Posts tonen met het label Altijd Ergens Oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Altijd Ergens Oorlog. Alle posts tonen

maandag 20 januari 2025

PIETA

Verschrikkelijke beelden domineren al maandenlang onze kranten. Wat zich in de Gazastrook afspeelt is ongezien. Dagelijks lezen we, horen we in het nieuws hoe een ultramodern leger bezig is er een bevolking te verdelgen.
Twee miljoen burgers - kinderen, ouders en grootouders - worden verdreven maar kunnen nergens heen. Er is geen water of voedsel, er is geen elektriciteit. Ze worden opgejaagd terwijl ze de hongerdood sterven. Gaat er dan niemand ingrijpen, vragen we ons af. Kan dit allemaal zomaar?
Ondertussen worden de aanvallen alsmaar heviger. Gezinnen met kinderen in woonblokken worden met raketten bestookt. Het is zinloos om op zoek te gaan naar een veiliger plek want die is er niet; ook scholen, ziekenhuizen en vluchtelingenkampen worden met de grond gelijk gemaakt. Gewone mensen zijn ongewild in een oorlog terecht gekomen, het slachtoffer geworden van beslissingen die boven hun hoofden werden genomen. Huisvrouwen, fietsenmakers, schoolmeesters, verpleegsters, postpodes, dichters, fotomodellen, lassers, busschauffeurs, secretaresses, apothekers, kapsters, elektriciens, vroedvrouwen, kassamedewerkers, kinderen, ouders en grootouders. Ze leven in woonblokken die systematisch worden platgewalst. Ze sterven met tientallen, honderden tegelijk.
Dit omdat een terroristische verzetsorganisatie het besluit nam om de moeilijke levenssituatie waaronder een bevolkingsgroep al decennialang moet leven met geweld aan te vechten en dit op 7 oktober op gruwelijke wijze en met een niets ontziende slachting in de praktijk bracht met als resultaat meer dan 1300 doden en duizenden gewonden, veelal gewone burgers.
Dit omdat een crimineel die zich president noemt zijn hachje tracht te redden door wraak te nemen want de verkiezingen komen eraan. Omdat de commando's van het ultramodern leger er maar niet in slagen de verantwoordelijken voor de slachting van 7 oktober te vatten, moet ook hier de burgerbevolking het bekopen. Resultaat: ruim 22.000 doden, voornamelijk moeders en kinderen.
Via filmpjes van enkele overlevenden na een inslag kijkt de wereld vol ontzetting mee. Toch laten de regeringsleiders begaan, de aardbol rond schudden ze het hoofd en beweren verveeld te zitten met de situatie. Maar zo goed als niemand die daadwerkelijk iets kan veranderen aan de situatie die vooralsnog zijn nek uitsteekt.
Vorig weekend zat er een bijlage bij De Standaard met als titel 'Geraakt Door 2023'.
De cover toont een foto waarop enkele spelende kinderen te zien zijn. In het midden draagt een van hen een kroontje, misschien wordt er een verjaardag gevierd. Bijna allemaal staren ze naar het luchtruim. Langzaam dringt door wat er daar te zien is, ook al wordt de camera enkel op de kinderen gericht. Maar de gezichten spreken boekdelen: je kunt er verrassing aan aflezen, ongeloof, verwarring, verbijstering. Bij sommigen is er ook een zweem van ernst, alsof het nu al doordringt wat er op hen afkomt. De foto wekt de indruk dat de tijd hier eventjes stilstaat maar dat is wat foto's doen: de tijd stilzetten. De tijd is echter allebehalve blijven stilstaan. Kort na dit ogenblik zijn de eerste raketten neergekomen. De opname dateert van 7 oktober, dit zijn kinderen op een schoolplein in Gaza.
Bij De Morgen stak het jaarlijkse fotomagazine met een aantal van de meest pakkende beelden van de afgelopen twaalf maanden. Maar de aangrijpendste foto staat op de cover. Tegen een witte marmeren wand leunt een vrouw gehuld in een blauw gewaad. In haar armen houdt ze een lichaam vast dat in een wit doek gewikkeld werd. Door de lengte wordt duidelijk dat het om een kind gaat. De vrouw, wiens gezicht door haar hoofddoek niet te zien is, houdt een hand op het hoofd. Het verdriet is overweldigend. Een Piëta die er niet had mogen zijn. (01/01/2024)



donderdag 16 januari 2025

31 OKTOBER 2023

Op zaterdagmorgen blijft Abdullah's stoel leeg. Nadine, een gepensioneerde vrouw die zich over hem ontfermt, belt me halverwege de voormiddag om te laten weten dat hij bij haar thuis is.
'Hij is een wrak', zegt ze.
Sedert de avond voordien heeft hij niets meer van zijn familie in de Gazastrook vernomen. Er is ginds geen internet meer, elk contact werd verbroken. Tegelijk zijn de aanvallen in Gaza toegenomen en worden er tanks ingezet.
'Hij controleert de hele tijd zijn gsm op zoek naar een teken van leven van zijn vrouw, familie en vrienden. Of hij checkt of er op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken nieuws is omtrent de aangevraagde gezinshereniging. Net vanmorgen ziet hij daar dat zijn aanvraag werd afgekeurd.'
Het is de tweede poging, de eerste keer struikelde men over het feit dat hij de originele huwelijksacte niet meer had. Dat werd rechtgezet en hij startte een nieuwe procedure. Het is gissen wat deze keer de reden is, want die wordt niet vermeld.
'Nu zit hij ermee in dat zijn vrouw het bericht ginds ook te zien krijgt zodra ze daar weer internet hebben', zegt Nadine. 'Want ook zij gaat af en toe op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken kijken hoe de situatie er voorstaat. Hij weet wel dat het nu niet zoveel uitmaakt of ze mag komen of niet, dat er ginds momenteel toch niemand wegraakt. Maar ze had er al haar hoop op gevestigd dat het dossier deze keer in orde zou zijn en als ze dan toch moet sterven, dan liever in de wetenschap dat ze hier tenminste welkom was.'
Het zijn toevallig ook de laatste dagen dat hij bij ons werkt. Meestal hangt er dan een wat uitgelaten sfeer en trakteren we om beurten met iets lekkers, maar nu is dat niet aan de orde. Hoe kun je genieten als je geliefden zich in zo'n penibele situatie bevinden? Zijn wanhoop is besmettelijk, zo dichtbij is de oorlog hier nog nooit geweest.
'Kan ik niet wat langer blijven werken?' vroeg hij me vorige week. 'Al is het maar voor enkele weken. Of dagen. Want wat moet ik nu thuis doen, Rino? Wachten en de hele tijd denken, dat is niet goed voor me.' Maar als ik informeer, blijkt dat het onmogelijk is. De termijn dat hij moest werken, is afgerond en de administratieve windmolens - het lijkt wel of ze samenspannen - verhinderen blijkbaar elke vorm van mededogen en menselijkheid.

maandag 26 december 2022

KNOCK OUT

Het is tien voor negen, Bjorn zit op een krukje in de kleedkamer.
'Rino, ik ben niet goed bezig.'
'Is er iets gebeurd?'
'Nee. Maar ik ben te laat vertrokken en dan rijd ik altijd veel te snel.' Ik leun achterover om een blik in de kleedruimte te kunnen gooien en zie hoe hij voorovergebogen een veiligheidsschoen over een voet trekt, zich daarna opricht, bewegingsloos naar zijn voeten kijkend en een diepe zucht slaakt. 'Het is echt niet oké.'
Het onderwerp is niet nieuw hier. Veilig rijden en alles wat erbij komt kijken kwam een eerste keer al uitgebreid ter sprake toen een wildvreemde in het voorbijrijden zijn middelvinger naar Arno uitstak. Hij had geen idee wat hij verkeerd gedaan had.
'Echt waar Rino, ik ontstak in een ogenblikkelijke razernij, ik herkende mezelf niet meer, ontplofte bijna! Gelukkig voor hem reed ik in de andere richting, en besefte dat ik hem niet in kon halen. Maar ik heb toch eventjes moeten bekomen. En ondertussen was ik nog steeds met de wagen aan het rijden…'
Of die keer dat Jonathan voorbij een ongeval reed, het was net gebeurd en er waren nog geen hulpdiensten bij. Omstaanders waren een slachtoffer aan het reanimeren. Het had een diepe indruk op hem gemaakt en checkte vergeefs de nieuwssites tijdens zijn pauze.
Enkele keren kwam het noodlot hier zelfs heel dichtbij, bijvoorbeeld, toen Wahid's zoontje omvergereden werd door een onoplettende bestuurder. Hij moest geopereerd worden aan zijn knie en zijn fiets was total loss. Of toen Carine en Marleen samen de weg overstaken op het zebrapad iets verderop en daar aangereden werden door een chauffeur die hen te laat had opgemerkt.
'Je moet gewoon een beetje vroeger vertrekken', zegt Monica.
'Ik weet het en ik probeer dat ook maar het lukt niet altijd.' Bjorn neemt een glas water en gaat dan op zijn stoel zitten, het is tijd voor de werkvergadering.
'Doe jij dat ook Rino, te snel rijden?'
'Zo weinig mogelijk', zeg ik naar waarheid. 'Het gebeurt wel eens dat ik verstrooid ben en dan plots schrik dat ik boven de toegelaten snelheid zit, maar dan houd ik meteen in. Want ik heb geen zin om failliet te gaan aan het betalen van boetes. Daarbij, als het een gewoonte is, gaat het op een keer echt mis. Want er zijn nog andere mensen onderweg, met de auto maar ook te voet of met de fiets. Je moet ogen op je rug hebben, en altijd proberen in te spelen op wat er kan gebeuren. Maar ook al let je goed op en denk je dat je alles onder controle hebt, als een tegenligger een onverwacht maneuver uitvoert of een inschattingsfout maakt en je rijdt te snel, heb je sowieso een langere remafstand nodig waardoor de kans op een ongeval ineens veel groter wordt.
'Ik mag het niet gedroomd hebben dat ik iemand omver rijdt', zegt hij.
'Wel, dan heb ik goed nieuws voor je: het is vandaag je geluksdag!' zeg ik. 'Je beseft net op tijd dat je verkeerd bezig bent. Er is nog niets gebeurd. Maar dan moet je je vanaf nu aan de regels houden.' Hij knikt.
'Ik stop ook altijd voor iemand die aan het zebrapad staat te wachten', zegt Monica.
'Aja?' zegt Carine een beetje spottend, 'is het niet zo dat je verplicht bent te stoppen?'
'Ja,' zegt Marleen, 'ze zijn misschien wel verplicht maar de meesten rijden toch maar mooi door, zebrapad of niet. Zoals die keer op de hoek, toen we samen overstaken, weet je nog?'
'Je bedoelt die keer dat we aangereden zijn?'
'Ja,' zegt Marleen, 'ik zal het nooit vergeten.'
'Je kon dood geweest zijn,' zegt Carine terwijl ze naar Marleen kijkt. 'En toen draaide jij je nog naar die auto om, zo met je handen vooruit alsof je hem tegen wou houden.' Carine wendt zich nu tot ons, met de ogen groot alsof ze nog steeds niet kan geloven wat er toen gebeurde.
'Ik zie haar nog steeds vliegen, en daarna smakte ze tegen de grond. Het was verschrikkelijk! En ze bleef liggen, dat was nog het ergste van alles. Het duurde, ik weet niet hoelang, voor ze weer in beweging kwam!'
'Twee minuten, maximum,' mompelt Marleen, en daarna, iets luider: 'Ja, ik was een beetje knock out hé, door die klap!' Ze schudt het hoofd bij de herinnering. 'Wat was ik beschaamd!'
'Beschaamd? Voor wat dan?' Dat wil Arno nu wel eens weten.
'Wel, dat je daar zo ligt, midden op straat. Als je dan bijkomt, zie je al die mensen die naar je staan te kijken. Dat was echt gênant!'
'Ik kon die dag niet meer werken van het verschieten, ik was totaal van de kaart', zegt Carine. 'Maar ondanks dat zij nadien van kop tot teen onder de blauwe plekken zat', ze knikt zijdelings in de richting van Marleen, 'is ze geen dag thuis geweest. Later heb ik enkele van die blauwe plekken gezien, niet normaal…'
'Van een paar blauwe plekken is nog niemand doodgegaan', moppert Marleen.
'Wel,' zegt Bjorn, 'ik was aan het rijden en haalde een fietsende vrouw in. Ik vloog haar voorbij en zag toen pas die kindjes die op hun kleine fietsjes voor haar reden, met hun helmpje op, en ineens flitste er van alles door mijn hoofd dat er had kunnen gebeuren…'
'Maar er is niets gebeurd', sust Monica. 'Misschien moet je er gewoon een gewoonte van maken iets vroeger te vertrekken zodat je je niet hoeft te haasten. Tien minuten eerder aanzetten zou al een groot verschil maken.'
'Als je te laat vertrokken bent, is het sowieso al 'foutu'', zegt Kurt met die zware stem van hem, een stem die we nog niet vaak gehoord hebben. Hij werkt hier nog niet zolang maar het is al van de eerste dag duidelijk dat hij een zwaar gewicht op zijn schouders torst. We vragen er hem niet naar, hij zal het zelf wel vertellen als de tijd rijp is. Als het ooit zover komt.
'Maar het domste dat je kunt doen, is proberen de tijd die je te laat vertrokken bent, in te halen door sneller te gaan rijden. Als je te laat vertrekt moet je je erbij neerleggen dat je niet meer op tijd kunt zijn. Te laat komen is niet goed natuurlijk, maar als je een ongeval veroorzaakt, dan pas zit je in de problemen. En als er dan ook nog eens een dode valt door jouw toedoen, is dat iets dat je nooit meer ongedaan kunt maken en de rest van je leven met je meedraagt. Geloof me, dat wil je niet meemaken!'
Na de werkvergadering loop ik samen met Aisha de winkel in. Voor school komt ze een weekje meedraaien om te zien hoe het eraan toegaat voor en achter de schermen van een sociale werkplaats. Het is vandaag haar eerste dag. Om te beginnen krijgt ze een rondleiding.
'Amai,' zegt ze, 'ik moet er nog aan beginnen maar kan nu al een heel verslag schrijven.'

maandag 30 mei 2022

LA BUTTE AUX BOIS

Gisteravond in Lanaken in La Butte aux Bois een kunstveiling bijgewoond ten voordele van Oekraïne. Er werden verschillende werken geveild waaronder de twee beelden die Greet voor de veiling beschikbaar had gesteld. Het leverde een bonte avond met enkele pakkende getuigenissen op, en veel fijne ontmoetingen waarbij nog maar eens opviel dat er aan de meeste kunstenaars toch een serieuze vijs los zit. Gelukkig maar!

Veilingmeester was Stijn Meuris, die goed op dreef was en de ene oneliner na de andere uit zijn pet toverde, en aan wie er misschien wel een gedreven houtbewerker verloren is gegaan, getuige het enthousiasme waarmee hij te pas en te onpas met de hamer sloeg 🔨








vrijdag 16 april 2021

SCHETSBOEK STRIPTEKENINGEN OVER ALTIJD ERGENS OORLOG

 

We blijven bij het thema "Eerste Wereldoorlog", want naast Luk Martens, ontmoette ik op de Internationale signeerdag in Aarschot
Jimmy Hostens
. Hij zette een mooie tekening in mijn schetsboek van de personages Marie en Martha uit zijn tweedelige serie "Altijd ergens oorlog". Het verhaal werd geschreven door
Rino Feys
Deze serie speelt zich af in de Vlaamse Westhoek en met name in en rond het handelsstadje Roesselare. Het verhaal volgt het dagboek van het meisje Marie die met haar moeder en zus bij haar tante Louise en neef Emile woont. Haar oom Maurice werd vermoord door de Duitsers. Daarnaast vertelt het ook het boeiend verhaal van de spionne Martha.
Ik was positief verrast toen ik de beide albums las. De aparte tekenstijl van Jimmy Hostens past heel goed bij het meesleepende verhaal. Het gebruik van bruine kleuren brengt je echt in de atmosfeer van de Grote Oorlog. Soms wijkt de tekenaar van de bruine of grijze kleuren af om bepaalde speciale gebeurtenissen te benadrukken zoals het neerstorten van een vliegtuig. Bij het tweede deel wordt er wat meer kleur gebruikt. Jimmy vertelde in een interview dat hij geinspireerd werd door Tardi's graphic novels. Dat kan je zien in de tekeningen, hoewel hij er toch ook weer zijn eigen draai hieraan geeft.
De albums zijn gebaseerd op ware verhalen, hoewel er ook een stukje fictie aan is toegevoegd. Martha de spionne heeft echt bestaan (haar volledige naam was Martha Cnockaert) en het dagboek van Marie is geinspireerd door het dagboek van Jules Dujardin die 14 jaar was toen de oorlog begon. Daarnaast kan je zien dat er veel onderzoekswerk is verricht om de geschiedenis van de getroffen stad zo getrouw mogelijk weer te geven.
Beide albums bevatten ook een interessante dossier met meer achtergrondinformatie en schetsen. De albums waren een succes. Het eerste album werd al voor de derde keer gedrukt.

zondag 30 december 2018

IN SLOAPE VOOLN IS ZOA GEVOARLUK

Ge bluuf beetre wakkre want
t is zukne roare nacht vannacht
We wistn dat n nie perfect is, n misverstand 
moa dat n ooles kan loatn vooln en zezelvn saboteert
deur t ool toet up de groend plat of te breekn
geprogrameerd voe wuk dat skoane is weg te moain
‘Ze goan noais verandern’ zeg de moane
‘héel da nest up boane voe t ool in de fik te steekn
Zie ze loopn! Wacht toet da ze wakker komm!’
Vele sloapn, zoa da j fris zyt, eetn, zoa da je sterk stoat
zoa da j up joen best zyt voe héeln boel kapot te moakn
Gemakt up ne zomerdag in vredestyd
en ier nuu up ne wienternacht woarup da j dromt da j slapt
ge zoe willn wakker komm moa zukne nacht kan lange deurn
En ooles vlieg de lucht in en de sterrn geboarn van nietn
lik da t normoal is, en de moane lacht
Nyp moa in joen vel uj wakker komt
In sloape vooln is zoa gevoarluk

DUZEND SOLDOATN


Conrad
 vroeg me of ik 'Duzend Soldaten' van Willem Vermandere wou brengen, vrijdagavond laatst, op de achtste editie van 'Beyond The Flags', zijn tot festival voor fijnproevers uitgegroeide, muzikale geesteskind met protestsongs over oorlog en vrede waarop hij muzikale groten uit verschillende continenten weet te strikken. Het was kort dag en omwille van verplichtingen moest ik jammer genoeg bedanken voor deze invitatie. Maar ik mocht de tekst ook inspreken en doorsturen. 
Want Conrad was vastbesloten en wist wat hij wou: de avond inzetten met de woorden van Willem. Woensdagavond zette ik de tekst naar mijn hand, nam hem op en stuurde de opname door. Daarna hoorde ik er niets meer van, maar het was zowel voor Conrad als voor mij een heel druk weekend dus ik stond er ook niet bij stil. Maar gisteren, toen ik met Jimmy op de boekenbeurs in Passendale zat te signeren (fantastisch dagje!) werd ik er steeds zekerder van dat de opname uiteindelijk ongeschikt bevonden was, tot ik opeens een berichtje van een vriend kreeg: 'Waar stond jij eigenlijk op dat podium in de Wezekappelle? Ik heb je niet gezien?'
En vanmorgen tenslotte, kreeg ik dit filmpje doorgestuurd: 'Duzend Soldaten' in Cultuurkapel De Schaduw, met Kevin Lance uit Austin, Texas, op de drums, Greg Rzab uit Illinois, Chicago, op de bas en de fenomenale Arne Demets uit Sint-Eloois-Winkel die eerst op gitaar improviseert om de muziek uiteindelijk te laten ontketenen in 'Machine Gun' van Jimmy Hendrix...



dinsdag 20 november 2018

OVER ALTIJD ERGENS OORLOG OP STRIPSPECIAALZAAK

13/10
TOP
Altijd Ergens Oorlog 2
"Ik herinner me dat ik — het is ondertussen alweer een jaar of zes geleden — in het restaurant toevallig naast het tafeltje van Jimmy Hostens zat. Halverwege het aperitief vroeg hij me of ik geen zin had een verhaal te schrijven over de Eerste Wereldoorlog. Hij was gefascineerd door het boek van Johan Delbecke, Kinderen in de Eerste Wereldoorlog. 'Maar ik ben een tekenaar, geen schrijver', zei hij. De week nadien zaten we weer ergens naast elkaar en toen was het snel beslist. Wat meteen vast stond, was dat het verhaal verteld zou worden vanuit de ogen van een kind. Geen boek over de loopgraven of de soldaten aan het front, maar over gewone burgers in bezet gebied, en hoe zij zich moesten zien te redden.

Ik begon te lezen over de Groote Oorlog. Roeselare bleek een garnizoensstad te zijn geweest, die kreunde onder het bestuur van de Duitsers. Niet zoals Ieper waar de geallieerden de dienst uitmaakten — en dat weliswaar zwaar gefolterd en met de grond gelijk gemaakt werd, maar waar de bevolking tenminste geen vier jaar lang naar de pijpen van de bezetter had hoeven te dansen.

Hier moesten de mensen van meet af aan alles ondergaan en afstaan en ze kregen er weinig of niets voor terug. Altijd maar inleveren. Hand- en spandiensten verrichten. En als de boeren of arbeiders al iets kregen, dan was het een aalmoes. Maar het was ook een mensenleven waard, want wie weigerde, bekocht het meestal met de dood.

Dus werd er handel gedreven met de vijand en klussen uitgevoerd aan het front. Vader was gaan vechten en moeder moest de zaken thuis zien te beredderen met zes, zeven, acht kinderen — dat was helemaal niet uitzonderlijk toen. Monden die gevoed moesten worden.
Op elk niveau dienden er afspraken gemaakt en compromissen gesloten met de vijand. Zaken die men na de oorlog liever vergat.

Ik heb mijn grootouders nooit iets over de Eerste Wereldoorlog horen vertellen, hoewel ze die als kind hebben meegemaakt. Iedereen zweeg als vermoord, alsof het de moeite niet was het erover te hebben, alsof de oorlog zich vooral in de Westhoek afgespeeld had. Toen we op zoek gingen naar ons verhaal, waren we dan ook stomverbaasd toen we te weten kwamen hoe lelijk de Duitsers hier huisgehouden hadden, hoe zwaar de oorlog hier toegeslagen had. En voor wie dacht dat het ergste voorbij was na de dag die als Schuwe Maandag de geschiedenisboeken haalde, toen de Duitsers bij het begin van de oorlog in Roeselare lukraak negenendertig inwoners executeerden: dommage pindafromage!

Altijd Ergens Oorlog 2

Brand
In de nacht voorafgaande aan onze nationale feestdag, zaterdag 21 juli 1917, voerden de Engelsen zware bombardementen uit waarbij het Arsenaal, de broederschool en de academie in de vlammen opgingen. In het Arsenaal waren er op dat moment soldaten en paarden gelegerd die geen schijn van kans hadden tegenover de beschietingen. Tientallen van hen vonden de dood in de vlammen. Zoals gewoonlijk werden er ook burgers gedood door de Engelse kogelregens, collateral damage, zoals men dat noemt. Jimmy slaagt er hier bijna in de hitte tastbaar te maken. Alsof je de vlammen voelt!

Altijd Ergens Oorlog 2
Priesters op de vlucht 
Je ziet het wel vaker bij iemand voor wie het uur van de dood gekomen is: dat deze nog snel zijn heil zoekt bij God. Zelfs de meest ongelovige begint dan plots in wilde devotie te bidden. Want baat het niet, dan schaadt het niet! Aan het begin van de oorlog, toen het duidelijk werd dat er niets meer aan te doen was, dat er daadwerkelijk een oorlog zat aan te komen, viel de bevolking hier collectief in doodsangst op de knieën en vroeg de almachtige om hulp. Er werden talrijke smeekprocessies georganiseerd om het onheil alsnog af te wenden maar het mocht niet baten. Later, toen de oorlog al over de helft was, werd het de Roeselaarse priesters ineens te heet onder de voeten en lieten ze hun kudde in de steek.


Vader
Aan het begin van de oorlog werkt vader als seizoensarbeider in Frankrijk. In die tijd was het heel gewoon dat je een tijdlang naar het buitenland trok om er te werken. We lieten de vader van Marie deze rol opnemen om de last voor het huishouden, het opvoeden en het beschermen van de kinderen op de schouders van de moeder te kunnen leggen, als bij de moeders wiens man aan het front zat. Daarnaast heeft Marie hierdoor een reden om het verhaal op te schrijven: omdat er zoveel tegelijk gebeurt dat ze vreest dat ze het meeste vergeten zal zijn tegen dat ze haar vader terugziet.

In ons verhaal vernemen ze voor het eerst iets van vader aan het eind van het eerste deel door middel van een brief. Het tweede deel start met moeder die deze brief voorleest. Daaruit blijkt dat het vader ook niet voor de wind is gegaan en hij sinds het begin van de oorlog al menig watertje doorzwommen heeft. Altijd Ergens Oorlog is gebaseerd op meerdere getuigenverslagen en dagboeken uit het Roeselaarse in die tijd. De gebeurtenissen die binnen deze dagboeken overeen kwamen, vormen de rode draad waarbinnen we onze verzonnen hoofdfiguren hun avonturen konden laten beleven. Het gezin staat model voor meerdere gezinnen uit die tijd.

Altijd Ergens Oorlog 2

Hierboven zie je hoe vader vanuit Nederland terug naar België vlucht, naar zijn gezin. Maar hij loopt recht in de armen van de Duitsers. De perspectieven zijn weer uit de kunst. Dit is het derde stripverhaal dat Jimmy tekent en hij wordt steeds beter. Ik ben heel dankbaar dat ik met hem heb kunnen samenwerken. Ik kon mezelf geen betere tekenaar wensen! Heel wonderlijk is het om je woorden tot leven te zien wekken. Dit is de laatste pagina die Jimmy getekend heeft voor dit verhaal.

Altijd Ergens Oorlog 2
De Rode Baron
'Ik zou zo graag de Rode Baron nog eens laten vliegen boven Rumbeke', zei Jimmy op een keer, toen hij de laatste pagina's van het boek naderde, 'maar dat kan niet, want op dit moment van het verhaal is hij al enkele maanden dood.' Ik vind dat dit voor een stripauteur geen belemmering mag zijn. Want je bevindt je als schepper maar een trapje onder God! Nee serieus, ga je gang, zolang je er maar eerlijk over bent dat je op dat moment een loopje met de waarheid neemt. En zo neemt die goeie, ouwe Rode Baron nog eens deel aan een luchtgevecht terwijl hij in werkelijkheid al een tijdje onder de groene zoden lag.

Ik vind het zalig hoe Jimmy's vliegtuigen stuiteren door het luchtruim. Soms doet hij me zelfs denken aan Hugo Pratt voor wiens werk ik een grote bewondering heb. Die vervreemding, dat mysterieuze. Ik vroeg Jimmy ooit eens naar Pratt, maar hij was niet echt vertrouwd met diens werk. Het is dus puur toeval!


Bevrijding
Ons boek staat ook nog even stil bij de bevrijding. Na de eerste euforie komt al snel de kater, want een oorlog kent geen winnaars. Van de 5.388 huizen in Roeselare waren er nadien nog 1.677 bewoonbaar. Van de meer dan twintigduizend inwoners bleven er nog enkele honderden over. Het merendeel was op de vlucht geslagen. Veel vluchtelingen zagen hun vrees bij terugkeer bewaarheid worden: have en goed waren met de grond gelijk gemaakt. Maar ook voor wie zijn huis nog had, was het helemaal opnieuw beginnen. Dit allemaal bovenop het gemis van familie en vrienden die het niet overleefden. Niemand komt ongeschonden uit een oorlog.

Altijd Ergens Oorlog 2

In het eerste deel van Altijd Ergens Oorlog maken we kennis met Martha Cnockaert. Ze was de dochter van café-uitbaters die een kroeg hadden op de grote markt, waar ze geregeld achter de bar stond. Daarnaast werkte ze als verpleegster in het college dat omgebouwd werd tot lazaret. Ze verwierf het IJzeren Kruis voor haar werk. Door haar gezinssituatie en werk kwam zij vaak met Duitsers in contact en het verzet benaderde haar om informatie in te winnen. Zo werd Martha een spionne. Haar verhaal is nogal omstreden en kent bij de inwoners van Roeselare maar weinig bijval. Het werd nooit bewezen, maar er waren vermoedens van dubbelspionage. Ze wordt beschouwd als iemand die van alle walletjes mee at, en men was ervan overtuigd dat ze in het boek dat haar man nadien over haar wedervaren schreef, een leugenachtig portret van zichzelf neerzette. Maar het boek werd een wereldwijde bestseller, er werd een Britse film over haar wedervaren tijdens de oorlog gedraaid, en in het buitenland werd ze overal door grote menigtes onthaald als een heldin. Meerdere boeken volgden. In het eerste deel van Altijd Ergens Oorlog wordt ze door de Duitsers ontmaskerd en krijgt ze de doodstraf. Door het IJzeren Kruis werd het vonnis omgezet in levenslang. Hierboven zie je hoe ze aan het eind van de oorlog weer vrijkomt."

HET MYSTERIE VAN HET AL DAN NIET VERDWENEN DAGBOEK VAN JULES DUJARDIN

Op donderdag 4 oktober, om acht uur 's avonds, gaf ik een lezing uit de dagboeken van Jules Dujardin in de Gemeenteraadszaal van het Roeselaarse Stadhuis. Ik heb geen ogenblik getwijfeld toen men me vroeg. Het bood me de mogelijkheid om Jules eer aan te doen. Het was ook een kans om het boek nog eens volop in de schijnwerpers te zetten vooraleer het opnieuw, en misschien wel voorgoed, in de vergetelheid wegzonk. Ik vond dat ik dat Jules, na zijn hulp aan ons, wel verplicht was.
Dus begon ik met de toch wel onthutsende vermelding dat het boek vermist was. Dat men het stadsarchief ondertussen al enkele keren doorploegd had, maar het niet meer terugvond. In de pauze kwam de schepen van cultuur, Dirk Lievens, me op de vingers tikken. Dat ik dat niet had mogen vermelden.
'Hoezo?' zei ik. 'Voor wij met het boek aan de slag gingen, was er niemand die nog weet van het boek had, en als ik nu zwijg, wordt er ook niet meer naar gezocht.'
Toen ik het scenario van Altijd Ergens Oorlog schreef, wou ik eerst en vooral een rode draad spinnen met waargebeurde feiten die als kapstok kon dienen. Daaraan zou ik dan de belevenissen van mijn personages ophangen. Belevenissen die eveneens gebaseerd waren op waar gebeurde feiten. Jimmy had weet van een authentiek dagboek dat zich in het archief van de stad Roeselare bevond. Op verzoek mochten we het boek bekijken, we mochten er zelfs foto's van nemen, maar we konden het niet ontlenen. Wat maar normaal was natuurlijk, aangezien het de enige kopie was van het werk. Zo hebben we het hele boek gefotografeerd, Jimmy die de pagina's omslaat terwijl ik de foto's neem. Thuis sneed ik de foto's digitaal bij tot het juiste formaat, maakte ze iets scherper en bundelde ze in een pdf die ik afprintte. Zo kwam ik tot een boek van 420 pagina's.
Op de lezing, na mijn vermelding dat het boek vermist was, gooide ik een pak papier op de tafel voor me.
'Ziehier, voorlopig de laatste kopie', zei ik.
Tijdens de pauze nam de schepen de toch wel indrukwekkende stapel pagina's vast.
'Dit is dus ons boek', zei hij.
'Nee,' zei ik, 'dit zijn de foto's die wij van jullie boek namen, die we bewerkten en in een pdf opsloegen, en tenslotte hebben afgeprint.'
Hij legde de pak papier terug.
De voorbereiding voor de lezing was heel arbeidsintensief, je mag gerust stellen dat ik het een beetje onderschat had. Om te beginnen moest ik het boek helemaal opnieuw lezen. Voor het scenario van het eerste deel van Altijd Ergens Oorlog, de graphic novel over de gevolgen van de oorlog voor de bevolking in Roeselare die ik samen met tekenaar Jimmy Hostens wou maken, had ik het relaas van Jules al eens gelezen, een kleine zes jaar geleden, samen met verschillende andere dagboeken, terugblikken en getuigenverslagen over de eerste wereldoorlog in en rond Roeselare. Toen we aan het tweede deel van ons verhaal begonnen, las ik het dagboek van Jules opnieuw.
Het is een uiterst boeiende leeservaring. Aanvankelijk vult Jules zijn dagboek met grote tussenpozen aan. We bevinden ons in de verwarrende en broeierige dagen die aan de Groote Oorlog voorafgaan. Maar naarmate de aanwijzingen sterker worden dat de strijd onafwendbaar is, begint hij regelmatiger te noteren, met soms meerdere aantekeningen op dezelfde dag. Zo kunnen we van op de eerste rij toezien hoe de legers zich langs beide zijden opmaken voor de op handen zijnde confrontatie. Jules noteert wat hij in zijn omgeving hoort of in de krant leest en vult dat aan met zijn eigen ervaringen en bedenkingen. Langzaamaan krijg je een beeld van hem: de oudste zoon van een gezin met zes kinderen waarvan het jongste enkele maanden oud is, die ontredderd vaststelt hoe de wereld zoals hij die kent een dreun van jewelste krijgt. Eerst is iedereen ervan overtuigd dat de strijd van korte duur zal zijn, en de oorlog alweer afgelopen, nog voor die wel en goed begonnen is. Op Schuwe Maandag echter mag de bevolking al eens proeven van wat hen de komende tijd te wachten staat. De Roeselare binnenmarcherende Duitsers, velen nog halfdronken van de vorige avond, worden onder vuur genomen door enkele achtergebleven Franse soldaten en denken dat het de bevolking is die hen aanvalt. De tol is hoog; 39 burgers worden lukraak uit hun huizen gehaald of van straat geplukt en geëxecuteerd. Het is het begin van een lange, wrede nachtmerrie waar velen niet meer uit zullen ontwaken. De zwierig en passioneel geschreven aantekeningen van Jules vormen een heel authentieke kijk op het gebeuren, en zijn nu eens hoopvol en poëtisch, en dan weer radeloos en verslagen. Je krijgt een ongepolijst en confronterend beeld van wat het is om in een oorlog terecht te komen.
Voor de lezing las ik het boek dus voor een derde keer en selecteerde toen de stukken die ik voor wou lezen. Vooral stukken die we niet voor de strip hadden gebruikt.
Ik heb me meerdere keren verwonderd over de scherpe blik en taalvaardigheid van Jules, me afgevraagd of er misschien geknoeid kon zijn met zijn aantekeningen, en of ze wel authentiek waren. De pagina's 350 tot 373 lijken met balpen geschreven, in tegenstelling tot de pagina's ervoor en erna: daar werd een pen gebruikt wat vanzelfsprekender is voor die tijd. Want de balpen werd pas vanaf de jaren vijftig massaal in gebruik genomen. Maar op die bladzijden is het papier ook bleker, en zijn er weinig of geen verkleuringen te zien, en er werden ook geen correcties op aangebracht, dit alles in tegenstelling tot de andere pagina's. Misschien was het origineel in een zodanig slechte staat dat Jules het later overschreef? Want dat hij zijn dagboek nadien nog bijgewerkt heeft, bewijst het naschrift dat hij er na de tweede wereldoorlog heeft aan toegevoegd, en waarin hij de Duitser als mens probeert te ontleden. Twee oorlogen waren er duidelijk teveel aan.
Dat Jules zijn dagboek nadien herschreef zou verklaren waarom sommige anekdoten zo meesterlijk opgebouwd werden. Die taalvondsten en zwierige schrijfstijl. Hij is geen Hugo Claus natuurlijk, maar het lijkt ook geen vijftien, zestienjarige die hier aan het woord is.
En toch denk ik dat het hier voor het grootste gedeelte de originele aantekeningen betreft. Je moet die nieuwjaarsbrief maar eens bekijken (zie de dossierpagina's in Altijd Ergens Oorlog 2). Welke volwassen man zou zoiets op deze manier verwerken? Daarnaast zijn er ook de vele krantenknipsels uit die tijd die hij in zijn dagboek kleefde en omwond met aantekeningen en opmerkingen. Je ziet duidelijk waar hij op een bepaalde dag iets opschreef, en er later op diezelfde dag nog wat aan toevoegde, wanneer er weer iets meldenswaardigs voorgevallen was.
En tot slot: het maakt me ook niet zoveel uit, of dit nu het oorspronkelijke verhaal is, of een iets meer geromantiseerde, herwerkte versie. Het is gewoon een heel authentiek, aandoenlijk en hartverscheurend relaas van een gewone burgerjongen die temidden in die Groote Oorlog zat en daar, tussen de vijand, moest zien te overleven.
Omdat we er van meet af aan voor kozen om het wedervaren van gewone burgers te brengen, was het boek van Jules 'gefundenes fressen'. Alles werd vanuit de ogen van een kind verteld en dankzij hem wist ik al snel waar ik naartoe wou met mijn verhaal. Meer dan enig ander boek dat ik over de oorlog las, heeft het mijn koers bepaald. Het stak me een beetje dat we niet meer met het dagboek konden doen. Want het was niet de bedoeling dat Altijd Ergens Oorlog het boek van Jules ging worden. Na het verschijnen van het eerste deel heb ik me in menig interview de vraag gesteld waarom het boek van Jules niet kon worden uitgebracht, vanwege de geschiedkundige waarde maar ook als eerbetoon aan onze voorouders wiens levens zwaar gehypothekeerd werden.
Toen we met het tweede deel bezig waren, besloten Jimmy en ik dat er aan het eind zeker een dossier aan Jules gewijd moest worden. Naast een zeldzame foto van Jules als kind wilden we twee pagina's uit zijn dagboek publiceren. Omdat we meenden dat de kwaliteit van onze foto's onvoldoende zou zijn (wat uiteindelijk niet zo was), vroegen we of we het boek nog eens mochten inzien, om een betere foto te kunnen nemen. Toen we na verloop van tijd nog eens informeerden, bleek de archivaris de ruimte al enkele keren vruchteloos te hebben doorzocht. Met andere woorden: het boek was spoorloos.
Na de lezing kwamen mensen me feliciteren, en vertelden toen verbaasd hoe ze door de schepen benaderd waren met de vermelding dat het geen waar was, dat het boek niet verdwenen was maar zich gewoon op het archief bevond.
En ook de volgende dag, tijdens de voorstelling van het boek, opnieuw in het stadhuis, benadrukte hij nog eens dat het dagboek in het archief lag, en dat er al vage plannen waren – nu gebleken was wat een waardevol document het was – om er iets mee te gaan doen.
Jimmy en ik lachten eens naar elkaar en haalden de schouders op.
De twee dagen daarna moesten we signeren aan de oude tramstatie, de plaats van waar de Duitsers honderd jaar geleden naar het front vertrokken. De archivaris vertelde hoe kwaad de schepen was toen bleek dat het boek daadwerkelijk verdwenen was, en dat ze nu volop op zoek waren.
Jimmy vroeg of ze ook eens hadden gekeken in het lokaal waar wij het boek hadden mogen inzien en beschreef de plaats en de hoek waar we het boek zes jaar geleden hadden gefotografeerd. Dat was de ruimte die tegenover het archief lag. De archivaris zei dat het boek zich daar niet kon bevinden, dat het geen steek hield, maar, omdat Jimmy bleef volhouden, dat hij een kijkje zou nemen.
Daarnaast zou hij me een mailtje sturen met kopie's van landkaarten uit die tijd die ik nodig had om de juiste straatnamen te hebben voor een ander verhaal dat ik momenteel over de eerste wereldoorlog schrijf.
Twee dagen later zag ik op Facebook een post van schepen Lievens passeren:
“Uit de schatkamer van ons stadsarchief. Het dagboek van Jules Dujardin is een oorlogsverslaggeving van Wereldoorlog 1 verlucht met foto’s en krantenknipsels gemaakt door de in 1901 geboren Roeselaarnaar Jules Dujardin. Een deel is in stylo geschreven en de stylo dateert van lang na wereldoorlog 1. Het werk werd beëindigd in 1946. Een mooi werkje waarvan fragmenten als inspiratie dienden voor de strip altijd ergens oorlog.”
Die avond kreeg ik een mailtje van de archivaris met de gevraagde plattegronden. Ik bedankte hem, en vroeg of ze iets geweest waren met de tips van Jimmy omtrent de plaats van het verdwenen dagboek. Hij schreef terug:
'Dag Rino, Graag gedaan! En ja, hoor, de dagboeken zijn terecht na de gouden tip van Jimmy!'
'Dus de boeken hebben zes jaar op dezelfde plaats gelegen?' stelde Jimmy verwonderd vast toen ik het hem vertelde.
Kortom, het was dus weer een heel leerrijke ervaring.

VOORSTELLINGSWEEKEND ALTIJD ERGENS OORLOG

Een fantastisch weekend waarin we Altijd Ergens Oorlog 2 mochten voorstellen en aan de man/vrouw brengen. Donderdag een lezing in het stadhuis, vrijdag de officiële voorstelling, zaterdag signeren aan de oude tramstatie (vanwaar de tram honderd jaar geleden soldaten naar het front bracht) en vandaag, tijdens de 27ste Krottegemse Rommelmarkt, voor de Barlaban in de Sint-Hubrechtsstraat. Een mooie wisselwerking met de oude tramstatie: wij stuurden er geïnteresseerde passanten heen, en de toezichthouders daar stuurden mensen die voor het boek kwamen naar ons. En wat je ook voor zijn neus schoof, Jimmy draaide er zijn hand niet voor om en signeerde het in een mum van tijd en met zichtbaar genoegen...