLAH

Een kreet en gestommel. Ik zie Feysal op de grond liggen en haast me erheen.
'Wat is er gebeurd' vraag ik aan Bilal.
'Hij niet kijken. Lopen tegen tafel.'
Feysal komt overeind, kijkt boos en gepijnigd terwijl hij over zijn dij wrijft. Ze brengen de net geleverde meubels op karretjes naar de winkel.
'Feysal' zeg ik, 'ik weet niet precies wat er gebeurd is maar soms zie ik je onoplettend achteruit lopen terwijl je een kast meevoert. Je moet links en rechts om je heen kijken zodat je nergens tegen rijdt. Ik heb het al eerder gezien. Je bent een slechte chauffeur. Zo ga je nog eens tegen mensen aanlopen. Of kinderen. Als je niet oplet kun je jezelf ook ernstig pijn doen zodat je naar de dokter moet.'
De mondhoeken hangen nog steeds omlaag, hij kijkt bozer dan hij ooit eerder naar me gekeken heeft.


'Is wil van Allah!'

'Wat?'
'Als ik op straat loop en auto rijdt tegen me, dan is dat wil van Allah. Als ik hier tegen tafel loop en val, dan ook wil van Allah.'
Bilal staat te lachen.
'Begrijp je?' vraagt hij. 'Begrijp je wat hij zegt?'
Dit is een moeilijke. Ik begeef me op glad ijs.
'Ja' zeg ik knikkend, 'ik begrijp het. Maar ik geloof het niet. Ik ken Allah niet maar ik heb al veel over hem gehoord. Als het klopt wat ik gehoord heb, dan heeft hij geen tijd om zich bezig te houden met het verhuizen van een kast en een tafel in de Kringloopwinkel.'
Ik zie het gezicht van Feysal verzachten. Hoe de glimlach doorbreekt waarmee hij zich gewonnen geeft.
'Ik wil niet dat we voor het verhuizen van meubelen op Allah moeten rekenen Feysal.'

'Ik kijken' zegt Feysal terwijl hij op mijn schouder klopt. 'Volgende keer. Beter.'

ZOEK


DE GROOTSTE TWITTERAAR TER WERELD

De grootste twitteraar ter wereld woont in Amerika
hij is zo gek als de achterdeur van het witte huis
waarlangs zijn bedienden binnen komen
hij wordt omringd door mensen
die zomer/winter zonnebrillen dragen
en hem strak in hun zwarte pak
de klok rond beschermen
Maar wie beschermt de wereld?


Op het eerste zicht lijkt hij een gewone man
alleen is zijn haarsnit en alles wat hij doet of beweert
een beetje overdreven
hij is de droevigste grap die je al hoorde
hij vindt zichzelf heel wat
onovertroffen
de allerbeste
Hij is de grootste twitteraar ter wereld

En soms wordt hij op de vingers getikt
vanwege wat getwitter maar wat levert het op om
iemand die getikt is op de vingers te tikken?

Hij twittert als hij blij of uitbundig of bitter is
van dat getwitter waarin hij zichzelf onverslaanbaar acht
hij twittert dat het een lust is
hij twittert en twittert dag en nacht
en hij twittert maar en twittert maar
tot hij op reis vertrekt naar landen waar
hij zich voordoet alsof hij alles weet en kan en doet
en zegt dan eventjes kort hoe het daar
van nu af moet

En als hij thuis komt in zijn witte huis
klopt hij zich op de borst en twittert
dat niemand eerder het zo deed
Zo goed! Zo goed!

Hij komt vast nog in het Guiness Book Of Records

Heb je hem nog gekend toen hij matrassen verkocht
en ze persoonlijk uitprobeerde en signeerde?
Het was toen al een fantastische buitengewone man
die vent
met de grootste know how ter wereld
en reken maar
dat het hele universum dat nu weet
en dan kijkt hij blij met zichzelf
en voldaan naar het nieuws
en dan twittert hij en twittert hij
hij twittert dag en nacht
hij schittert als hij twittert

Ze beschermen hem
die mensen die zomer/winter zonnebrillen dragen
strak in dat kreukloze zwarte pak
door moeder de vrouw gestreken

Maar wat kun je beginnen
tegen het monster vanbinnen?

PRISON

'Rino, er is man die kerstboom wil'.
'Een kerstboom...? Nu?'
'Ja, nu Rino, de man vraagt of wij hebben.'

Ik loop mee met Bilal. We komen bij de huisraadafdeling waar de man inmiddels enkele trappistenglazen heeft verzameld.
'Ge viend ier toch ook n twodde ee!'
'En ge zyt up zoek noa ne kerstboam?'
'Joak, géen te groatn, zoa éen van appeuprés ne meternoalf.'

Normaal verkopen we alleen maar wat er in de winkel staat. Iedereen is op zoek naar iets en moesten we op iedere vraag ingaan dan komen we nooit aan ons werk toe. Net zoals we ook niet opbellen als een bepaald artikel binnenkomt, zoals die plaat van Guido Belcanto, een metalen net van een meter tachtig, oude ringmappen van Esselte, een houten kader met ontspiegeld glas...
Maar soms heeft een klant ons te pakken.

'K goa ne kée goan zien...'

Nu loop ik voorop. Bilal volgt. We gaan naar de zolder waar we de seizoensgebonden producten opsparen. Valentijn. Pasen. Schoolgerief. Halloween. Kerst.
'Waarom Rino? Waarom nu kerstboom?'
'Ik weet het niet Bilal. Misschien wil de man zeker zijn van z'n exemplaar?'

Op de zolder vinden we enkele bomen. Er staat nog niet veel in onze kersthoek. Het merkwaardige is dat het kerstgerief pas echt binnen begint te stromen als we de kerstperiode naderen. Mensen die vorig jaar nog geen idee hadden maar nu tot hun eigen verrassing besloten hebben om hun kerstuitzet te vernieuwen.

Uiteindelijk vind ik een exemplaar van zo'n anderhalve meter hoog. De boom bestaat uit twee stukken die in elkaar klikken. In de groene plastic takken zit metaal zodat je ze naar eigen smaak kunt verbuigen. Er is ook een plastic voet.
Alles reukloos en levenslange garantie op het behouden van de... naalden.
De man glimlacht als hij ons met het zielloze ding ziet komen.
'Tis perfect! En oevele kost dadde?'
'Zeevn euro.'
'Skitterend!'

Niet alleen de andere aanschuivende klanten maar ook Djetenin kijkt verbaasd als de man de boom op de winkeltoog legt. Bilal wrijft toekijkend over zijn kin zoals hij altijd doet als iets dat hij niet begrijpt zijn aandacht opeist.
'Zeevn euro ee de chef gezeid.'
'Mesjzeu! Is nog maar juni! Nu al kerstboom zetten?'
'Tis voe in myn veugeliëre' zegt de man. 'K goa da an de meur vyzn zodoanig da de veugels up de takkn kunn zittn.'

In de pauze hebben we het over de volière. Eerst moet ik uitleggen wat het precies betekent. Een enorme vogelkooi, groot genoeg zodat de vogels kunnen rondvliegen. Met gaas afgesloten zodat ze niet kunnen ontsnappen. Omdat er mensen zijn die veel van vogels houden en ze daarom in een kooi steken. Zodat ze ernaar kunnen kijken wanneer ze daar zin in hebben.
Bilal knikt, 'In Syrië ook Rino' zegt hij. 'Daar omdat vogels mooie geluid maken. Maar waarom kerstboom?'
Hij kijkt me aan, wrijft over zijn kin.
'Zodat de vogels op de takken kunnen zitten.'
'Heeft man geen echte boom?' Hij geeft niet op, wil het begrijpen.
Ik steek de schouders op.

'En gaan vogels dan...' Hij brengt zijn handen bij elkaar en maakt een kommetje.
'Nest maken?' vraag ik. Hij knikt.
'Misschien.'
'Is raar Rino. Nest in plastic kerstboom.'
We moeten allebei lachen bij de gedachte.
Maar Djetenin lacht niet.
'C'est une prison mesjeu Rinol' zegt ze kwaad.

'Une prison!'

CUTTING EDGE: DE 10 BESTE STRIPS VAN HET VOORJAAR 2017 DOOR TOM STESSENS

Zie hier de beste 10 strips van het voorjaar 2017! Vijf Nederlandstalige en vijf vertaalde, allemaal geweldig. Absolute aanraders voor wie nog wat extra vakantieliteratuur zoekt.

NEDERLANDSTALIG

'Iedereen op Claudia' (Sam Peeters)
Dit kan choqueren – afhankelijk van wat je als lezer of als mens gewoon bent – maar ergens past het. Misschien heeft Peeters het door, misschien is dat de les, de waarheid en het genot van deze strip: zonder vettige seks is er geen liefde en geen mens.


'De zwerver' Maarten De Saeger
Met 'Mijn begrafenis' leverde de in Gent residerende stripauteur Maarten De Saeger in 2015 een pareltje van een debuut af. Twee jaar later is hij terug met een nieuw boek onder de arm, waarmee hij zijn status van toptalent bevestigt: ‘De zwerver’.


'De kronieken van Amoras 1: De zaak Krimson #1' (Marc Legendre & Charel Cambré)
'De Kronieken van Amoras’ begint even overdonderend als ‘Amoras’, met indrukwekkend tekenwerk van Charel Cambré en een snelle opeenvolging van slimme scènes door Marc Legendre. Een geslaagde start van wat nu al een intrigerende trilogie belooft te worden.


'Little England 1: Ruby' (Jean-Claude van Rijckeghem & Thomad Du Caju)
Je leest en je geniet. Onvoorwaardelijk, want dit verhaal heeft je meteen mee. Een strip van het grote avontuur - 'Little England 1' is het veelbelovende begin van wat hopelijk een langlopende reeks mag worden.


'Altijd ergens oorlog' (Rino Feys & Jimmy Hostens)
Een strip  die verscheen in laatste dagen van 2016, en daarom één van de beste is van de eerste van 2017. Bij Cutting Edge is dat perfect mogelijk. 'Altijd ergens oorlog' vertelt over De Groote Oorlog.  Ondanks de vele andere strips, gesitueerd in hetzelfde conflict, slagen tekenaar Jimmy Hostens en scenarist Rino Feys er in dit verhaal vanuit een originele en uiterst boeiende invalshoek te vertellen.

 

VERTAALD

'Leve de branding!', (David Prudhomme & Pascal Rabaté)
Leve de branding!’ leert je kijken, zien, horen en luisteren. Het fascineert, is een verslaving, een meesterwerkje. Zonder grote woorden vat het de essentie - hoe alles, simpelweg, hilarisch normaal is.


'Undertaker 3: De reus van Sutter Camp' (Ralp Meyer, Caroline Delabie & Xavier Dorison)
We wagen ons hier op glad ijs, maar misschien wordt deze ‘Undertaker’ toch nog beter dan Blueberry?


'Gegijzeld' (Guy Delisle)
Delisle bewijst zich nog maar eens. 'Gegijzeld' is gigantisch, groots en tegelijk klein. Het verhaal van één gegijzelde, waarin een hele wereld schuilgaat: geen politieke maar een menselijke. Een leven op papier, een moment getekend, een strip die je wijzer maakt.


'De avonturen van Lucky Luke naar Morris 2: Jolly Jumper antwoordt niet meer' (Bouzard)
Lucky Luke volgens Bouzar, oftwel: "Luke, de man die het in zijn hoofd haalde om op zijn schaduw te schieten”. Een heerlijke pastiche op de overbekende reeks. Als het niveau van deze hommage-albums zo hoog blijft, zien wij er graag nog een heel pak meer verschijnen.


'Het verslag van Brodeck 1/2: De Anderer' (Manu Larcenet, naar Philippe Claudel)
Pikzwart is een goede omschrijving voor zowel de vertel- als de tekenstijl van ‘Het verslag van Brodeck’. Manu Larcenets nieuwste is een duistere, indringende, confronterende strip - misschien nu al de beste van het jaar.

VERANDERD

Ka der oal van hoard. Dat n zoa veranderd wos. Dat ne héeln n andern wos. Dat n der bykan nie mée up geléek. En k an vaneigns nie erkend, toen da k èm zoage.
Je kwam kykn noa de tentoanstellinge in Brugge woa dat r wok werk van Greet stoend. T wos de latsn dag.

Je kwam binn, Greet zei 'Moa hey!' en je lachte en kwam dichtre. K peisde éest nog dat n twien van eur werk wos. Moa je zei 'Dag Rino!' en ton moeste k nog ne kée goe kykn.
Moa godverdomme! Wos dat èm? T wos nie te geloovn! Echt, en k voene èm bykan nie mée were!
Zukne snelle vint dat r ier stoend! Myn erte makte ne sproeng. Pas up, vroegre wos da wok ne skoane joengne, moa nu wos t echt n prente! K moeste peizn up Clark Gable. Of up Errol Flynn. Up George Clooney in 'Monuments Men'. Ja, zukne klassieke karakterkop dus.


K wiste nie sebiet wuk zeggn, zoa van myne melk woare k! Kej dadde; ge wit dat t ambetant is en toch kuj niet loatn van kykn.
'Da snorreke is moa tydelijk wei' zei t ne. Voe n rolle dus. Ja, t is wok nie roar da zukn twien acteur is.
'Is da de catalogus?' vroeg ne. Moa je gienk éest ne kée roend kykn.

N ende loatr zoage k èm loopn in de verte. Kykn noa n skildery. Stille stoan by n beeld. Myn oogn an in tussntyd n bitje kunn wenn. Lik uj van n doenkern in de kloarn komt. K begoste were te zien. K erkende èm zels ool n bitje! Oe da ne mins toch kan verandern.
En da oole molle mè n bitje te vermoagern. N serieus bitje!