donderdag 8 november 2018

ZAKKN ME KLEERN, déel 1

'De kringloopwinkel in Avelgem, met Rino!'
'Alloo… Is t mè kringloop?'
'Met Rino van de kringloopwinkel in Oavelgem!'
'Alloo menéer, k moete kée n twuk zeggn… Noaste weke woensdag komm z achter n textiel ee?'
'Da zoe kunn madam, ke kenne de kalender van d upoalingn nie van buutn.'
'Nu moa wi, ze komm dus noaste weke woensdag achter n textiel en kée k ik ier n doaze of twée mè boekn da k zoe willn mee geevn.'
'K peise da da nie goa goan madam. Ze komm zyder sjuuste moa achter n textiel.'
'Jamoa, k zoe die doazn up de groend zettn en die zakkn mè textiel der up! Ze goan ze ton olyk wel meepakkn zeekre?'
'T probleem is, madam, da ze sjuuste moa voarzien zyn up textiel, en da ze wok nietn anders meugn meepakkn...'
'Oe moe k ik dat ton doen? K stoa k ik ier mè die boekn... K zyn k ik ool zessntachntig en ke kunne k ik da nie mée zelve briengn... T is toch te jammre voe da by t papier te zettn? Alléz, ku j da nie regeln? Voe ne kée?'
'Miskien moej noa d uphoalingsdienst belln madam, joen situoasje uutéen doen en vroagn, ut de camion ne kée passeert, dat n stopt en die doozn mè boekn ton meepakt.'
'Oe... Kuj gy doa nie voa belln miskien?'
'Joak, moa ton moe k ik éest belln noa doa, ortn wonneer dat t voar under past, en ton belln noa joe voe te kykn ut da voe joe past. En ut da ton ny past voe joe moe k ik were belln noa…'
'Ja tis wel. Eej doa ne nummre van?'
'Ge moe moa zeggn uj gréed zyt voe te skryvn.'
'Ja.'
'Nul zessnviftig...'
'Nul zessnviftig...'
'Drientwientig...'
'Drientwientig...'
'Neegnentwientig...'
'Neegnentwientig...'
'Véertig...'
'Véertig...'
'En uj noa diene nummre belt kuj ton nen dag en een eure ofspreekn, noa volgens da t past'.
'En wonnéer zoen ze ton komm?'
'Moa t is doamee da j moe belln ee madam...'
'En noa woa moe kik ton belln?'
'Wè, noa diene nummre da k sjuuste gegeevn een! En ze goan zyder ton ne kée kykn in undernen boek wonneer dat er n twien ool tjunders moe passeern.'
'Aja? Morrn komm ze by myn gebeurs n kasse of twée uphoaln!'
'Wie komt er n kasse of twée uphoaln?'
'De kringloopwinkel née!'
'Wè, zet ze derby!'
'Wuk, zet ze derby?'
'Die doazn mè boekn! Ze goan ze ton van éeste kée meepakkn!'
'Die doazn by die kastn van myn gebeurs zettn?'
'Bè ja, doe da moa, t is ton ool in éne kée weg!'
'Dus met n textiel meuge k ik die doozn nie meegeevn moa mè die kastn wel?'
(Diepe zucht)
'Zy j doa nog?'
'Voe diene textiel goan ze van deure toet deure madam, ool up dezelstn dag. Voe die kastn kom ze specioal of. En zeen ton toch nog plekke oovre, verstoaj t? Alloo? Alloooooo!'

GSM

Waar is de tijd dat we nog rustig een hap uit onze boterham namen, nippend van onze koffie, terwijl we door het raam naar buiten keken, naar die bomen in de verte - kaal, met jonge blaadjes, vol in blad, zacht verkleurend, in bonte kleuren, hun bladeren verliezend - en daar opmerkingen over maakten? Of over wat er het voorbije weekend was gebeurd, over de kinderen of de hond, over waar iemand thuis mee bezig was? Over onze dromen en plannen? Waar is de tijd dat we tijdens de lunchpauze nog praatten met elkaar? Dat we opkeken als iemand de keuken binnenkwam?
Niemand die het vandaag nog opmerkt. Hoe is dat toch kunnen gebeuren?
Soms moet ik mezelf bedwingen om niet naar mijn gsm te grijpen en ook te gaan scrollen en me onder te dompelen in het grote niets. Want ik voel me asociaal door niet deel te nemen aan dit groepsgebeuren waarbij iedereen zich afzondert en zich in zijn eigen wereldje terugtrekt.
Maar ik vertik het! Ik doe niet mee! En ik protesteer!
Niet dat het veel uithaalt. Want niemand die het ziet.
Ze kijken allemaal naar dat schermpje waarin twee spiraaltjes draaien die de kijker in hun macht hebben. Blindelings grijpen ze naar hun kop koffie, nemen een slokje en zetten de kop eerst weer neer om vervolgens een hap van hun boterham te nemen. Want ze hebben maar één hand over.
Vroeger, als ik als kind onder het eten in een boekje bladerde aan tafel, moest ik het opzij leggen. Want het was niet goed voor de spijsvertering, lezen terwijl je eet. Een ander argument was dat je maar half beseft wat je eet, dus krijgt de kok weinig tot geen waardering voor zijn werk. En het komt de gezelligheid ook niet ten goede. Vandaag is het normaal geworden.
Maar ik begrijp het wel natuurlijk. Tijdens het werk moeten de gsm’s in het kastje, achter slot en grendel, maar dat betekent niet dat de wereld stopt met draaien. En ook al heeft niemand je proberen op te bellen, stuurde niemand een berichtje en heb je geen nieuwe mails ontvangen in je mailbox, op Facebook en Twitter is er steeds van alles gaande. En daarna misschien vlug nog eens kijken op Instagram!
Met zo’n ding is alles mogelijk. Zo is Aaron eens weggelopen omdat hij ruzie had met zijn vriendin en het eerst weer bij moest leggen. Ze had hem een berichtje gestuurd waarin ze het uitmaakte. Hij las het tijdens zijn pauze. De tranen sprongen in zijn ogen, hij keek me aan en zei: ‘Ik moet meteen naar huis. Want als ze straks weg is heeft dit allemaal geen zin meer.’ Wat ik ook zei, niets hielp. Hij woonde voor het eerst met iemand samen. Bijna een maand op dat moment. Pas negentien.
Een ogenblik later was hij weg. De dag nadien was hij er weer. Geen vuiltje aan de lucht. Veel excuses voor zijn plotseling vertrek en een mysterieuze glimlach op zijn lippen. Je wil gewoon niet weten hoe ze het hebben bijgelegd.
Ook Jelle had op zekere dag problemen met zijn vriendin. Eigenlijk heeft hij altijd problemen met zijn vriendin. Het is ook niet moeilijk, de helft van de tijd wonen ze allebei bij iemand anders. Alsof de gescheiden ouders waar ze vroeger om beurten een week bij woonden, nu vervangen zijn door twee partners of nog meerdere partners. Altijd in hetzelfde huis wonen is gewoonweg veel te saai!
Het was pauze. Ik nam een kop koffie en hij maakte zijn locker open en nam zijn gsm.
Toen zette hij nog vijf stappen, terwijl hij het toestel opende. Eventjes leek hij te bevriezen, zijn ogen werden groot, zijn gezicht bloedrood, en toen barstte hij uit.
‘Maar wat is dat hier allemaal! Trut! Jij vuile trut dat je bent!’
‘Hela rustig Jelle! Wat is er aan de hand?’
‘Wat? Rustig? Blijf jij maar rustig ja! Moet je dit hier hier zien! Putain!’
Hij schudde zijn hoofd terwijl hij scrolde.
‘Al mijn vrienden, allemaal zijn ze kwaad op me. Ik heb mijn Facebookaccount thuis laten open staan en nu stuurt ze hen berichten uit mijn naam. Allemaal verzinsels waarmee ze mijn vrienden razend maakt. Echt, ik zweer het, als ik haar zie knijp ik haar keel dicht! Verdomde heks!’
‘Hela hela!’
‘Maar kijk hier Rino… Tientallen berichten van vrienden die nu boos op me zijn!…’ Hij schuimbekte van woede maar tot mijn grote verbazing schudde hij plots z’n hoofd, stopte zijn gsm gewoon weer in zijn kastje en sloot het ding. Hij bleef de rest van de dag pissig rondlopen. Maar zijn werk ging verbazend goed vooruit.
De afspraak is dat je gsm tijdens het werk in je kastje zit. Met nieuwe mensen ligt dat een beetje moeilijk. Er is altijd wel iets waardoor ze hun toestel bij zich moeten houden. Er zou bijvoorbeeld iemand kunnen opbellen! Ze moeten altijd wennen aan het idee dat men in geval van nood gewoon naar de kringloopwinkel van Avelgem kan telefoneren. Nathalie of ik geven de telefoon dan eventjes door.
Op de eerste dag, tijdens het doornemen van de welkomstbrochure, leg je uit dat er geen gsm's op de werkvloer toegelaten worden, punt. En dat je de schoolmeester niet wilt spelen, maar als iemand er niet in slaagt om zijn gsm tussen de pauze's door in zijn kastje op te bergen, hij het ding tijdens de werkuren zal moeten afgeven.
De volgende morgen herhaal je dat iedereen zijn mobieltje in zijn kast moet steken.
'Je meent dat toch niet', zeggen oudere medewerkers als je even later, we zijn al een halfuur aan het werk, wijst op die lange rechthoek in hun broekzak. Want zij staan daarboven, ze zijn toch geen kinderen meer? Ze waren eigenlijk bijna vergeten dat ze een gsm hadden!
De jongeren doen het ook niet slecht: 'Ik gebruik alleen de mp3 speler, om achteraan, in de sortering wat afleiding te hebben tijdens het werk. Want ik wordt gek van de muziek die hier speelt... En daarbij, de telefoonfunctie werkt niet eens!'
De kolere waarmee ze uiteindelijk naar hun kastje lopen, opdat je zou ophouden met zagen...
Na enkele waarschuwingen loste Aaron het op zijn manier op. Hij stak zijn gsm in zijn kastje en kwam met de sleutel naar mijn bureau. Dit houdt hij nu al enkele maanden vol. Iedere pauze komt hij zijn sleutel halen, en brengt hem daarna weer terug. Helemaal op zijn voorstel.
'Ik kan niet anders Rino. Ik kan dat ding gewoonweg niet met rust laten', zei hij opgelucht.
Na enkele weken ging hij zelfs promotie maken voor het idee. Het was op een ochtend, we waren bezig met de werkbespreking.
'Jullie moeten het ook eens proberen,' zei hij, 'zo is het veel gemakkelijker. Ik moet er niet meer aan denken nu, het kan toch niet. En dat voelt heel chill!'
Maar ook zijn vriendin moest wennen aan de nieuwe situatie. Geschrokken keken we die eerste middag naar zijn verbaasde glimlach terwijl hij luisterde naar de scheldpartij tijdens de pauze, zo luid dat we ieder woord konden verstaan. Omdat hij zijn telefoon niet opnam al die keren dat ze belde.
'Maar schat... Schat, ik was aan het werk... En dan moet je telefoon in je kastje!' Maar ze bleef roepen.
'Ik zal je mijn baas eens geven', zei hij tenslotte, maar toen hij de telefoon overhandigde had ze al neergelegd.
Je kunt de mensen in drie groepen verdelen. Om te beginnen zij die zichzelf nog een beetje in de hand hebben. Meestal komt dat omdat ze nog een oude gsm hebben, een stukje antiek bijna. Zo’n Nokia die ze al tien jaar met zich meezeulen, iets waar ze apetrots op zijn. Terecht natuurlijk. Maar ze hebben dan wel vaak een tablet waar ze niet van weg te slaan zijn. Ten tweede diegenen met een toestel waarvan het lijkt alsof er een vrachtwagen overheen is gegaan. Je zou haast denken dat sommige gebruikers hun toestel proberen te personaliseren met enkele barsten in het glas. En die blijven er dan eeuwen zo mee rondlopen. Dan tenslotte zij met een apparaat zo nieuw dat er nog geen waarderingscijfers over bestaan. Deze gebruikers vallen voor de nieuwste snufjes en lijken constant op zoek naar argumenten om hun inmiddels alweer zes maanden oude ding zo snel mogelijk af te schrijven om een nieuw toestel aan te kunnen schaffen. Het nieuwste van het nieuwste. Zo gooide Aaron zijn telefoon tegen de muur nadat hij vaststelde dat zijn vriendin die hij daarnet aan de lijn had en die, toen het op een discussie uitdraaide, haar telefoon uitschakelde. Hij raapte de stukken bij elkaar en zei: ‘Hij was toch al kapot.’ We vroegen er niet naar.
Maar de dag nadien had hij een nieuw toestel mee. We zaten in de tuin en ik keek naar hem terwijl hij met zijn oortjes in zat te schuddebuiken van het lachen.
‘Is dat je nieuwe telefoon Aaron?’ Hij keek op, leek iets gehoord te hebben en toen hij de rest naar hem zag kijken verwijderde hij de oortjes.
‘Ik vroeg of dat je nieuwe telefoon is.’ Hij knikte.
‘De bediening is gelijkwaardig met het beste wat er van Samsung op de markt is, terwijl de hardware overeen komt met het nieuwste van iPhone.’ Hij glimlachte trots.
‘Mag ik eens weten wat zo’n toestel tegenwoordig kost?’
‘897 euro.’ Ik viel bijna van mijn stoel.
‘Wat? Acht-honderd-zevenennegentig euro?! Voor een gsm toestel?’
‘Je zou dan het toestel moeten zien dat mijn vriendin nu heeft. 907 euro.’
Ik hapte naar adem. Enkele weken geleden had Aaron zijn beklag gedaan dat het OCMW zijn loon niet uitbetaalde en al zijn betalingen deed en hij enkel wat huishoudgeld kreeg toegestopt. Dat hij dat eigenlijk best zelf kon. Hij bestookte het OCMW met scheldtirades aan de telefoon en dreigmails tot ze het beu waren en het geld volledig op zijn rekening werd gestort. Ze trokken hun handen van hem af, voortaan moest hij alle betalingen maar zelf uitvoeren.
‘Mag ik eventjes een heel kritische vraag stellen? Mag ik?’ Ik wachtte het antwoord niet af.
‘Deze maand kreeg je voor het eerst je maandloon op je rekening gestort en je koopt meteen twee nieuwe, peperdure gsm’s?’
Hij lachte.
‘En dan heb je de hoesjes nog niet gezien!’
‘De hoesjes?’
‘De hoesjes voor de gsm’s. Eentje ervan kost 300 euro!’
'Wat? 300 euro?!'
'Ja, maar dat is dan wel met een extra batterij, en extra ledlampjes!'