vrijdag 25 januari 2019

DE GROTE MAGELHAENSE WOLK

Het jaar 2019 is onder een slecht gesternte begonnen. Terwijl steeds meer mensen om me heen het nieuws afzweren en er luidop van dromen om zich, net als Captain Fantastic, af te keren van de krankzinnig geworden wereld, lijkt de ondergang van onze planeet nog slechts een kwestie van tijd. De mensachtigen gaan onverminderd verder met het elkaar de aardbol rond zo zuur mogelijk te maken en indien mogelijk te verdelgen, waarbij alles wat ze op hun weg aanraken, of waar ze dankzij onze moderne technologie bij kunnen komen - van hoog in de ruimte tot diep in de aarde - leeggeplunderd, vergiftigd, voor dood achtergelaten en in een vuilnisbelt herschapen wordt. Business as usual, en tot zover niets nieuws onder de zon.
Ondertussen nemen, geluidloos, als in een vaccuum, de aanwijzingen toe dat er een eind komt aan al het leed, en dat we straks met zijn allen naar de eeuwige jachtvelden verhuizen. Niet dat ik me met Nostradamus wil meten, of met een andere orakel, maar naast het paginagrote fakenews in de kranten lees ik ook de kleinere kolommen - met des te meer interesse - het nieuws dat in de hoekjes weggemoffeld wordt en net daarom des te verontrustender is. Dit is het nieuws waarop niemand zit te wachten, want vrij van religieuze, economische en politieke doeleinden. Of Apollo nog aan toe: het nieuws dat je niet wilt verzinnen en waar niemand omheen kan!
Het bewuste stukje wees op een heel andere strijd, eentje die zich ver boven onze hoofden afspeelt. Want naast de mensen die, tijdens slapeloze nachten dwars doorheen dat zwaar vervuilde luchtruim naar de sterren staren - vol heimwee naar hoe-het-ooit-eens-was - zijn er ook nog diegenen bij wie deze hobby enigszins uit de hand gelopen is, en er hun brood mee verdienen.
Het betreft de astronomen van de Universiteit van Durham. Deze verzienden ontdekten namelijk dat er een grote donkere wolk boven onze melkweg hangt, die trouwens niets te maken heeft met het paadje over het land dat ik als kind dagelijks heen en weer nam naar de boerderij waar mijn beste vriendje destijds woonde, en wiens oudeheer mijn meegebrachte kit iedere keer weer vulde met een liter of twee verse koeienmelk, zoals mijn vader mij destijds probeerde wijs te maken.
Het betreft de Grote Magelhaense Wolk die om en bij de vijftien miljard sterren omvat, en waarvan al langer bekend was dat ze plannen had om hier eens op visite te komen.
De sterrenkijkers waren er aanvankelijk nogal gerust in dat we er met hooguit een bluts of een buil vanaf zouden komen; het gezegde ‘traffic in heaven is overestimated’ hangt in het universiteitsgebouw niet voor niets in Durham oak gebeiteld boven de deur naar de aula. Daarmee wordt bedoeld dat er naast die sterren binnen de Grote Magelhaense Wolk - net als in ons sterrenstelsel - nog onmetelijk veel plaats over is, en dat het wel zou moeten passen mocht het tot een treffen komen, en dat het er nu eens echt om zou moeten doen enz..
Tot het tot één van de wise guys doordrong dat al die lege ruimte bedrieglijk is, want alle sterren worden omgeven door zwaartekracht en het is precies deze drukkende leegte die de slaap van het zwarte gat diep in onze melkweg zou kunnen verstoren. De slechte reus die met een razende honger wakker wordt, zeg maar, en die je niet aan je tafel wilt.
Want éénmaal zo’n zwart gat hemellichamen begint te vreten, is het einde zoek. De Magelhaense kanjers worden dan tegen hun zin en vaak met zware trauma’s onze melkweg ingekeild, en we weten ondertussen allemaal wat er gebeurt met nieuwkomers die ons terrein binnendringen, ook al kunnen ze het niet helpen en zijn ze naar eigen zeggen maar op doorreis.
Het gezegde ‘van je melk zijn’ ligt hier voor de hand aangezien deze sterren zich verplicht zien zichzelf opnieuw uit te vinden, en hun baan moeten zoeken om zich aan te passen aan de grillige gravitatie van de populatie binnen ons sterrenstelsel waar de drukte op dat ogenblik razendsnel toeneemt, een verkeersgekte waardoor de kans op een botsing hier of daar op dat moment met de minuut toeneemt. De grootste vrees gaat uit naar de zon want o wee wanneer onze teerbeminde lichtster één van de klappen vangt, dan is de ellende niet te overzien.
Volgens de presbyopen of kosmosanalisten is dit alles niet eens zover gezocht, en bestaat er zelfs een kans dat het zonnestelsel hierdoor uit onze melkweg gecatapulteerd wordt.
Resultaat: Winter is coming!
Aangezien de zon zich ongeveer honderdvijftig miljoen kilometer van de aarde bevindt, zou het een kleine tien minuten duren vooraleer het onmogelijke tot ons doordringt en de eeuwige nacht valt. Bij heldere nacht zouden we nog sterren kunnen zien, maar de planeten verdwijnen. De aarde draait dan enkel om zijn as, waardoor er geen seizoenen meer zijn. De zee houdt de warmte nog even vast, maar elke dag wordt het kouder, en de temperaturen dalen algauw tot onder het vriespunt. Het begint te sneeuwen en na een week bedraagt de gemiddelde temperatuur min dertig graden. De ijsvlaktes in het barre noorden beginnen een veroveringstocht, en trekken naar het zuiden. Daar vallen de eerste slachtoffers terwijl de zee overal dichtvriest. Traag maar zeker veranderen mensen en dieren de aarde rond in ijssculpturen. De temperaturen blijven verder dalen waardoor ook de atmosfeer, noodzakelijk voor alle leven op aarde, tenslotte bevriest. Amen en uit.
De termijn waarop dit alles wordt voorspeld, misrekeningen niet inbegrepen, bedraagt naar schatting twee miljard jaar - qua vooruitzienheid best wel indrukwekkend als je weet dat de leeftijd van de aarde op vier en een half miljard jaar wordt geraamd - waardoor we nog even hebben om ons voor te bereiden. Zo liggen er bvb nog steeds mutsen, handschoenen, gewatteerde laarzen en skipakken in de kringloopwinkel in Avelgem.
Gelukkig bestaat er volgens hoofdonderzoeker dr. Marius Cautun van het Computational Cosmology instituut een redelijke kans dat we ongedeerd uit deze botsing zullen komen.
Hoera!
Dus duimen maar...

AAI

Ik zat tot over mijn oren in een aaiweb verstrikt
Geef toe: het kan eenieder overkomen
Maar ze was onverzoenlijk, hield het been stijf
Een aai voor een aai zei ze, en vertrok
De aaiplaatjes heb ik op een aaipod gezet
Aaifoto's kwamen in een aaiboek terecht
Eentje verschijnt als mijn aaifoon oplicht
Op een pieker moment onze aaifilms gewist
Het is te laat, ze aait nu iemand anders
Alsof ze me in haar hoofd heeft uitgedraaid
Onophoudelijk lekt er aaivocht uit m'n ogen
Een aai voor een aai zei ze, en nu doet alles aai

DEPRESSIE

Echt, depressief word ik daarvan… Je zou eigenlijk bijna hopen dat er iets met je oren is! Maar toen merkte ik dat er dan ook iets met mijn ogen moest zijn, want Knack Avond plaatste het als kop in zijn nieuwsbrief… Seksistisch, antisemitisch, racistisch, nationalistisch, homofoob… Terwijl ik naar het werk reed vernam ik dat Salvini aan een grote fractie werkt van rechtse Eurosceptici in het Europees parlement en vanavond, onderweg naar huis, dat Dries Vanlangenhove onafhankelijk lijsttrekker wordt voor het Vlaams Belang. Ze worden door links als een bende onnozelaars afgedaan maar ondertussen is Vanlangenhove’s beschermheer Theo Francken wel de man van het jaar in Humo… Ze vermommen zich niet eens, deze vaandeldragers van het fascisme! Wat een sombere, donkere dag…

VREEMDELING

Het was nog niet helemaal tot me doorgedrongen waar ik terecht gekomen was, daar, in de kringloopwinkel; tussen de spiegels en de kaders, de jurken en de broeken, de bedden en de kleerkasten, de boeken, de dvd’s en het vinyl, de Singer naaimachines, de soepterrines, en het charmante servies in wit glas met oranje en rode bloemen van Arcopal. De mens in al zijn facetten en verschijningsvormen; van links naar rechts, van boven tot onder, van oost tot west. Ik was vijfenveertig maar het voelde alsof ik pas kwam kijken, alsof ik nog niets had meegemaakt.
Nochtans had ik al een heel parcours achter de rug.
Om te ontsnappen aan het fabrieksleven was ik samen met mijn vriendin een eetcafé begonnen. In een vorige leven zelf kroegtijgers, wisten we ons meteen verzekerd van een cliënteel; familie, vrienden en kennissen kwamen de nieuwe stek verkennen en het woord verspreidde zich razendsnel. Langzaam vielen diegenen wie het schoentje niet paste weer af, en werden vervangen door een groep trouwe bezoekers. We voelden ons geen loonslaven meer, voor het eerst beslisten we zelf.
Maar op den duur kenden we onze pappenheimers, de weken bleken een aaneenschakeling van telkens weer hetzelfde en onze wereld werd steeds kleiner. We raakten uitgekeken op de formule en we hadden allebei nog zoveel andere plannen.
Tenslotte lieten we de zaak over en ik belandde in een boekhandel. Het was een oerknal in mijn hoofd. Had er zich in het café de afgelopen jaren een tergend trage implosie voorgedaan, dan was er hier vanaf dag één sprake van een explosie waarbij ik me bij het mondingsvuur bevond. De grote thema’s van het leven passeerden aan een razend tempo de revue. Dag na dag kreeg je zowel oude filosofen als grensverleggende theorieën op je bord. Iedere dag duizend en één boeken over het meest onbeduidende als het allerbelangrijkste. Dode schrijvers - waarvan zelfs de botten allang waren weggeteerd - die wedijverden met de levenden om mijn aandacht. Schrijvers die voor een boekvoorstelling met de plooifiets van het station kwamen, of hun appelblauw zeegroene Alfa Romeo met de vleesroze lederen binnenbekleding parkeerden voor de winkeldeur.
Toen ik na enkele jaren, omwille van tegenvallende verkoopcijfers, verslagen afscheid nam, was ik er van overtuigd dat het beste nu voorbij was.
Terwijl het gewoon de volgende logische stap in mijn eigenste evolutie bleek te zijn. De opgedane mensenkennis in het café, en de hogeschool via de letteren die erop volgde, zorgden dat ik, verrassend genoeg, net voldoende in huis had voor wat moest komen.
Omdat ik uit het boekenvak kwam, werd ik meteen tot boekenexpert gebombardeerd. Dat betekende dat ik me, naast mijn taak als begeleider en winkelverantwoordelijke, mocht bezighouden met het optimaliseren van de verwerkingssystemen in het voordeel van de verschillende winkels in onze regio.
Ondertussen werd ik bedolven onder de verhalen, zozeer dat het een tijdje duurde voor ik de zaken kon plaatsen. Er was zoveel dat ik niet wist waar te beginnen.
Maar gedurende dat eerste jaar was ik getuige van een gesprek tussen twee hoogbejaarde dames waar ik nu nog geregeld aan terugdenk.
Ik herinner me dat de ene met een wandelstok liep, en een donkerbruine bontmantel om had, terwijl de andere een zwarte bontmantel en een bijhorend hoedje droeg.
Ik was in de huisraadafdeling bezig met het herinrichten van het glazenrek. De nieuwe Afghaanse medewerker raakte geen wijs uit de champagne-, cocktail-, bier- en wijnglazen en had er een zootje van gemaakt. Het tweetal schonk geen aandacht aan me, alsof ik deel uitmaakte van het interieur.
'Hij deed thuis niets anders dan schrijven. Nooit heeft hij me ergens bij geholpen’, zei de dame met de wandelstok.
‘Hij trok zich ook nergens iets van aan. Het papierwerk, koken, schoonmaken, alle dagdagelijkse beslommeringen: het was allemaal voor mij. Net zoals de opvoeding van de kinderen. Voor hen was hij bijna een vreemde. Een vreemdeling die in ons huis woonde. Doktersbezoeken, schooloverleg… De één moest naar de sportclub, de andere naar de academie. Ik holde van het een naar het ander, deed ondertussen boodschappen en moest daarna ook nog het hele huishouden voor mijn rekening nemen.’
‘Ja, zo was dat vroeger. De vrouw stond helemaal alleen in voor het huishoudelijk werk’, beaamde de dame met het hoedje. ‘Gelukkig is er vandaag de dag één en ander veranderd, hoewel het, als puntje bij paaltje komt, nog steeds de vrouw is die aan het kortste eind trekt.’ De dame met de wandelstok knikte.
‘Het ergste was dat hij vond dat hij zich dat mocht permitteren. Omdat hij ging werken, en zijn loon afgaf. Daarom moest ik voor hem zorgen. Moest ik voor iedereen zorgen. Maar wie zorgde er voor mij?’
Ze keken elkaar niet aan terwijl ze praatten maar stonden gewoon naast elkaar, met hun rug naar me toe. De dame met de wandelstok wees naar een stapel borden, ‘Bavaria?’ De dame met het hoedje nam er eentje van de stapel, keek naar de onderkant en schudde haar hoofd: ‘Seltmann’.
‘Vandaag gaan ze van hun man weg, maar in die tijd was dat geen mode. Vooral niet als je kinderen had. Als gewone huisvrouw zonder inkomen kon je nergens naartoe’, zei ze terwijl ze het bord terugzette.
‘Dus hij kwam thuis, zette zijn brooddoos en zijn lege thermos bij de afwas en verdween naar zijn werkkamer tot het eten klaar was. Na het eten vertrok hij weer met stille trom naar zijn schrijftafel.
Omdat hij verschrikkelijk luid snurkte sliepen we al van in het begin van ons huwelijk apart. Dus zag ik hem 's avonds enkel tijdens het eten aan tafel. Ik keek in mijn eentje naar televisie, en ging alleen naar bed. 's Morgens, toen de kinderen al klaar stonden om naar school te gaan, kwam hij naar beneden, nam zijn jas en vertrok, zonder zich ook maar om iets te bekommeren. Hij nam ontbijt op zijn werk.
In het weekend was hij evenmin te bespeuren, behalve als er eten op tafel stond. Ik vroeg mij vaak af wat hij daar eigenlijk allemaal uitspookte, in die werkkamer. Maar om de zoveel tijd kwam hij met een boek tevoorschijn. Een boek in een groot formaat dat hij helemaal met de hand volgeschreven had, in dat kleine, onleesbare handschrift van hem. Met een lederen band eromheen. Hij kocht die boeken in een winkeltje in Antwerpen. En dan begon hij opnieuw. Honderden lege pagina’s waarin hij met een potlood lijntjes trok en die hij dag na dag vulde met woorden.’
Ze kwamen bij het rek met aardewerk.
‘Waarover schreef hij dan?’
‘Ik heb er geen idee van. Over de dingen die hem bezig hielden zeker? Hij had in elk geval geen ambitie om die boeken uit te brengen. Want voor zover ik weet, heeft hij geen enkele uitgeverij benaderd. Hij schreef ze en zette ze daarna in de glazen kast in de woonkamer. Hij was er heel trots op en beschouwde die boeken als zijn levenswerk.
Ondertussen gleed ons leven voorbij, de kinderen zetten hun eerste stapjes, deden hun eerste communie, hun plechtige communie, studeerden af, vonden werk, leerden iemand kennen, gingen samen wonen en verdwenen uit ons huis. En kregen zelf kinderen waar ik geregeld voor mocht zorgen. Een aantal van hen heeft nu ook al kinderen.
Toen we vijftig jaar getrouwd waren, kwam iemand van de krant voor een foto. Hij wilde hij dat we voor de rij boeken die hij geschreven had, gingen staan. Maar de camera flitste en door de reflectie in het glas van de kast was er op de foto in de krant niets van de boeken te zien.’
De dame met het hoedje grinnikte.
‘Kort daarop kreeg hij een hersenbloeding terwijl hij in zijn werkkamer aan het schrijven was. Ik vond hem ’s morgens in zijn kamer. De dokters zeiden dat het een wonder was dat hij nog leefde. Maar hij bleef verlamd aan zijn rechterkant. We lieten een ziekenhuisbed in de woonkamer plaatsen. Daarom moest één en ander plaats maken. Zo ook de kast met de boeken. Gelukkig was hij nog in het ziekenhuis toen ik de boeken uit de kast haalde en in dozen stak. Die zette ik in de garage.
Uiteindelijk mocht hij terug naar huis. Twee jaar heeft hij in de woonkamer gelegen. Gelukkig kwamen ze hem ’s morgens wassen en verversen. Zijn toestand verbeterde niet, integendeel. Hij vroeg geregeld om zijn boeken, op het laatst bijna elke dag. Of hij ze nog een keer mocht zien. Ik zei eerst een hele tijd dat ik ze boven had laten zetten, en dat ze te zwaar waren voor mij om terug naar beneden te brengen. Tenslotte heb ik hem opgebiecht dat ik ze naar het containerpark heb gebracht.’
‘Oh!’ Van ontzetting liet de dame met het hoedje het plastieken vergiet dat ze toevallig in haar handen had, vallen. Het ding stuiterde tegen de grond, recht omhoog, en met een handige zwaai had ze het ding weer te pakken.
De dame met de wandelstok grijnsde.
‘Ik zei dat ik ze één voor één in de container met papier had gegooid. Die grote arrogante man lag in dat bed te huilen als een kind. En hoe erg dat ook kan klinken maar het raakte me niet. Het deed me niets. Ik had geen gevoelens meer voor hem. Hoe sneller hij dood was, hoe beter. Want hij was gewoon een blok aan mijn been. En het heeft ook niet lang meer geduurd. Toen hij wist dat zijn levenswerk vernietigd was, leek zijn leven voorbij. Hij sprak niet meer, at niet meer, en is gewoon doodgegaan, op een nacht, in dat ziekenhuisbed. Ik heb het huis verkocht en alles wat erin stond van de hand gedaan. Ik heb het hele verleden van me afgegooid, wou er niets meer mee te maken hebben en ik voelde me opgelucht. Het is nu tien jaar geleden en het zijn de tien beste jaren van mijn leven geweest. Ik ben nu zesentachtig, en gelukkig in mijn serviceflat.
En die dozen met boeken? Die stonden nog altijd in de garage. Toen we het huis leegmaakten, heb ik ze zelf bij het papier gezet.’

VIDEOCASSETN

'De kringloopwinkel in Avelgem, met Rino!'
'Allo, is t mè de kriengloopwienkle?'
'Joat, mè Rino van de kringloopwienkle in Oavelgem!'
'Oh meneer, kée n twuk vrée ergs gedoan… Tis verskrikkeluk! Ge goa my moetn elpn...'
'Ja madam, t goa wel zoa erg nie zyn zeekre? Allez, zeg ne kée, wuk is t er gebeurd?'
'Ort meneer, myne vint is styf ziek en lig èm in de klinieke… En ze zeggn dat n verzekers nie mée noa ruus goa meugn komm...'
'Oeie madam, dat is nie goed...'
'Nint, moa t is da nie da k wilde zeggn... Kée echt nie skoane gedoan! K weete nie wuk dat r my bezielde... T is zoa triestig! K durve t byna nie vertelln, zoa erg is t!'
'Moamoamoa madam, k ée k ik ier ool vele hoard wei! K verskiete k ik nog nie te rap!'
'Ja, myne vint, j is èm groate liefebber van films en je pakt èm nog oalsan up mè ne videospeler. Je doet da verzekers ool dertig joar! En die videocassetn eet n èm genummerd en doa ne boek van gemakt woarin da j ooles kun werevienn...'
'Ja?'
'Moa kée k ik de groate kuus gedoan en met da ze zeijn dat n nie mée noa ruus gieng komm, ee k ik dat ool vergoard en by junder binn gebrocht! Diene videospeler en ool die cassettn! K peisde k ik, je goat èm doa nie van moakn… Tommetoch née! K an ze nog nie helegans ofgezet of k begoste ool spyt t krygn! En oe méer da k derup peizde, oe zekerder da k woare dat n der olyk gienk van moakn! En k begoste k ik zukkn skuld gevoel te krygn! En ak nu nog gezweegn moa kée k ik èm da ton verteld! Da k héel zyn colleksje weggedoan ee en je begost èm te scréemn en te scréemn! Zukn froaie vint! En joent èm ool héekn zoa sterk! Oe stom van my! Wuk ee k ik éegluk gepeist? Ke kunne k ik toch nie anders ee menére? K goa k ik da moetn komm weeroaln!'
'Wonnéer zoej da binn gebrocht éen madam?'
'Verleen weke dunderdag...'
'Verleen weke dunderdag! Oeieioei madam, t is méer dan ne weke geleen!'
'Hajah, kée kik da nog moa gistern durvn vertelln an èm...'
'Moa madam, dat is ier ool lange weg wei!'
'Oe dat is ool lange weg! Ool die cassettn, da kan olyk nog nie verkocht zyn?'
'Ba nint, madam, zukke zelf upgepakte cassettn meugn wyder zels nie verkoopn, da vlieg vannéeste kée in n bak mè multistroam! En diene videospeler is wok noa t containerpark! T zyn moa dedee woa dat er ne dvd speelre by zit, da we nog noa de wienkle briengn, en ton nog! Da verkopt nie mée madam, wien eet r nu nog videoos...'
'A moa mins toch, en gee gyder dat ool weggesmeetn, moa wuk goa k ik doen, ke kunne k ik da toch nie zeggn teegn èm, ool zyn werk, j is ter héel terte van in, zukkne goe vint, wuk ee k ik toch gepeist, mè myn klytoarn!'
'Ool da j gy kunt doen madam, is noa de kringloopwinkels goan, en kykn u ze doa dvd's een van die films dat j ne vint a upgepakt. Ge kun ze doa koopn an ne n euronoolf of twée euro, en mè n bitje sjanse een ze ier of doa ne dvdspeelre stoan…'
'T is géen woar ee… Wukn rampe, wukn rampe! J at èm n héele videotheeke, oenderden films! Wuk moe k ik zeggn, wuk moe k ik zeggn? Ke durvn èm oast nie mée oender oogn komm… J is doa zielinge an t doagoan en k pak èm ton nog zyn liefebbery of wok! Zukne goe vint! Ik goa doavoarn gestraft wéern, k zyn t zeekre!'
'Kom madam, ge moe nie overdryvn ee! T akkoard, t is nie skoane moa t zyn oede videocassettn, en t zyn géen goudne ee? En met n digitoale tilleviesje smytn de minsn n dag van vandoage ool under dvd's buutn! Mè n bitje sjanse vienn j in de kortste kéern t éen en t andre up dvd! Ee? Madam? Madam? ALLOO? MA-DAM?...'

dinsdag 1 januari 2019

LATSTE MINUUTE

De latste joarn bléevn de vintn geweune zittn
en up n deur stoend der niemand mée rechte
En eindluk wos t zoaverre: de latste minuute
Were n joar da w overleefd an
T vierwerk klabbedderde ool in de verte
moa up VTM woarn z nog an t oftelln
Vuufoenderdvuufntwintigduusdzesoenderd!
En dat r doa toch ne kée éen van
joene latsn goa zyn

maandag 31 december 2018

NIEUWJAAR

'Ga jij nieuwjaar vieren Wahid?'
‘Ja’, zegt hij, en knipoogt waarbij hij duim en wijsvinger van zijn rechterhand op een millimeter van elkaar houdt.
‘Maar klein feestje. Thuis, met vrouw en kinderen.'
Een weemoedige glimlach sluipt in zijn gezicht.
'Vroeger, in Bagdad, altijde grote feest! Mijn papa was head of family en iedereen kwam bij ons. Héél lange tafel met zestig, zeventig mensen!
De hele avond eten, drinken, en zingen. Veel muzikanten in mijn familie. Wij spelen om beurt op darboeka, ney en oud. En daarna dansen! In mijn familie dansen we veel. Wij gingen niet slapen. Dansen op disco music, James Brown, Michael Jackson, tot 's morgens vroeg!'
Zijn gezicht straalt bij de herinnering.
'Kijk,' hij komt lopend naar me toe, ‘this is my family.'
Op het scherm van zijn gsm zie ik een grote groep mensen, misschien wel veertig, vijftig personen. Vrolijke meisjes in kleedjes en glunderende vrouwen in uitbundige jurken. De oudere mannen hebben zware, ondoordringbare snorren en dragen duur uitziende maatpakken, de jonge mannen lopen er losjes bij met opgerolde hemdsmouwen, en een dun, donker lijntje op de bovenlip. Iedereen is op zijn best.
Een grote woonkamer, luxueus ingericht met een overdadig gedekte tafel op de achtergrond. Onderaan, in het midden, het grote, overbelichtte gezicht van een jongeman. Hij staart naar iets net onder de camera. De anderen achter hem, veel kleiner en in de diepte, kijken lachend op - vanuit een nieuwjaarsnacht jaren geleden in Bagdad - naar mij, hier vandaag in de keuken van de kringloopwinkel in Avelgem.
Wahid zoomt in, en ik zie hem plots zitten, een stuk jonger, nog in het bezit van een volle donkere haardos. Hij zit gehurkt op blote voeten op een bankje en kijkt als enige niet naar de camera. Een knappe jongeman, net een filmster, nog onwetend over het onheil dat hem de komende tijd te wachten staat.
Wahid glimlacht verlegen en scrolt over de foto.
'Kijk, this is my uncle. Hij is dood. Vierenveertig jaar. Hij is op een bom gestapt. En dat hier is mijn papa, they executed him… En this my brother, he was killed in a car bomb explosion. En dit is mijn schoonzus. Waar wij wonen in Irak, Amerikanen komen al te tijd binnen lopen. Zij gooien de deuren open en stormen met machinegeweren binnen, klaar om te schieten. En dan zij weer weg. Mijn schoonzus was zo geschrokken dat ze iets aan haar hart kreeg. She was twinty-seven! Veel mensen dood op deze foto…’
Hij draait zich om en loopt naar zijn plaats aan tafel.
'Mijn mama wil nieuwjaar niet meer vieren. Veel te veel mensen dood. Zij denkt al te tijd aan al die mensen.'
Hij haalt de schouders op.
'En hier... Wij hebben geen familie, no friends… Wij gaan beetje eten en televisie kijken.'
Hij zucht.
'My head... Altijd denken.. I think it will explode! Met nieuwjaar ga ik drinken, something strong… For my head!’

zondag 30 december 2018

DE HEILIGE RITA

De kleine Afghaanse kassamedewerker kwam naar me toe met een belachelijk groot heiligenbeeld in zijn armen.
‘Geen prijs op Maria.’
‘Hela, een beetje respect! Dat is Maria niet!’
Het protest kwam van een oudere man met een pet, die met enkele borden onder zijn arm z’n beurt stond af te wachten. Het was de laatste dag van het jaar dat de winkel open was, en het leek alsof iedereen nog snel dat door alle anderen over het hoofd geziene, prachtige cadeau voor geen geld wou vinden.
Het gerief dat de mensen hier de afgelopen weken hadden afgezet, en dat eerst nagezien, eventueel afgewassen, geprijsd en tenslotte in de winkelrekken was beland, maakte nu triomfantelijk de bocht terug naar buiten.
Ook onze Oxfamafdeling draaide op volle toeren. Maar dat had een andere oorzaak: daar kwam men de aflopende cadeaubonnen inruilen voor volle dozen wijnflessen.
'Dat is de heilige Rita, de patrones van de hopeloze gevallen. Je roept haar pas aan als er echt niets anders meer op zit… Als iemand dit beeld nodig heeft, mag je er niet veel geld voor vragen!'
Het jonge stel naast hem was duidelijk nog steeds aan het twijfelen of ze het beeld al dan niet gingen kopen. Zijn interventie leek hun koopzin geen goed te doen. Ze zagen er dan ook allesbehalve hopeloos uit.
'U beweert dat het de heilige Rita is? Hoe weet u dat?'
'Zie je dat kruis met de Christusfiguur die ze zo teder in haar armen houdt, met al die rode rozen eromheen? Kort voor ze stierf - ze lag al op haar sterfbed - als ik me niet vergis was dat halverwege de vijftiende eeuw, wilde ze middenin de strenge winter een roos uit haar tuin. We weten dat dit onmogelijk is. Maar zoals zoveel dingen die Rita wou, kreeg ze haar zin. Want op zekere morgen kwamen mensen van heinde en ver door de sneeuw om te kijken naar dat wonder in haar tuin: de rode rozenstruik stond in bloei!
Vandaar dat mensen die hopeloos zijn, de heilige Rita om hulp vragen. Mijn vrouw is erg gelovig en zij heeft voor alles en nog wat wel ergens een beeld van een heilige bij ons thuis staan tot wie ze zich kan wenden in geval van nood.
Ze zag deze borden hier staan en vroeg me of ik ze wou komen halen. Maar ik zou er niet van opkijken moest ze achter mijn rug om tot de heilige Rita bidden om haar te vragen deze borden te beschermen…'
Terwijl de man de toehoorders vermaakte met zijn verhalen, probeerde mijn Afghaanse medewerker en ik om met behulp van de prijsmap een rechtvaardige prijs te bepalen.
Dat was niet eenvoudig. Om te beginnen was het onmogelijk, met de middelen die we ter beschikking hadden, om na te gaan hoe oud het beeld ongeveer was. Het was gemaakt in gips, mat ongeveer een halve meter, en droeg geen stempel. Maar het beeld was vakkundig gemaakt en van een acceptabele kwaliteit. Op het eerste zicht waren er geen stukken vervangen of gerestaureerd. Onderaan, rond het voetstuk, was er hier en daar wel wat verf verdwenen. En de kleuren zaten onder een jarenlang bijeengespaarde laag vuil; het zou best wat werk vergen om het in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. Maar voor de rest zag het er nog prima uit.
Vanzelfsprekend telden de toekomstige geluksfactoren, waar het beeld eventueel voor kon zorgen, in onze becijfering niet mee.
Het geheel in acht genomen, en rekening houdende met het minimum en maximum tarief in onze lijst voor heiligenbeelden, werd de prijs tenslotte op negen euro gebracht. Gelukkig moesten we niet elke dag een heilige naar waarde schatten.
'Ja...,' zei het meisje, 'dan gaan we het maar nemen zeker?' Ze deed geen moeite om haar tegenzin te verbergen, maar afgaande op de enthousiaste gezichtsuitdrukking van de jongen, was het duidelijk dat ze eigenlijk toch geen keuze had.
Ze betaalden en verdwenen met het beeld.
'Ze beseffen nog niet wat ze hiermee in huis halen', zei de oudere man met de borden. Hij nam zijn pet af en streek de weinige haren die hij nog had, glad.
'Lang geleden, toen mijn vrouw maar niet in verwachting raakte, lieten we ons testen. Bleek dat zij onvruchtbaar was. Ik vond het verschrikkelijk voor haar want ze wou zo graag kinderen. En het is niet dat ik gelovig ben of zo, maar omdat ik wist hoe belangrijk het voor haar was, ging ik enkele keren mee op bedevaart naar de Sint-Ritakerk in Kontich. Bij ons thuis brandden de noveenkaarsen dag en nacht, en ze bad elke dag voor het beeld van de heilige Rita, dat nu nog steeds in onze woonkamer staat. Ik herinner me dat ik het op een bepaald moment bijna ziekelijk vond.
Maar hoe dan ook, en of het er iets mee te maken heeft, of dat de dokters een verkeerde diagnose stelden, ik weet het niet en het maakt ook niets uit, want vandaag zijn we gezegend met twee zonen en een dochter, zes kleinkinderen én een zevende op komst!’
Het klonk als een laat kerstverhaal en het leverde hem enkele schouderklopjes van dichtbijstaande mannen op, en veel blije gezichten aan onze winkeltoog. En als een volleerd voetballer die dribbelend met de bal in een laatste rechte lijn naar het onbeheerde doel loopt, scoorde hij nog een laatste, zorgvuldig opgebouwde doelpunt.
‘En ik blijf erbij dat ik niet gelovig ben, maar voor de Heilige Rita doe ik mijn petje af!'

LEOPOLD II & SADDAM HOESSEIN

'Kijk Wahid, dit is geen bord om uit te eten. Dit is een sierbord. Deze borden zetten de mensen in een bordhouder op hun dressoir of in een vitrinekast. Begrijp je?’
We staren naar een bord waarop koningin Marie-Henriette en koning Leopold II staan afgebeeld. Ze zien er nog jong uit. Op de achterkant lees ik ‘Leopold II, BF, Keramis’. Die BF is afkomstig van BOCH Fréres weet ik ondertussen, de naam die de twee zonen en de schoonzoon van Jean-François Boch aan de Belgische tak van het bedrijf gaven in 1844. Na zes jaar kringloopwinkel toch al één en ander over aardewerk bijgeleerd.
‘Weet je wie die man is?'
Wahid kijkt me aan, hij lijkt wel een schooljongen tijdens een examen.
‘Dat is de tweede koning van België, Leopold II.’
Zijn ogen lichten op, alsof er een lamp in zijn hoofd gaat branden.
'Jaaa… Hij was groot probleem in Afrika! Veel mensen dood! Nog erger dan Saddam!'
'In België wordt er vooral over gezwegen, maar de rest van de wereld beschouwt deze koning als één van de grootste dictators aller tijden. Onder zijn bewind zouden er in Congo meer dan tien miljoen mensen de dood vinden door terechtstellingen, ziektes en honger.’
'Saddam dan goeie man Rino! Alleen maar 1 miljoen mensen dood!' Hij lacht eventjes, maar wordt dan plots weer ernstig.
'Waarom doen deze mensen dit, Rino? Zij straks ook dood! Waarom zoveel pijn voor andere mensen? Ik begrijp het niet...'
's Middags in keuken zit iedereen in hun gsm verzonken te eten. Wahid zet thee.
'Hoeveel huizen denk je dat Saddam Hoessein had, Rino?'
'Ik weet het niet Wahid.'
'Zeg eens, wat denk je?'
'Ik... Tien?'
'Zevenendertig Rino! Kijk hier,' hij opent zijn telefoon en zoekt op Google, 'allemaal grote huizen van Saddam, allemaal palace, kijk, bijna zelfde maar niet zelfde!'
Op de foto's zie ik gigantische, gelijkaardige paleizen. Wahid wijst op de gedeeltes die verschillend zijn.
'Zevenendertig?'
'Ja! Alleen in Bagdad! In heel Irak tweehonderd, driehonderd! Saddam wilde de grootste zijn. Groter nog dan Stalin!’
Hij schenkt zich een kop thee in, waarna hij rechtveert en weer verder gaat.
‘Maar niet 1 goede school in heel Irak! Oude gebouwen met kapotte daken. Slechte schoolbanken, slechte stoelen. Altijd zelfde oude boeken, jaar na jaar!’
Ik kijk naar Wahid die, meegesleurd door zijn betoog, als een waanzinnige voor me staat te molenwieken met zijn armen, en zoals zo vaak als hij het over gebeurtenissen in zijn land heeft, weet ik niet wat gezegd.
'Hij had ook auto voor paard, hoe is naam?'
'Koets?' Ik tik koets in op zijn gsm en er verschijnen foto's.
'Ja deze! Maar helemaal in gold! En toilets in massive gold in his palaces, is echte waar Rino! Saddam was crazy! Hij gaf beetje per beetje tot 27 liter van zijn bloed om de koran mee te schrijven. Kijk hier, Saddam’s Qu'ran written in blood! Je mag het heilige boek niet schrijven met je bloed, it's a sin, en jij slechte moslim! Maar… je mag koran ook niet kapot maken! This is groot problem voor moslims!' Hij lacht hysterisch.
'Als iemand jou niet graag heeft, dan kan hij brief schrijven naar Saddam. This person heeft dit gezegd en dat gezegd. 's Nachts zij komen voor jou, zij nemen jou mee en,' Wahid doet alsof hij schiet op een denkbeeldig iemand die op zijn knieën zit, 'pang! En weet je wat? Als familie lichaam terug wil moeten zij kogel betalen. De kogel die gebruikt is om slechte man of vrouw dood te maken. Dan pas krijg je lichaam terug. Weet je hoeveel zij moesten betalen Rino?'
Wahid zwaait met zijn armen, trekt zijn hoofd in, zijn stem slaat over: 'Two dollar!'
'Mensen waren bang van Saddam maar vonden de verhalen fantastisch! Hij had veel charisma! Zij vonden Saddam grote leider. Vandaag spreken zij slecht over Saddam maar nu overal Saddams in Irak!
Kijk Rino, hoe Saddam zit op stoel,' Wahid toont me een foto, ‘nooit met de benen over elkaar maar altijd met benen open: hij is niet bang, hij is grote baas, he’s the real leader! Kijk hier, met big sigar!
Spreken met Saddam was gevaarlijk, als jij iets zegt dat Saddam niet graag hoort, kijkt hij omhoog en dan weten bodyguards... Héél gevaarlijk! En als jij vijand bent van Saddam, dan zal hij niet alleen jou doden maar alle familie, iedereen pang! Allemaal dood! En jij wordt niet begraven in kerk, maar 's nachts, als niemand ziet, in put in de grond.
Maar nu Rino, meer dan honderd Saddam Hoesseins in Irak! Zij zitten allemaal met benen open, zij allemaal zijn grote baas, zij allemaal met dikke sigaar!'


IN HET LIJSTJE VAN PETER MOERENHOUT IN DE STANDAARD: ALTIJD ERGENS OORLOG 1 + 2

Kijk eens aan! In de Standaard, telkens drie vragen: 1. Welk boek van 2018 was voor u het hoogtepunt van het jaar?, 2. Welk boek had meer aandacht verdiend?, en 3. Welk personage uit de kinder- en jeugdliteratuur zou u graag een tweede leven geven? Hier het lijstje van striprecensent Peter Moerenhout:


VRIESDROGEN 2

Omdat ik argwaan koester omtrent de geloofwaardigheid van zowat alles dat ik in de krant lees, begon ik, in verband met het schijnbaar onwrikbare denkbeeld dat gevriesdroogde producten al hun voedingstoffen behouden, te scrollen op het net op zoek naar kritische stemmen. Eerlijk gezegd gaat het er bij mij gewoon niet in dat gevriesdroogd broccolipoeder bijvoorbeeld, evenveel vitamines en mineralen zou bevatten als een verse broccoli. Maar het bleek, hoera eigenlijk, een vruchteloze zoektocht, want als men het over één iets eens lijkt op deze aardbol, dan is het dat gevriesdroogde groenten en fruit op het gebied van voeding evenwaardig blijven aan hun uitgangsvorm. Bijkomende pluspunten: ze nemen daarna nog slechts een fractie van hun plaats in, en mits kleine voorzorgsmaatregelen, zijn ze niet langer aan bederf onderhevig. Straffer nog; met een 3D printer is het tegenwoordig zelfs mogelijk om die broccoli dankzij het poeder opnieuw te printen! 
Ik vermoedde een wereldwijde samenzwering, toen ik plots op een artikel stuitte dat een heel andere toepassing van vriesdrogen belichtte.
Het bleek om cryomatie of promessie te gaan, een milieuvriendelijke manier om onze dierbaren weg te werken. De Zweedse biologe Susanne Wiigh-Mäsak richtte in 2001 Promessa Organic AB op, en was in 2005 klaar met het eerste ’promatorium’, een labo waar menselijke resten gevriesdroogd kunnen worden. 
Want het heeft wel wat voeten in de grond: eerst wordt het lichaam van de overledene op een temperatuur van -18 graden gebracht. Dankzij vloeibaar stikstof gaat het daarna naar -196 waardoor het kadaver breekbaar wordt en dankzij ultrasone trillingen verpulvert. Uit wat rest wordt het water onttrokken, en het (chirurgisch) metaal verwijderd waardoor enkel een derde van het oorspronkelijke gewicht aan droog poeder overblijft. Wanneer dit in een met groenafval vervaardigde kist begraven wordt, zijn de resten ten laatste na achttien maanden één geworden met de aarde. 
Onderzoek toonde ondertussen echter aan dat deze vorm van lijkverwerking helemaal niet zo milieuvriendelijk is als Susanne ons wil doen geloven, maar minstens twee keer zoveel energie kost als een crematie, en twintig keer zoveel als een klassieke begrafenis.
Toch geloof ik dat er een toekomst voor de menselijke poedersneeuw is. En ik niet alleen want de term cryomatie lijkt bijna afgeleid van cryonisme; het invriezen van lichamen in afwachting van betere tijden. Want stel je nu eens voor dat die resten niet begraven maar bijgehouden worden. Het kan enkel een kwestie van tijd zijn vooraleer er een printer op de markt komt waarmee ze de overledene dankzij het toverpoeder opnieuw kunnen reconstrueren. 
Onder meer interessant wanneer de overledene na een ongeval zwaar verminkt is, en wie weet binnen afzienbare tijd standaard in het aanbod van de begrafenisondernemer.
Of misschien heb je gewoon genoeg van jezelf en kies je voor een laatste groet de beeltenis van iemand anders. Iemand die er meer uitziet zoals je je voelde. Beeld je eens in wat voor mogelijkheden dit zou hebben! Je zou je bijvoorbeeld kunnen laten afleggen, als twee druppels gelijkend op George Clooney. Of om je geliefde nog meer aan het huilen te brengen, als Ryan Gosling… Of verdomme nog aan toe, als de mooie vrouw die je eigenlijk altijd al wilde zijn: Scarlett Johansson!
Misschien kan de privacycommissie nu al beginnen nadenken over welke maatregelen te treffen de dag dat men er in slaagt deze uitgeprinte lichamen tot leven te wekken. 
Want je moet altijd het ergste denken.
Dubbelgangers aan de lopende band! Je mag het niet gedroomd hebben dat tientallen Trumps tegelijkertijd aan het Twitteren zijn. Duizenden Arnold Schwarzeneggers, marcherend in het leger van Poetin.
Ook de verrijzenissen zullen niet bij te houden zijn: Che Guevara, Elvis, Marilyn Monroe en Jezus die dagelijks door onze straten flaneren. De Beatles hebben een nieuwe plaat uit en presenteren die vanavond live tegelijkertijd op alle belangrijkste concertpodiums ter wereld. Dokter Lecompte die beweerde dat hij duizend jaar oud zou worden komt zijn gelijk halen in de zevende dag waarna Hitler met Mao en koning Leopold II gezamenlijk tips geven over hoe te ontsnappen uit de huidige politieke malaise.
Jack The Ripper die in Londen bij het lijk van een jonge prostituee wordt gespot. Gelukkig voor haar en alle andere al dan niet vermoordde doden dag na dag, kan ze gewoon gevriesdroogd worden en opnieuw geprint, tenminste als ze nog compleet is natuurlijk. Jack stond destijds namelijk als een collectioneur van baarmoeders en ingewanden bekend. Maar misschien kun je gewoon een passend onderdeel van een andere overledene mee invriezen.
In elk geval: opgelet dat alle poeder verzameld wordt!
Je mag het niet gedroomd hebben dat je hart ontbreekt.
Of je lever.

VRIESDROGEN 1

‘En? Staat er goed nieuws in de krant?’ vroeg ze terwijl ze de zak met pistolets op tafel zette.
‘Ze proberen ons wijs te maken dat een broccoli die je vriesdroogt, al zijn voedingsstoffen behoudt. Je hoeft de groente alleen maar terug in het water te leggen, en in een mum van tijd is hij weer zijn oude zelf. Zelfs in poedervorm gaat er van zijn eigenschappen niets verloren!’
‘Er moet toch iets van zijn, ze kunnen dat niet zomaar schrijven’, zei ze.

‘Misschien,’ zei ik, ‘maar op het blad ernaast staat een artikel over Claas Relotius, die wonderjournalist van Der Spiegel die ze vorige week als bedrieger ontmaskerd hebben. Claas trok naar een Amerikaans dorpje met 13.000 inwoners, op zoek naar wapengekken, en megalomane, totaal van de pot gerukte dorpsfiguren. Omdat hij ze er niet aantrof, verzon hij ze toen zelf. Dankzij een collega journalist kwam het bedrog aan het licht. Inmiddels blijkt dat Claas in zijn jarenlange staat van dienst alvast meer dan een dozijn nepreportages schreef. Stukken waarvoor hij gelauwerd werd en waarmee hij zelfs prestigieuze journalistieke prijzen won, zoals vier keer de Deutscher Reporterpreis. Volhouden dat er vitaminen in gevriesdroogde groenten in poedervorm zitten, lijkt me maar een klein vergrijp hierbij’, zei ik.
‘Lees de krant dan niet,’ zei ze, ‘als je toch niet gelooft wat er staat!’

Dus ik las in stilte verder en zweeg over het onderzoek van byFlow naar 3D printers waarmee uit gevriesdroogde poeders van verschillende groenten een selectie wordt gemaakt om er de maaltijd mee te printen met de juiste dosissen mineralen en vitaminen waar je lichaam op dat ogenblik om vraagt. Het klonk te mooi om waar te zijn, en ik vermoedde een combinatie van fakenews, bladvulling en sensatie. Heel waarschijnlijk had de journalist het artikel van Claas ook gelezen. Want waarom anders gebruikte hij de tussentitel: ‘Mogelijke kerstdis binnen 25 jaar?’

BANG VAN LINKS & RECHTS

Het was in de week voor de verkiezingen van oktober. Ik reed naar het werk en luisterde zoals gewoonlijk naar radio 1. Er werden vragen gesteld aan studiogasten. De presentatrice citeerde Winston Churchill: 'Wie jong is en niet links, heeft geen hart. Wie oud is en niet rechts, heeft geen verstand.'
Ik kreeg het er koud van.
Het is misschien gemakkelijk links te zijn als je jong bent. Wat heb je te verliezen? Je leven ligt nog voor je en je hebt geen bezittingen. Geen pensioen dat ze je af kunnen pakken.
Er is alleen maar 'Leve de liefde!' waar je nogal eenhandig in bent. Maar voor de rest wil je alles delen.
Het zou logischer zijn dat je rechtser stemt als je nog jong bent, want je moet alles nog verwerven en de tocht is moeilijk. Dat het eigenbelang primeert, zou je dan ten minste min of meer kunnen rechtvaardigen.
Het is vanzelfsprekend dat je rechts stemt als je oud bent. Want je huis is afbetaald en je auto staat veilig in de garage. Je bent kwetsbaar en bang van vreemde elementen. Je laat overal alarmsystemen plaatsen. Je hele hebben en houden zit verankerd in je verkrampte handen.
Wat pas echt van intelligentie zou getuigen, is dat je linkser stemt als je oud bent, want je verstand heeft je laten inzien dat je toch niets meeneemt naar je volgende bestemming. Het bestaan op deze planeet zou voor iedereen veel aangenamer worden.
Vreselijk vond ik het, net voor de verkiezingen, dat eeuwige cliché - hier op mijn geliefde radio 1. Maar het slechtste moest nog komen: deze week ontsiert Theo Francken de cover van Humo, krijgt acht pagina's waarin hij het jaar overloopt en de draak mag steken met zijn tegenstanders, praat en passant zijn standpunten goed, omzwachtelt zijn miskleunen, verbloemt zijn uitschuivers, en getuigt het hele interview door van grootmoedigheid en goede smaak. En een gezond gevoel voor humor.
Voor het eerst ben ik bang.
Winter is coming.

DE DOOD VAN STEPHEN KING

Mijn collega was ziek zodat ik de verschillende boekenafdelingen zelf moest aanvullen. Een vrouw naast me mompelde iets. 'Wablief?' zei ik, maar ze gebaarde dat het tegen haar vriendin was.
'Al die boeken die hier staan, ik zei: er zitten heel recente titels tussen, boeken die normaal twintig of vijfentwintig euro kosten, hier voor een tiende van de nieuwprijs!'
'Ja,' zei ik, 'sommige mensen kopen boeken om hun boekenkast mee te vullen, anderen om ze te lezen en daarna naar de kringloopwinkel te brengen.'
Ze schudde met haar hoofd: 'ik niet hoor!', en dook voorovergebogen in een rek van waaruit er toen een gedempt 'ik lees ze én ik houd mijn boeken!' kwam.
'Ja, maar een beetje lezer heeft op den duur toch te maken met plaatsgebrek? Bovendien is het goed voor ons, en wie weet straks ook voor jou!'
Ze lachte schalks naar me terwijl ze uit het rek met thrillers opveerde, bladerde eventjes in boek dat ze uitgekozen had, en zette het toen weer terug.
'En er is net weer een schrijver dood. Mijn man zei het me vanmiddag, het was op de radio, Stephen, Stephen...'
'King?' vroeg ik geschrokken.
'Ja! Die is het!' zei ze, niet zonder enig enthousiasme.
'Is het niet Stephen Hawking?' Ik schrok van mezelf want het voelde een beetje vies aan dat ik de ene Stephen voor de andere in wou ruilen (al was die andere dan al een tijdje dood, waardoor hij - tot overmaat van ramp - ook niet kon concurreren met recente doden).
'Neenee, het is wel degelijk Stephen King! Hij zou vooraan in de zeventig geworden zijn.'
Ik wist dat de schrijver van bizarre en verslavende verhalen zich rond die leeftijd bevond.
'Nu ja, we moeten allemaal dood', zei ze, in wat een onhandige poging leek om me te troosten.
Het greep me meer aan dan wat je zou verwachten wanneer één of andere Amerikaanse schrijver er het loodje bij neerlegt, maar ik had toevallig net een boek van King gelezen. Geen beklemmende horrorthriller, sciencefiction of één van zijn meer literaire romans, maar zijn biografische schrijversboek, 'Schrijven en Leven'. Een meeslepende leeservaring waar ik eventjes geen genoeg van kon krijgen en toen was het uit.
In het eerste deel vertelt King hoe hij als zesjarige, na een lange periode van ziekte, waarin hij de hele tijd stripverhalen las, begon met schrijven - aanvankelijk ‘imiteren, dan creëren’. Voor zijn eerste vier zelfverzonnen verhaaltjes kreeg hij telkens een kwartje van zijn moeder, de allereerste dollar die hij met schrijven verdiende. Enkele jaren later begon hij zijn verhalen op te sturen. Hij schreef ze, verstuurde ze en vergat ze dan. Hij probeerde geen al te grote verwachtingen te koesteren. En ondertussen kabbelde het leven verder: hij werd verliefd, studeerde af, trouwde, werd leraar Engels, toen vader en raakte aan de drank. Ziedaar, de blauwdruk van een leven.
Maar, zoals we allemaal weten, is dat niet hoe het King uiteindelijk verging. Want de verhalen die hij instuurde, bleven niet onopgemerkt. Eerst nog waren het beleefde afwijzingen die hij terugkreeg, daarna persoonlijker briefjes met tips en advies en tenslotte ging men over tot publicatie en vielen er postcheques in de brievenbus.
Een hele mooie passage in het boek gaat over het schrijven van Carrie, zijn eerste boek dat twee jaar na verschijning door Brian De Palma in pellicule vereeuwigd en onvergetelijk werd dankzij Sissy Spacek.
King legt uit wat de aanleiding voor het verhaal vormde, en hoe hij twee ideeën, wreedheid onder tieners en paranormale begaafdheid, met elkaar verbond. Wat zijn inspiratiebronnen waren en hoe hij alledaagse gebeurtenissen in het boek verweef. Hoe hij het liet rijpen, het toen herlas en tenslotte enkele trucjes toepaste om het geheel te doen kloppen.
In het tweede deel trakteert hij ons op een aantal inzichten. Hoe schrijven telepathie is, bijvoorbeeld, waardoor schrijvers en lezers elkaar dankzij boeken ontmoeten, hetzelfde zien en denken, en zomaar pardoes in een vingerknip duizenden jaren voor of achteruit kunnen in de tijd. Hij opent zijn gereedschapskist, heeft het over het verschil tussen werken en talent, over lezen (hij leest tachtig boeken per jaar) en schrijven, en hoe dat laatste niet zonder het eerste kan. Over de werkplaats en het vastleggen van een dagelijks schrijfdoel als het je plan is om een echte schrijver te worden (iets waar hijzelf nooit vanaf wijkt), en over de weg naar die tweeduizend woorden per dag. Over het kiezen van je onderwerp, intellectuele oneerlijkheid en geld verdienen. Over hoe plot en spontaniteit niet samen gaan. Over hoe je boeken moet vermijden waar op de cover staat ‘in de traditie van’, en dan de naam van één of andere succesvolle auteur. Over het zware ongeval dat hij in 1999 had.
Om te vermijden dat het lichtje van je ‘spoileralert’ plots oplicht, laat ik het hierbij. Maar laat me misschien besluiten dat ‘Over Leven en schrijven’ net zo verslavend is als zijn andere boeken, en zich kan meten met zijn beste werk.
’s Avonds zocht ik met een bang hart het wereldwijde net af naar Stephen King. Dat bevestigde wat ik, dankzij de nieuwsberichten ieder uur, inmiddels reeds vermoedde. Want nergens werd er melding van zijn dood gemaakt. Het vreemde was dat er ook geen andere bekende schrijver was overleden, of een beroemde zanger of één of andere topatleet. Maar daar kunnen we natuurlijk (pardon my French) niet rouwig over zijn, want tot nader order staat het vast en wat een pracht van een ondertitel:
STEPHEN KING, NOG STEEDS SPRINGLEVEND!

JEAN-PIERRE,

Wat heb ik gesmuld van je avonturen! Moneytron, R.O.S.S.E.M., de Ferrari's, Lamborghini's, F1, het diepvriesgraf van je vrouw... Een kleine dertig jaar geleden zag ik je eens op een politieke meeting waar je een journalist te woord stond terwijl je een ei pelde, er flink wat zout op strooide en toen in je mond stopte. Ondertussen bleef je praten. Meer nog, je foeterde en bulderde de hele tijd als een oude bulldozer.
En nu ik erover nadenk, je moet pas halverwege de veertig geweest zijn maar je leek me altijd al een oude man. Je was een kritische fantast, een tovenaar met geld, een herhaaldelijk veroordeelde oplichter, je haatte je ouders en de monarchie, en het was me een raadsel hoe je in en uit die sportwagens raakte.
Iets later zat ik in de Limelight in Kortrijk te kijken naar 'C'est arrivé près de chez vous' terwijl iemand de filmzaal gijzelde met hoestbuien en onbedaarlijke lachsalvo's. Na een tijdje herkende ik het silhouet, het grijze haar: de Jean-Pierre!
Ik weet niet wat het is, maar hoe lomp en brutaal je ook leek, je raakte een gevoelige snaar. Week na week las ik je stukken in Humo, toen je in de gevangenis zat en ziek werd. Meer nog, je lag op sterven! Je speelde op het sentiment en ik beken, soms had ik moeite om het droog te houden. In de Humo stond het adres waar lezers hun brieven naartoe konden sturen voor een gratieverzoek en met de krop in de keel schreef ik een brief naar de koning. Of het geholpen heeft weet ik niet, maar met enige schaamte constateerde ik hoe goed je eruitzag toen je iets later de gevangenis verliet en dacht aan het gezegde van mijn grootmoeder: 'Eens een charlatan, altijd een charlatan'.
Het is allemaal lang geleden.
In de kringloopwinkel krijg ik geregeld een boek van je binnen; 'Staat in staat van ontbinding', 'Mister junkie en sister morphine', 'Hoe word ik stinkend rijk?', 'De nacht van Christus-koning', en laatst nog, 'De engel in de duivel'. Er komen massa's boeken binnen, en laat ze maar lachen Jean-Pierre, ik heb ondertussen geleerd dat het helemaal geen schande is als één van je boeken in de kringloopwinkel terecht komt. Integendeel, het is een compliment. Van iemand die weinig of geen boeken heeft verkocht, gaan we er hier in elk geval niet veel zien. Langs de andere kant, van sommige schrijvers komen het jaar nadien al boeken binnen, maar ook dat betekent niets. Jouw boeken zijn tussen de tien en dertig jaar geleden verschenen. Dat mensen nu pas in staat zijn er afscheid van te nemen, dat wil toch iets zeggen.
De laatste weken was je weer alom aanwezig. Je zou schrijven. Je zou opnieuw in de politiek stappen. Je was moe, had er geen zin meer in maar je tong sneed als een mes. Hoe dan ook, er stond iets op stapel. We wisten niet goed wat.
En je hebt ons inderdaad opnieuw weten te verrassen, jammer genoeg.
Maar wie weet heb je nog iets voor ons in petto; een staartje, een epiloog...
Ik wou dat ik kon zeggen: 'het ga je goed Jean-Pierre', maar ik weet dat je er niet in geloofde, in die overkant, de eeuwige jachtvelden. En misschien maar goed ook, want: 'eens een charlatan, altijd een charlatan', en je zou de boel er alleen maar beduvelen, als je al niet meteen naar de hel werd doorgestuurd om voor eeuwig te branden.
Ben je daar toch maar mooi aan ontsnapt!

DOPEY!


'Gooooh Dopey! Moa dat is n goe gedacht! Ze zit héle doagn mè eur neuze in de boekn!'
'Ja Dopey, gy goa scoorn wi!'
'En da formoat Dopey! Tis nie normoal... Diene boek is zoa groat lik wydre!'
'A aa aaa Do aaa pey-tschie!'
'A, eej èm gevoenn Dopey? Z eet ool n poar kéern gezeid da z èm nog wilde leezn!'
'Joat gastn... At nie gewist dat n zoa groat is, moa t gienk perfect zyn oender uuzne kersboam!'



KERSTFABEL

Het was iets voor achttien uur en ik ruimde mijn bureau en werktafel op toen een zacht getik evolueerde tot geroffel, een salvo werd, en toen een overweldigend neerkletteren op het zaagtanddak van het oude fabrieksgebouw waarin de kringloopwinkel van Avelgem gevestigd is. Tegelijkertijd begon een schaap te blaten en naarmate de regenbui aanzwol, sloten meer schapenkelen zich aan, gehaast en in een steeds hogere toonaard. De bui schakelde terug, hield in en viel stil, net zoals het blaten. En toen begon alles opnieuw, alsof het een test was geweest. Ik hoorde de dieren onder de genadeloos neerstortende regen onrustig roepen om hulp. Omdat ik ze eerder al had zien staan, kostte het me weinig verbeeldingskracht om me hun toestand voor te stellen; hoe ze daar stonden in het aardedonker in de gietende regen, zonder hok om in te schuilen.
Het lijkt wel of ze toenemen, de parken en weiden waar je een of meerdere dieren ziet en waar geen stal te bespeuren valt. Maar van voorgaande jaren heb ik onthouden dat het niets nieuws is onder de regenachtige herfstlucht. Ik heb er gewoon meer oog voor tijdens dagen waarin het weertype guurder wordt. Dierenleed, ik kan er niet tegen. En ik ben gelukkig niet alleen, geregeld lees ik wel eens iets dat iemand op de sociale media heeft gepost over één of andere vorm van dierenverwaarlozing of mishandeling. Onlangs nog een aandoenlijk stukje dat iemand deelde over ondervoedde dieren die door de politie bij de eigenaar weg waren gehaald. Maar wat me het meeste bijgebleven is, was de reactie die iemand eronder plaatste: ‘Hoe kan het dat je medelijden met dieren hebt terwijl er zoveel mensen honger lijden? Zou je daar niet beter over schrijven?!’

Het is verbijsterend hoe selectief we kunnen zijn in het beoordelen van onrecht. Hoe we ons achter het ene drama verschuilen om het andere zonder schuldgevoel te kunnen negeren. Het lijkt wel alsof je, omdat er mensen in nood zijn, niet voor dieren zou mogen opkomen. Het is ook verrassend hoe op het eerste zicht intelligente en vredelievende mensen gespeend lijken van enige vorm van empathie als het op dieren aankomt. Zoals Nelson Mandela de puppy die zijn kleinzoon cadeau kreeg, meteen terugstuurde. Want in zijn huis zou geen geld aan eten of dokters voor een huisdier verspild worden wanneer zoveel mensen op deze aardbol honger leden!
Alsof er iemand door deze tussenkomst van Mandela minder honger heeft gehad.
Vandaag ziet Radio 1 zich genoodzaakt om de slachtoffers in Jemen, waar de ergste hongersnood in honderd jaar woedt, tijdens de warmste week tot goed doel te bombarderen omdat de wereld onverschillig blijft voor het onmenselijke lijden daar, terwijl Ndaba Mandela het zijn grootvader nog steeds kwalijk neemt dat hij geen hond mocht houden. En ondertussen mekkeren de schapen in de regen. Maar we wijken af.
Rijdend van Avelgem naar Anzegem, en vandaar naar Vichte, valt me de kerstversiering op. Het is slechts het begin, maar hier en daar zie je al ledlichtjes netjes rond ramen of vrolijk flikkerend een hert of een kerstman verbeelden in tuintjes. Ook de officiële kerstverlichting - al dan niet met het wapenschild van de gemeente - die volgens vastgelegde afstanden straten overspant, heeft in bepaalde dorpskernen de opslagplaats alweer mogen verlaten. Jaar na jaar word je in sommige plaatsen geconfronteerd met grote kerststerren die wiegen in de wind en ondanks het belachelijk zachte winterweer bevroren lijken. Of met de levensgrote, verlichte kerststal met gipsen beelden van mens en dier naast de kerk of middenop het plein, wachtend op de geboorte van het kind maar die, op het moment dat ik voorbij rijd, het troosteloze van de verlaten dorpskern alleen maar lijkt te versterken.
In de steden nemen de al dan niet overdekte ijspistes ondertussen de marktpleinen in; overal koelmachines en generatoren die zich puffend uit de naad werken terwijl met dikke kabels de noodzakelijke driefasenspanning aangeleverd wordt om, ook al is het een zachte winter, toch maar voor een diepbevroren schaatsvlakte te kunnen zorgen. Alsof de energie problemen die ons land teisteren en het nieuws al enkele weken beheersen, een fabeltje zijn.
Gelukkig ben ik op weg naar huis waar een houtvuur brandt en de potten reeds staan te sudderen op het gasfornuis.
Op enkele kilometers van mijn doel kom ik voorbij een weide waarin een tiental ganzen zitten. Ook hier nergens een hok te bespeuren. Wanneer de lichten van mijn wagen de afrastering van hun park bereiken, zie je ze daarachter liggen, dicht tegen elkaar. Sommige dieren richten zich op en kijken eventjes in het schijnsel.
Er is nog zo’n plek, daar huizen zo’n twintigtal kippen. Op een morgen vorig jaar, brak mijn hart toen ik langsreed en de bijna op elkaar zittende dieren zag, met ijzel overdekt. Hun wankelen verraadde dat ze nog leefden.
Een buurman die zelf dieren heeft, wist me enige tijd geleden te vertellen dat kippen en ganzen geen hinder van vrieskou ondervinden. Net zoals ezels en schapen. Zij kunnen winter zomer buiten blijven staan. Helemaal overtuigen kon hij me niet.
Ze staan bewegingsloos in de regen. Ze klagen niet. Ze tooien zich niet met gele hesjes om te protesteren. Je zou dus kunnen besluiten dat ze er geen last van hebben.
Door het zachte weer lopen de meeste van deze dieren nog steeds buiten rond, in hun weide. Is een hok dan niet verplicht? Je zou denken van niet, wanneer er instanties als dierenwelzijn zijn en je hier met duizenden andere dierenvrienden dagelijks voorbij rijdt.
Maar dan passeer je zo’n plek waar allerlei soorten eenden waggelend vluchten, samen met buitelende berggeitjes, strak rechtop rennende kippen, krijsende ganzen en een dikke, koddige pony, naar het open hok als het begint te regenen. En daar staan ze dan, in het droge, broederlijk naast elkaar naar buiten te kijken. Manmanman, wat een hondenweer!
En ik weet een weide met een enorme treurwilg die tientallen koeien met zijn jommekeskapsel droog houdt tijdens een regenbui. In de rest van het weiland valt geen koe meer te bespeuren, allemaal zitten ze onder de boom.
Lang moet je ook niet zoeken op Google. Al snel kom je tot de conclusie dat al die dierensites het tenminste over één ding eens zijn: geen enkel dier dat zich graag nat laat regenen.
Vooral schapen lijken een hekel aan regen te hebben. En geiten. Nu we toch bezig zijn, koeien en paarden houden ook niet van nattigheid. Net zoals pony’s en ezels.
Gewoon eens opzoeken en kijk, Artikel 4 van de wet van 14.8.1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren: ’Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.’
Bij Dierenwelzijn Vlaanderen lees ik dat eigenaars van dieren bij hevige regen, sneeuwbuien of extreme koude moeten zorgen voor voldoende beschutting, vers voer en water. Wanneer de dieren altijd buiten staan, moeten ze over een droge plaats beschikken waar ze kunnen neerliggen. Geiten en schapen kunnen minder tegen de kou en moeten bij extreem lage temperaturen in een stal verblijven. Runderen en paarden hebben er niet zoveel last van, tenzij in combinatie met neerslag en wind. Weidedieren moeten kunnen schuilen voor de zon. Bomen en hagen kunnen hiervoor zorgen maar moeten dan voldoende aanwezig zijn, voor alle dieren. Er moet ook genoeg vers en proper water beschikbaar zijn. Paarden en runderen kunnen tot zestig liter water per dag drinken!
Kortom, alle dieren hebben dus een hok nodig. Zie het als een kerststal, maar dan met levende wezens.
‘Want dieren zijn precies als mensen!’

DE DOOD VAN SENIOR BUSH

Wahid komt fluitend binnen. Hij is duidelijk goedgemutst.
'Heb je het nieuws gehoord Rino?'
'Welk nieuws?'
Wahid wendt zich tot het plafond van onze kringloopkantine terwijl hij met zijn armen omhoog voor me staat.
'Senior Bush is dood!'
‘Heb ik vanmorgen op de radio gehoord, ja.’
'Is zéér goede nieuws! Senior Bush is zelfde als Hitler! I think he go straight to hell! Bush bijna twintig jaar ziek. Veel veel ziek.' Wahid houdt een hand op zijn mond, als een zuurstofmasker.
‘Oxygen. Altijd pijn. Twin-tig jaar! En nu in grond. Why? Waarom zoveel problemen voor zoveel mensen?
Bush send Tomahawk missiles naar Bagdad in nineteen ninety one. Iraqi people still call that night 'Scariest Night’! Weet je hoeveel? Hoeveel tomahawk raketten op Bagdad?'
'Nee Wahid.'
'Almost one thousand, it didn’t stop. Kijk...' Wahid haalt zijn IPhone tevoorschijn en begint te scrollen.
'Pictures I took myself in 2003.'
Gebouwen lichten op in het duister terwijl er reusachtige vuurballen uit opstijgen.
‘It was the start of a war. People could not hide. Almost forthy thousand children died! He destroyed our town. Bagdad was a beautiful city.’
Wahid is van nature goedgemutst, hij lacht graag maar hij torst iets op zijn schouders, iets waaronder hij elk moment van de dag gebukt gaat. Ik weet wat het is. Het is pijn en verdriet, en het verlies dat hij meezeult. Ooit zag zijn toekomst er veelbelovend uit. Hij was een getalenteerd en veelbelovend televisiemaker. Werkte mee aan documentaires voor Al Jazeera en CNN. Trots toonde hij me een stukje dat op de BBC uitgezonden werd.
‘Saddam Hoessein was slecht voor Irak, Rino. Maar nu is nog veel slechter.’
Kritisch en koppig zijn, het wordt nergens in dank afgenomen maar er wordt vooral niet overal op dezelfde wijze op gereageerd. Toen enkele van Wahid’s vrienden en collega’s vermoord werden en hij op een dag een bom onderaan zijn auto aantrof - ‘elke dag moet je kijken Rino, elke dag moet je op buik liggen en kijken!’ - wist hij dat hij iets moest ondernemen want dat zijn dagen daar geteld waren. Een nieuw leven tegemoet. Het vrije westen! Maar het werd niet wat hij ervan verwacht had.
‘And I can’t go back’, zei hij me op een keer.
‘I’m not affraid to die, but for a long, endless dead. Because these people are specialists in pain Rino!’
Op een dag toonde hij me een reeks foto’s over zijn leven in Irak. Met zijn vrienden, sigaren rokend en whiskey drinkend. Op die foto’s lijkt hij wel een fotomodel.
‘My favorite drink, Rino,’ verklaarde hij toen, ‘maar ik drink niet meer. Want when I start, I can’t stop… It’s bad for me!’
Nu is hij kalende, ook al is hij pas vooraan in de dertig.
‘Ik weet niet waarom Rino. To much problems in my head. Always thinking! En als ik wakker word, veel haar op mijn hoofdkussen...’
Maar met zijn zwarte, volle baard is het nog steeds een knappe man.
‘Wij gingen altijd dansen Rino. The Bee Gees! Michael Jackson! Lionel Ritchie! All Night long!’
Vandaag zingt hij mee met Adamo's 'Inch Allah' - 'Als God het wil' - tijdens de Belpop 100. Er is een vreemde heesheid en er trilt iets hartverscheurends in zijn stem.
‘Inch Allah, Inch Allah, Inch Allah, Inch Allah...’
's Middags sluit de winkel van halfeen tot één uur.
Anja heeft verse koffie gezet. Ghassan kan er niet over zwijgen.
'Het is een grote dag vandaag.’
'Bush had gezicht van president maar hart van maffia. Two faces! Zoals W. Bush, Rumsfeld, Dick Cheney! Of Condoleezza Rice!’ Zijn ogen vergroten zich, als bij iemand die zich plots iets herinnert wat zijn stellingen kracht bijzet.
Ik nip van mijn koffie, maar Wahid tikt tegen mijn schouder, als om te voorkomen dat mijn aandacht verslapt.
'Senior was petroleumpresident. Obama was betere president. I liked Obama. Maar ook two faces. Trump is geen goede president, maar hij spreekt meteen. Hij zegt wat hij denkt.’
Wahid lacht als hij mijn verbaasde wenkbrauwen ziet, en verbetert zichzelf: ‘I know, Trump does not Think. But: one face! Hij zegt: nee, jij moet betalen tegen China, Europe, Kim Jong-Un. Tegen Poetin. En iedereen luitstert. Trump is direct.
But Amerika is evil… It’s the devil! Allemaal cowboys in Amerika.'
Wahid's ogen puilen uit, de dood van senior Bush brengt alles weer naar boven.
'Mensen in Irak weten maar niemand durft spreken, iedereen is bang van de CIA. Kijk, er is boven en onder tafel. Boven tafel is on television…
Bush twintig jaar véél ziek. En nu…’ Wahid spuwt op de vloer. ‘Bij Saddam Hoessein!
In alle Tomahawk raketten zit beetje uranium. Niet veel maar beetje. In alle wapens van Amerika. Kijk maar op computer: uranium en Irak. Grote problemen voor 50.000 jaren Rino. Is niet normaal! There is no justice.’
Hij schudt zijn hoofd, neemt de waterkoker en schenkt water in een mok waar een theebuiltje in ligt.
'Maar vandaag groot feest. And tonight I drink whiskey on the dead of Senior Bush!’

LOKEEND 2

Het was pauze, ik had net een boterham gesmeerd.
'Rino, er is hier een meneer die je wil spreken.’
Kris liep voor me uit. We kwamen bij de ontvangstreceptie. Een oudere man, iets kleiner dan ik en stevig gebouwd, stond bij twee wijnkistjes waarvan hij het deksel had verwijderd. De kistjes waren tot de rand gevuld met kleine, beschilderde paneeltjes die ik meteen herkende; we hadden er een tijdje geleden vele enkele tientallen van verkocht. Hij stond met zijn rug naar me toe en het was alsof hij mijn aanwezigheid voelde want plots draaide hij zich om.
'Dag meneer, ik ben Gerard Tanghe, ik ben de schilder van deze werkjes die ik hierbij aan de kringloopwinkel schenk. Ik heb er nog een aantal die ik zal brengen. Er zal altijd wel iemand blij mee zijn zeker?'
‘Absoluut!'
'En ik zou ook nog een boek van u willen. U bent toch de schrijver van dat boek over de kringloopwinkel hé? Iemand zei me dat er een verhaal over mijn schilderwerkjes in staat.’
We liepen samen naar de kassa, en ik gaf hem een exemplaar van Kruimels. Hij bladerde eventjes in het boek en ik wees hem op het verhaal 'Lokeend'.
‘Kent u Hervé?’
De man haalde zijn schouders op.
‘Wie?’
‘Hervé Martijn, de kunstschilder uit Avelgem? Hij exposeert het hele jaar door, er is altijd wel ergens werk van hem te zien. Deze zomer stond hij onder meer op het kunstenfestival in Watou.’
‘Ik weet wie het is, maar ik ken hem niet persoonlijk.’
‘Hij geeft hier les op de academie en Jos, de verantwoordelijke van de Wereldwinkel hier, vertelde me enkele weken geleden dat hij erbij was toen mijn boek tijdens één van zijn lessen ter sprake kwam. Hervé las toen het verhaal voor dat over uw werkjes gaat.’
De man keek me met een verbaasde glimlach aan.
‘Aja? En waarom?’
‘In dat verhaal komt het erop neer dat een kunstenaar wiens werk in de kringloopwinkel belandt, nooit weet bij wie of waar zijn creaties daarna terecht zullen komen. Uw werkjes verkochten hier als zoete broodjes, zowel aan inwoners van Avelgem als aan toeristen uit binnen en buitenland, en waren daar een heel mooi voorbeeld van. Als je het verhaal leest, zult u begrijpen wat ik bedoel.’
De man betaalde, gaf me een hand en vertrok. Ik had niet teveel willen prijsgeven en ook verzwegen dat mensen elkaar destijds verdrongen om enkele van die miniatuurtjes te bemachtigen. Want het stond allemaal in het boek.
Maar misschien had ik wel kunnen vermelden dat er nog altijd klanten waren die vroegen of ik er ondertussen alweer binnengekregen had. Van die kleine, merkwaardige kunstwerkjes van de geheimzinnige G. Tanghe.
Mensen die ik straks gelukkig zou kunnen maken. Want over enkele weken is het kerstmis en straks komt de sint.
Hij had ze op geen beter moment binnen kunnen brengen.

KIES VOOR CREATIEF IN PLAATS VAN NIEUW EN ADOPTEER WAT KERSTGERIEF

Onder het motto: Kies voor creatief
in plaats van nieuw en
adopteer wat kerstgerief
Schatten van zolder
voor geen geld
in je kringloopwinkel
Ingrediënten:
Nep (plastic) boom
Garnituur: gefundenes fressen
+
100 % uiterst breekbare balletjes