donderdag 8 november 2018

ZAKKN ME KLEERN, déel 1

'De kringloopwinkel in Avelgem, met Rino!'
'Alloo… Is t mè kringloop?'
'Met Rino van de kringloopwinkel in Oavelgem!'
'Alloo menéer, k moete kée n twuk zeggn… Noaste weke woensdag komm z achter n textiel ee?'
'Da zoe kunn madam, ke kenne de kalender van d upoalingn nie van buutn.'
'Nu moa wi, ze komm dus noaste weke woensdag achter n textiel en kée k ik ier n doaze of twée mè boekn da k zoe willn mee geevn.'
'K peise da da nie goa goan madam. Ze komm zyder sjuuste moa achter n textiel.'
'Jamoa, k zoe die doazn up de groend zettn en die zakkn mè textiel der up! Ze goan ze ton olyk wel meepakkn zeekre?'
'T probleem is, madam, da ze sjuuste moa voarzien zyn up textiel, en da ze wok nietn anders meugn meepakkn...'
'Oe moe k ik dat ton doen? K stoa k ik ier mè die boekn... K zyn k ik ool zessntachntig en ke kunne k ik da nie mée zelve briengn... T is toch te jammre voe da by t papier te zettn? Alléz, ku j da nie regeln? Voe ne kée?'
'Miskien moej noa d uphoalingsdienst belln madam, joen situoasje uutéen doen en vroagn, ut de camion ne kée passeert, dat n stopt en die doozn mè boekn ton meepakt.'
'Oe... Kuj gy doa nie voa belln miskien?'
'Joak, moa ton moe k ik éest belln noa doa, ortn wonneer dat t voar under past, en ton belln noa joe voe te kykn ut da voe joe past. En ut da ton ny past voe joe moe k ik were belln noa…'
'Ja tis wel. Eej doa ne nummre van?'
'Ge moe moa zeggn uj gréed zyt voe te skryvn.'
'Ja.'
'Nul zessnviftig...'
'Nul zessnviftig...'
'Drientwientig...'
'Drientwientig...'
'Neegnentwientig...'
'Neegnentwientig...'
'Véertig...'
'Véertig...'
'En uj noa diene nummre belt kuj ton nen dag en een eure ofspreekn, noa volgens da t past'.
'En wonnéer zoen ze ton komm?'
'Moa t is doamee da j moe belln ee madam...'
'En noa woa moe kik ton belln?'
'Wè, noa diene nummre da k sjuuste gegeevn een! En ze goan zyder ton ne kée kykn in undernen boek wonneer dat er n twien ool tjunders moe passeern.'
'Aja? Morrn komm ze by myn gebeurs n kasse of twée uphoaln!'
'Wie komt er n kasse of twée uphoaln?'
'De kringloopwinkel née!'
'Wè, zet ze derby!'
'Wuk, zet ze derby?'
'Die doazn mè boekn! Ze goan ze ton van éeste kée meepakkn!'
'Die doazn by die kastn van myn gebeurs zettn?'
'Bè ja, doe da moa, t is ton ool in éne kée weg!'
'Dus met n textiel meuge k ik die doozn nie meegeevn moa mè die kastn wel?'
(Diepe zucht)
'Zy j doa nog?'
'Voe diene textiel goan ze van deure toet deure madam, ool up dezelstn dag. Voe die kastn kom ze specioal of. En zeen ton toch nog plekke oovre, verstoaj t? Alloo? Alloooooo!'

GSM

Waar is de tijd dat we nog rustig een hap uit onze boterham namen, nippend van onze koffie, terwijl we door het raam naar buiten keken, naar die bomen in de verte - kaal, met jonge blaadjes, vol in blad, zacht verkleurend, in bonte kleuren, hun bladeren verliezend - en daar opmerkingen over maakten? Of over wat er het voorbije weekend was gebeurd, over de kinderen of de hond, over waar iemand thuis mee bezig was? Over onze dromen en plannen? Waar is de tijd dat we tijdens de lunchpauze nog praatten met elkaar? Dat we opkeken als iemand de keuken binnenkwam?
Niemand die het vandaag nog opmerkt. Hoe is dat toch kunnen gebeuren?
Soms moet ik mezelf bedwingen om niet naar mijn gsm te grijpen en ook te gaan scrollen en me onder te dompelen in het grote niets. Want ik voel me asociaal door niet deel te nemen aan dit groepsgebeuren waarbij iedereen zich afzondert en zich in zijn eigen wereldje terugtrekt.
Maar ik vertik het! Ik doe niet mee! En ik protesteer!
Niet dat het veel uithaalt. Want niemand die het ziet.
Ze kijken allemaal naar dat schermpje waarin twee spiraaltjes draaien die de kijker in hun macht hebben. Blindelings grijpen ze naar hun kop koffie, nemen een slokje en zetten de kop eerst weer neer om vervolgens een hap van hun boterham te nemen. Want ze hebben maar één hand over.
Vroeger, als ik als kind onder het eten in een boekje bladerde aan tafel, moest ik het opzij leggen. Want het was niet goed voor de spijsvertering, lezen terwijl je eet. Een ander argument was dat je maar half beseft wat je eet, dus krijgt de kok weinig tot geen waardering voor zijn werk. En het komt de gezelligheid ook niet ten goede. Vandaag is het normaal geworden.
Maar ik begrijp het wel natuurlijk. Tijdens het werk moeten de gsm’s in het kastje, achter slot en grendel, maar dat betekent niet dat de wereld stopt met draaien. En ook al heeft niemand je proberen op te bellen, stuurde niemand een berichtje en heb je geen nieuwe mails ontvangen in je mailbox, op Facebook en Twitter is er steeds van alles gaande. En daarna misschien vlug nog eens kijken op Instagram!
Met zo’n ding is alles mogelijk. Zo is Aaron eens weggelopen omdat hij ruzie had met zijn vriendin en het eerst weer bij moest leggen. Ze had hem een berichtje gestuurd waarin ze het uitmaakte. Hij las het tijdens zijn pauze. De tranen sprongen in zijn ogen, hij keek me aan en zei: ‘Ik moet meteen naar huis. Want als ze straks weg is heeft dit allemaal geen zin meer.’ Wat ik ook zei, niets hielp. Hij woonde voor het eerst met iemand samen. Bijna een maand op dat moment. Pas negentien.
Een ogenblik later was hij weg. De dag nadien was hij er weer. Geen vuiltje aan de lucht. Veel excuses voor zijn plotseling vertrek en een mysterieuze glimlach op zijn lippen. Je wil gewoon niet weten hoe ze het hebben bijgelegd.
Ook Jelle had op zekere dag problemen met zijn vriendin. Eigenlijk heeft hij altijd problemen met zijn vriendin. Het is ook niet moeilijk, de helft van de tijd wonen ze allebei bij iemand anders. Alsof de gescheiden ouders waar ze vroeger om beurten een week bij woonden, nu vervangen zijn door twee partners of nog meerdere partners. Altijd in hetzelfde huis wonen is gewoonweg veel te saai!
Het was pauze. Ik nam een kop koffie en hij maakte zijn locker open en nam zijn gsm.
Toen zette hij nog vijf stappen, terwijl hij het toestel opende. Eventjes leek hij te bevriezen, zijn ogen werden groot, zijn gezicht bloedrood, en toen barstte hij uit.
‘Maar wat is dat hier allemaal! Trut! Jij vuile trut dat je bent!’
‘Hela rustig Jelle! Wat is er aan de hand?’
‘Wat? Rustig? Blijf jij maar rustig ja! Moet je dit hier hier zien! Putain!’
Hij schudde zijn hoofd terwijl hij scrolde.
‘Al mijn vrienden, allemaal zijn ze kwaad op me. Ik heb mijn Facebookaccount thuis laten open staan en nu stuurt ze hen berichten uit mijn naam. Allemaal verzinsels waarmee ze mijn vrienden razend maakt. Echt, ik zweer het, als ik haar zie knijp ik haar keel dicht! Verdomde heks!’
‘Hela hela!’
‘Maar kijk hier Rino… Tientallen berichten van vrienden die nu boos op me zijn!…’ Hij schuimbekte van woede maar tot mijn grote verbazing schudde hij plots z’n hoofd, stopte zijn gsm gewoon weer in zijn kastje en sloot het ding. Hij bleef de rest van de dag pissig rondlopen. Maar zijn werk ging verbazend goed vooruit.
De afspraak is dat je gsm tijdens het werk in je kastje zit. Met nieuwe mensen ligt dat een beetje moeilijk. Er is altijd wel iets waardoor ze hun toestel bij zich moeten houden. Er zou bijvoorbeeld iemand kunnen opbellen! Ze moeten altijd wennen aan het idee dat men in geval van nood gewoon naar de kringloopwinkel van Avelgem kan telefoneren. Nathalie of ik geven de telefoon dan eventjes door.
Op de eerste dag, tijdens het doornemen van de welkomstbrochure, leg je uit dat er geen gsm's op de werkvloer toegelaten worden, punt. En dat je de schoolmeester niet wilt spelen, maar als iemand er niet in slaagt om zijn gsm tussen de pauze's door in zijn kastje op te bergen, hij het ding tijdens de werkuren zal moeten afgeven.
De volgende morgen herhaal je dat iedereen zijn mobieltje in zijn kast moet steken.
'Je meent dat toch niet', zeggen oudere medewerkers als je even later, we zijn al een halfuur aan het werk, wijst op die lange rechthoek in hun broekzak. Want zij staan daarboven, ze zijn toch geen kinderen meer? Ze waren eigenlijk bijna vergeten dat ze een gsm hadden!
De jongeren doen het ook niet slecht: 'Ik gebruik alleen de mp3 speler, om achteraan, in de sortering wat afleiding te hebben tijdens het werk. Want ik wordt gek van de muziek die hier speelt... En daarbij, de telefoonfunctie werkt niet eens!'
De kolere waarmee ze uiteindelijk naar hun kastje lopen, opdat je zou ophouden met zagen...
Na enkele waarschuwingen loste Aaron het op zijn manier op. Hij stak zijn gsm in zijn kastje en kwam met de sleutel naar mijn bureau. Dit houdt hij nu al enkele maanden vol. Iedere pauze komt hij zijn sleutel halen, en brengt hem daarna weer terug. Helemaal op zijn voorstel.
'Ik kan niet anders Rino. Ik kan dat ding gewoonweg niet met rust laten', zei hij opgelucht.
Na enkele weken ging hij zelfs promotie maken voor het idee. Het was op een ochtend, we waren bezig met de werkbespreking.
'Jullie moeten het ook eens proberen,' zei hij, 'zo is het veel gemakkelijker. Ik moet er niet meer aan denken nu, het kan toch niet. En dat voelt heel chill!'
Maar ook zijn vriendin moest wennen aan de nieuwe situatie. Geschrokken keken we die eerste middag naar zijn verbaasde glimlach terwijl hij luisterde naar de scheldpartij tijdens de pauze, zo luid dat we ieder woord konden verstaan. Omdat hij zijn telefoon niet opnam al die keren dat ze belde.
'Maar schat... Schat, ik was aan het werk... En dan moet je telefoon in je kastje!' Maar ze bleef roepen.
'Ik zal je mijn baas eens geven', zei hij tenslotte, maar toen hij de telefoon overhandigde had ze al neergelegd.
Je kunt de mensen in drie groepen verdelen. Om te beginnen zij die zichzelf nog een beetje in de hand hebben. Meestal komt dat omdat ze nog een oude gsm hebben, een stukje antiek bijna. Zo’n Nokia die ze al tien jaar met zich meezeulen, iets waar ze apetrots op zijn. Terecht natuurlijk. Maar ze hebben dan wel vaak een tablet waar ze niet van weg te slaan zijn. Ten tweede diegenen met een toestel waarvan het lijkt alsof er een vrachtwagen overheen is gegaan. Je zou haast denken dat sommige gebruikers hun toestel proberen te personaliseren met enkele barsten in het glas. En die blijven er dan eeuwen zo mee rondlopen. Dan tenslotte zij met een apparaat zo nieuw dat er nog geen waarderingscijfers over bestaan. Deze gebruikers vallen voor de nieuwste snufjes en lijken constant op zoek naar argumenten om hun inmiddels alweer zes maanden oude ding zo snel mogelijk af te schrijven om een nieuw toestel aan te kunnen schaffen. Het nieuwste van het nieuwste. Zo gooide Aaron zijn telefoon tegen de muur nadat hij vaststelde dat zijn vriendin die hij daarnet aan de lijn had en die, toen het op een discussie uitdraaide, haar telefoon uitschakelde. Hij raapte de stukken bij elkaar en zei: ‘Hij was toch al kapot.’ We vroegen er niet naar.
Maar de dag nadien had hij een nieuw toestel mee. We zaten in de tuin en ik keek naar hem terwijl hij met zijn oortjes in zat te schuddebuiken van het lachen.
‘Is dat je nieuwe telefoon Aaron?’ Hij keek op, leek iets gehoord te hebben en toen hij de rest naar hem zag kijken verwijderde hij de oortjes.
‘Ik vroeg of dat je nieuwe telefoon is.’ Hij knikte.
‘De bediening is gelijkwaardig met het beste wat er van Samsung op de markt is, terwijl de hardware overeen komt met het nieuwste van iPhone.’ Hij glimlachte trots.
‘Mag ik eens weten wat zo’n toestel tegenwoordig kost?’
‘897 euro.’ Ik viel bijna van mijn stoel.
‘Wat? Acht-honderd-zevenennegentig euro?! Voor een gsm toestel?’
‘Je zou dan het toestel moeten zien dat mijn vriendin nu heeft. 907 euro.’
Ik hapte naar adem. Enkele weken geleden had Aaron zijn beklag gedaan dat het OCMW zijn loon niet uitbetaalde en al zijn betalingen deed en hij enkel wat huishoudgeld kreeg toegestopt. Dat hij dat eigenlijk best zelf kon. Hij bestookte het OCMW met scheldtirades aan de telefoon en dreigmails tot ze het beu waren en het geld volledig op zijn rekening werd gestort. Ze trokken hun handen van hem af, voortaan moest hij alle betalingen maar zelf uitvoeren.
‘Mag ik eventjes een heel kritische vraag stellen? Mag ik?’ Ik wachtte het antwoord niet af.
‘Deze maand kreeg je voor het eerst je maandloon op je rekening gestort en je koopt meteen twee nieuwe, peperdure gsm’s?’
Hij lachte.
‘En dan heb je de hoesjes nog niet gezien!’
‘De hoesjes?’
‘De hoesjes voor de gsm’s. Eentje ervan kost 300 euro!’
'Wat? 300 euro?!'
'Ja, maar dat is dan wel met een extra batterij, en extra ledlampjes!'

maandag 20 augustus 2018

WIJN

Het was rustig in de Carrefour. Er hing een ontspannen sfeer ondanks het felle daglicht en de muzak die de ruimte traditioneel gijzelden en je zou bijna kunnen zeggen dat het er gezellig was. Ik kuierde rond met mijn trolley en mijn briefje met boodschappen in de hand. Meestal probeer ik een beetje een logisch parcours te volgen, maar vandaag lukte dat niet. Na een eerste week werken was ik vanmorgen meteen weer in een soort vakantiemodus gesukkeld en voelde me tot niet veel in staat. Laat uit mijn bed en daarna lang aan het ontbijt gezeten, ondertussen de krant lezend en plannen makend voor wat er te gebeuren stond de rest van de dag terwijl ik ultradunne plakjes kaas tussen de, met kennis van zaken opengesneden, knisperende pistolet legde. Ik beantwoordde enkele mails in afwachting van het echte werk. Daarna deed ik eerst de afwas. Een hoofdstuk of twee gelezen in een boek. Keek enkele keren naar de grijze hemel.
Ondertussen gleed de dag zachtjes voorbij.
Ik schrok toen ik zag dat het bijna 17 uur was want ik had beloofd dat ik de boodschappen zou doen en op zaterdag sloot het warenhuis iets vroeger dus kon ik nu maar beter onmiddellijk in actie komen.
Ik liep van de ene hoek van de winkel naar de andere, mijn winkeltas op wieltjes achter me aan rollend. Bij de groenten en het fruit had ik tomaten en peterselie ingeladen maar was de citroenen vergeten, bij de koelkast had ik de zakjes Emmental en het geitenkaasje meegenomen maar had het doosje room laten staan, en ik moest nog kijken voor keukenpapier, kokosbriketten en een pak koffie. En maïsolie.
Verstrooid bekeek ik de aanbiedingen bij de wijnafdeling; een Italiaanse rode wijn, twee meenemen, één betalen. Ik liep verder, de gang in waar de witte wijnen stonden, een rek waar de wijn halverwege vervangen werd door een breed assortiment aan aperitieven en tenslotte, sterke dranken. Een kale, jonge man, kwam uit tegengestelde richting. Ik had hem slechts vaag opgemerkt toen hij me plots aansprak.
'Pardon meneer, is dat hier de rayon met witte wijnen?'
Ik knikte.
'Ik zoek een zoete witte wijn, niet voor mezelf want ik lust dat niet, maar voor mijn vrouw.'
Het was met gemengde gevoelens dat ik in het rek keek. Dacht die man misschien dat ik hier werkte? Maar die trolley dan? Nee, deze man dacht dus werkelijk dat ik er iets vanaf wist, dat ik een kenner was. Er moet dus iets in mijn gezicht zijn waardoor je je lot, wat betreft een zoete witte wijn dan toch, in mijn handen durft te leggen. Maar ik besefte dat mijn gedachten met me op de loop gingen, dat deze man me gewoon aangesproken had omdat ikzelf naar de witte wijnen stond te kijken waardoor de mogelijkheid bestond dat ik hem zou kunnen helpen.
Het toeval wou dat ik me onlangs, voor een pikant kaasplankje, had verdiept in een dessertwijntje en daardoor nu inderdaad een beetje kennis van zaken had.
'Soms kun je het lezen op het etiket,' zei ik, 'moelleux, bijvoorbeeld, betekent dat het een vaag zoete wijn betreft, en doux wil zeggen dat het een zoete wijn is. Zoals deze hier, een Sauternes...'
Het duurde eventjes voor ik begreep wat er toen gebeurde. Ik zei het al, alles ging een beetje trager dan normaal. Eerst voelde ik iets tegen mijn blote benen spatten, ik droeg namelijk een korte broek, en in slow motion wendde ik me naar de man. Nu is het nodig te vermelden dat de man een winkelkarretje voor zich uit duwde waarin een peuter zat. De man stond in gebogen houding, zo ver mogelijk achteruit, de benen wijd uiteen terwijl hij de winkelkar door zijn armen te strekken op afstand hield. Op dat ogenblik helde het kind naar voor en een grote gulp ondefinieerbare, natte pulp barste uit dat mondje. Het stuiterde op de grond tussen de winkelkar en de papa en spatte opnieuw tegen mijn blote benen. Daarna richtte het kind zich op en wees naar de grote zakken chips die daar bovenaan in het rek tegenover de wijn stonden.
'Neenee,' stamelde de man, 'ik... Ik ga even vragen of ze me iets kunnen geven om dit hier op te ruimen. Kun jij hier nog eventjes blijven?' Zonder mijn antwoord af te wachten liep hij de gang uit. Ik ging een beetje verder staan en een nieuwe lading kots vloog naar buiten. De eerste keren was de vloeistof eerder wit geweest, met witte en gele brokken, maar nu was er ook iets rozigs in aanwezig. En ook al stond ik inmiddels een stuk verder weg, ik voelde het nog steeds tegen mijn benen spatten.
Het kind keek beduusd naar de grond. Het verbaasde me dat het niet begon te huilen onder deze omstandigheden maar mijn verbazing was van korte duur. Het gezichtje trok samen en verkrampte, waarna een hysterisch krijsen door de geluidsmuur brak.
'Ik weet het, ik weet het,' zei ik zachtjes, 'maar papa zal zo terugkomen, en hij zal alles mooi opruimen, niemand zal zien dat je de boel hier helemaal onder hebt gekotst...' en zweeg toen, want het kind trok nu werkelijk alle registers open terwijl ik daar een beetje rond de zure brij heen stond te draaien en ik probeerde niet te zien hoe de mensen aan het einde van de gang kwamen kijken wat er aan de hand was.
Tenslotte kwam de papa weer aangelopen, van ver sussende geluiden makend met een rol keukenpapier en een fles water in zijn handen, op de voet gevolgd door de winkelmanager die dezelfde attributen bij zich had en de plaats van de ramp snel inspecteerde, toen op zijn knieën viel naast de man die nu al bezig was met de zurig riekende goedje bijeen te vegen met proppen papier.
'Ze gaan direct komen met enkele emmers water', zei de manager. En dat was niet gelogen want ik zag één van de meisjes – die normaal aan kassa zat – met een bezorgd gezicht komen aanlopen. Ze keek naar me, er sprak wanhoop uit haar ogen. Maar de papa en de manager hadden zich goed van hun taak gekweten en het ergste was achter de rug. Ik besloot me te verwijderen, en voelde ondertussen dat de beelden en de geur me geen goed hadden gedaan. Er was iets mis vanbinnen, er lag iets op mijn maag. Ik voelde ook nog de plekken op mijn benen waar de opspattende kots terecht gekomen was, maar ik besefte tegelijk dat dit inbeelding moest zijn. Ik besloot alles te negeren maar toog voor de zekerheid eerst om het keukenpapier, vandaar om de pak koffie, nam en passant de maïsolie mee en langzaam werd ik weer de oude.
Even later verliet ik de winkel. Ik rekende alles af aan de kassa bij het winkelmeisje dat met emmer en dweil was komen aanlopen. Ze nam de producten en scande ze terwijl ik me afvroeg of ze haar handen had gewassen na dat vieze werkje. Aan haar gezicht viel niets meer af te lezen. Ze zat daar alsof ze nooit van haar stoel was opgestaan. Ik liep naar de uitgang en zag hoe de manager bezig was met het inpakken van cadeautjes. Hij knikte naar me. Terwijl ik naar huis liep vroeg ik me af of de kots die ik tegen mijn benen had voelen spatten, ook op producten in de onderste rekken terecht gekomen was. En dat waarschijnlijk niemand eraan zou denken om dat te inspecteren omdat behalve ik, niemand die spatten had gevoeld. En ik dacht aan de papa. Hoe mooi hij op de situatie gereageerd had. Als een echte papa. En ik hoopte vurig dat hij die fles wijn voor de mama alsnog gevonden had.

DE ZOOMRE VAN 2018

Woarin da we t gès nie moetn ofrynn
en woarin n éne nilft peist van wel
en n andern nilft van nie, uj vroagt
of daj de bloemn nog meug woater geevn
Woarin da de vliegers
de lucht boovn uus ooft in percéeln verdéeln
moa zoender daj streepn ziet
De duuvn uut de lucht voaln
en de méerloars doa goan, omda de tettingn
dieper en dieper in de groend kruupn
Woarin da ze nie mée meugn smoarn up reggea Geel
omda t gès te drooge stoat
en uuzne n appelboam éest zyn appels
en ton zyn bloadn lat vooln
Woarin dat n noend in de living achter de zeetle kruupt
de blauwreegn bluuf bloein
en woarin da k voe n twidde kée
nen brief kryge voe n darmoenderzoek
Woarin dat de wynboern boffn
en de horeca an de zée en in t binneland,
en de fruut en de pattatteboern kloagn
de karpers doa goan deur gebrek an woatre
en der oenderden minsn versmoarn
in de Middelandske zée
Woarin da wyder tuus bluuvn in de congé
woa da we ne héeln dag roend loopn in uuzne bloatn
en woa da je joe kors achternoene nieverst
mée kun verduukn voe de warmte
Ool eure pak ze n doeschke up de koer
Woarin da de frutniers uus in bendn komn ambeteern
binst dat de gebeurs mekoar jaloers moakn
mè verwoaikruudn up n barbecue
In t niews klappn z ool eure
over de busbrandn in Amerika en t zuudn van Europa
Ool by ool ne redeluk geweune zoomre dus
buutn dat da de kykcyfers
voe t wéreldkampioenskap voetbol en n toer de France
up nul stoan in myn voaders uus

BROER

We werken samen in de sortering.
'Heb je broers of zussen?'
'Ik heb broer.'
'Woont hij ook in België?'
'Ik weet niet Rino, ik weet niet waar broer is. Is moeilijk.'
Hij houdt de zak open waar ik kleding in prop. Dan bindt hij de zak dicht en gooit die in een textielkar. De volle karren worden door de vrachtwagen meegenomen naar de centrale werkplaats. Daar komen de textielkarren van alle winkels uit onze regio terecht. Een grote groep mensen is er elke dag in de weer met de kledij die binnenkomt. Ieder kledingstuk gaat door tientallen handen. Ogen controleren elk detail. Wat niet meer goed is vliegt er onherroepelijk uit. Alleen het beste doorstaat de test.
Uiteindelijk wordt wat overblijft geprijsd, beveiligd, opgeplooid en in bakjes gelegd. Dames bij dames, kinderen bij kinderen, heren bij heren. Tot slot brengt de vrachtwagen de bakjes met kleding terug naar de verschillende winkels.
'Hij is altijd kwaad. Is niet goed om kwaad te zijn. Leven in Somalië zo al veel moeilijk. Waarom hij zo? Altijd kwaad. Mijn broer kwaad op alles en iedereen.'
Hijzelf kijkt ook kwaad terwijl hij dit vertelt; vang ik nu een glimp op van zijn broer?
'En dan, op een dag komt grote man met auto.' Hij schudt het hoofd.
'De man heeft geweer en is heel boos!' Kleine spuugdruppeltjes vliegen uit zijn mond.
'Hij zoekt broer. Mijn broer neemt mes.'
Hij staart naar me, zijn ogen zijn groot.
'Daarmee heeft hij man dood gemaakt!'
Weer schudt hij het hoofd, en gooit de nieuwe, dichtgebonden zak in de textielkar.
'Mijn broer stopt man in koffer van auto. Daarna is hij weggereden, wij weten niet naar waar. Mensen van regime zijn bij ons huis komen kijken. Zij zochten mijn broer.'
Dit laatste vertelt hij heel gewoon. Alsof je over het weer praat.
'Heb je nog iets van hem gehoord?'
Hij neemt een lege zak en slaat er enkele keren mee zodat er lucht in komt.
'Niets. Is lang geleden. Misschien wel tien jaar. Is heel moeilijk, ook voor mijn mama en papa. Iedereen denkt dat broer allang dood is, maar niemand die het weet.'

MANKEMENT

Lore staat aan kassa.
'De klant vraagt zich af hoe het komt dat deze schoenen hier te koop zijn. Ze lijken nog nieuw.'
Ik haal de schouders op om duidelijk te maken dat ik het ook niet weet.
'Maar dat gebeurt wel vaker hé Lore,' zeg ik, 'dat er nieuwe spullen bij ons binnenkomen.'
'Misschien heeft de vorige eigenaar ze te klein gekocht', zegt de klant, een jonge vrouw die er opgetogen uitziet met haar vondst.
'Ofwel...', zegt Lore aarzelend. Ze gelooft niet in een gelukkige samenloop van omstandigheden.
'Ofwel is er iets mee, iets dat je maar na verloop van tijd merkt. Een mankement waardoor je de schoenen enkele keren kunt dragen en dan plots komen ze los en vallen ze uiteen. Dat is vaak zo. Enkele jaren geleden kocht ik eens...'
'Lore,' zeg ik, 'hoeveel nieuwe dingen heb je hier al gekocht waar niets mis mee was?'
'Al vaak,' zegt ze, 'dat is waar. Maar ik heb ook al eens pech gehad hoor. En dan moet je niet meer terugkeren om te ruilen.'
'Waarom niet?' vraag ik. 'Als iets kapot is, mag je het toch terugbrengen?'
'Ja maar, als je pas na een paar jaar ontdekt dat er iets mis mee is...'

DE MONTAGNE

De Montagne! Nie voe téen of tandre, moa éen van de skoenste plekkn ter wéreld! Ee kik doar ool eurn versleetn! La Montagne in Antraigues-Sur-Volane, in n Ardéche! Kee doa verleen joare zels zittn skryvn an n boek! T is lik n bitje tuus komm doa... 
En tis doa nu n museum voe de Jean moa kee èm doa joarn zien stoan, dé Jean Ferrat van 'La Montagne', ier sertoet bekend van Wim Sonneveld, 'Langs het tuinpad van mijn vader', grysde en krom, en petanque speeln lik of da ze leevn der van of ing, moa kalme ee...
En ton, die ollanders, mè under beisbolklakke en underne kniebroek, noa die vint loopn en vroagn voe ne foto... Ziej t ool voa joe? Je liep der zoa noa noartoe... Twos skoane en triestig tegoare, twée ollanders ool weerskantn van Jean Ferrat, oole twée mè ne smile van ier toet gunter en de Jean die kykt lik Hound Dog Taylor, of Lightnin' Hopkins - of néen, n deen wos blind - R.L. Burnside, of Jimmy Reed, allez, n twien die zwoar de blues a... Mersie wei Sabine voe de foto!




BOEKTEASER 'KRUIMELS, OP ZOEK NAAR EEN TOEKOMST' 3


En tot slot, het derde filmpje als teaser voor het boek, wederom een verfrissend mooi en ongekunsteld sfeerbeeldje met dank aan Lieven, Katlijn en Kristof!



FIETS

De grote vakantie is bijna drie weken bezig, straks begint ook ons verlof. Dit is de warmste zomer sinds 1976. Onderweg van en naar het werk waan je je bijna ergens in dat zuiden waar straks honderdduizenden automobilisten in colonne naar vertrekken. Grasperken veranderen in hooivelden. Rolluiken worden amper opgetrokken. Bomen stoten eerst hun vruchten en daarna hun bladeren af. Koeien liggen lusteloos in dor gras.
's Avonds, als ik thuiskom, kijkt de hond me smekend aan, murw van het hijgen, of er dan niets is dat ik kan doen.
In de winkel draaien de ventilators dag en nacht. 's Morgens zetten we de deuren open zodat er een iets frissere luchtstroom door het gebouw kan waaien. Niet dat het veel uithaalt; het koelt amper nog af. De hitte is overal. Boven in het bureau is het bij aankomst reeds vierentwintig graden, tegen de middag halen we de dertig. Op het hoogtepunt in de namiddag stijgt de temperatuur er tot boven de 35 graden en is het een plaats waar het zweet spontaan uit je lijf barst en die je moet zien te vermijden.
Iemand gaat om de zoveel dagen naar de Aldi hiernaast om een hoeveelheid kleine flesjes water die we in de koelkast steken, ijsjes voor in het vriesvak, en enkele watermeloenen waarvan er eentje meteen in grove stukken gesneden op tafel staat.
De medewerkers werken in een lagere versnelling, en de klanten lijken slaapwandelaars. Iedereen puft en klaagt van de hitte. Het monotone gebabbel en de sportverslaggeving op Radio 1 jaagt ons naar Studio Brussel maar de harde uitbarstingen aldaar zijn onverteerbaar in deze sauna dus stemmen we af op Joe FM, Radio Nostalgie of MNM. Maar ook daarover wordt gemopperd. Nu ja, iedereen heeft wel over iets te klagen. We moeten ventileren, er zit niets anders op. Het is heel normaal; tegen koude kun je je wapenen met aangepaste kledij maar tegen warmte valt er hier niet veel te beginnen.
Het is net alsof de aanhoudende hitte ervoor zorgt dat de dingen maar half gebeuren. De finesse moet eraan geloven. Dat beetje meer is teveel. Je merkt het aan alles. De afspraken worden maar half nageleefd. De afwas in onze keuken blijft staan. Het werk verloopt aan een veel trager tempo. De mensen parkeren hun auto in het midden van onze oprit. Sommigen doen de moeite niet meer hun goederen naar binnen te brengen maar lossen hun materiaal te midden van het grind. Als we niet snel genoeg zijn om de goederen er op te halen, raken andere geparkeerde wagens er niet meer weg, terwijl nog anderen alweer komen opgereden. Het is alsof de mensen nog vlug door hun spullen gaan, uitzoekend wat weg kan.
Haast je! Haast je! Want straks zijn ze gesloten, net nu we aan het opruimen zijn! Snel snel naar de kringloopwinkel!
En zo transformeert onze oprit geregeld in een mum van tijd tot een doolhof van auto’s die proberen om te keren en zich vastrijden. Alles loopt er in het honderd.
Tot overmaat van ramp is onze waterput leeg. Het leidingwater loopt naar onze keuken die zich helemaal achteraan het gebouw bevindt. Het regenwater wordt enkel gebruikt voor de toiletten. Die bevinden zich helemaal vooraan. Er is één toilet voor het personeel, en twee voor de klanten. Omdat we niet de hele tijd met emmers door de winkel kunnen zeulen hebben we het toilet van de klanten gesloten. Tijdens de midzomer is het een jaarlijks terugkerend fenomeen. Mensen die dringend moeten kunnen dan gebruik maken van ons toilet. Maar daarvoor moeten ze hun schroom overwinnen en vragen of ze even naar het wc kunnen.
Wahid zal zijn twee weken verlof goed kunnen besteden. Begin deze week vertelde hij op een ochtend dat hij een huis heeft gehuurd. Gisteravond moest hij de documenten tekenen, en kreeg toen de sleutel.
'Ik moet rijke man zijn,' zegt hij, 'want nu betaal ik tweemaal huur!'
Het vraagt wel wat opknapwerk, maar hij hoopt dat hij dit in de komende weken kan uitvoeren. Het ergste is dat hij geen auto heeft. Van het huis waar hij nu woont naar het huis waar hij straks zal wonen is het een half uurtje te voet. Niet vanzelfsprekend voor iemand van wie ze zijn voet tijdens martelsessies meermaals hebben gebroken. Hij ondervindt er nog steeds veel hinder van. Dus wil hij nu dringend een fiets, liefst nog voor het verlof. Ik heb de afgelopen dagen meer fietsen besteld dan gewoonlijk. Enkele herenfietsen, een koersfiets en damesfietsen.
Wat we tekort komen in onze winkel kunnen we altijd in het centraal magazijn bestellen. Niet dat ze het daarom ook in voorraad hebben maar wie weet: alles is mogelijk in de kringloopwinkel.
Als de vrachtwagen komt, blijken er enkele fietsen mee te zijn. Maar er gebeurt op dat ogenblik van alles tegelijk en ik heb geen tijd om ze te bekijken.
De kleren kleven aan ons lijf. Maar je mag onder geen beding aan je voeten denken, dat ze in die veiligheidsschoenen steken. Want daarvan kun je gek worden.
Wahid staat aan kassa. Tijdens zijn pauze komt hij me halen. Ik ben bezig met het bijwerken van de boekhouding. Het is de laatste dag van de week, en aangezien we sluiten voor het verlof, is het ook de laatste dag van de maand. Ik moet vandaag nog alles afwerken en doorsturen.
‘In kotje! Mooi! Mooi!’ fluistert hij. ‘Kom kijken naar fiets!’
In normale omstandigheden zou hij moeten wachten tot het volgende aankoopmoment maar dat is pas over enkele weken en ik weet dat hij de fiets nu nodig heeft. We lopen samen naar het afvoerkot. Ze hebben de binnengekomen fietsen meteen bij het aanbod geplaatst, behalve deze. Opzettelijk natuurlijk, ik weet het uit ervaring, de medewerkers spreken dergelijke zaken af. En zelfs al klikt het niet altijd voor de volle honderd procent, als het erop aankomt helpen ze elkaar.
Het is een koersfiets. Zowat de mooiste koersfiets die hier al binnengekomen is. Hij ziet er zelfs redelijk modern uit. Ik voel aan de banden; bij de meeste fietsen die hier arriveren zijn ze plat, maar deze staan onder een perfecte spanning. En nergens een spatje roest te bespeuren, deze fiets ziet er werkelijk prima uit!
Sinds ons centrale fietsenatelier opgeheven werd, verkopen we de fietsen in de staat waarin ze arriveren. Negen op de tien keer moet je er daarna mee naar de fietsenmaker maar de prijs is er dan ook naar. En soms kun je ook eens geluk hebben. Zoals nu.
‘Hoeveel?’ vraagt Wahid. Ik neem er de lijst met prijzen bij. Onze fietsen kosten volgens de lijst tussen de vijfentwintig en de veertig euro, naargelang de staat waarin ze zich bevinden. Een koersfiets is iets duurder. Wanneer de fiets in een goede staat verkeert, kost hij nog meer. Ik weet dat Wahid het moeilijk heeft om als enige kostwinner binnen het gezin rond te komen, maar ik mag me hierdoor niet laten beïnvloeden. Ik moet gewoon de lijst volgen.
‘Goed!’ zegt Wahid als ik het bedrag noem, en: ‘ik ga vragen of mijn vrouw met bonnetje komt.’
Met een bon van het OCMW gaat er nog eens twintig procent af. Hij stuurt haar meteen een berichtje en een kwartiertje later staat ze aan kassa, klaar om te betalen. Maar op de bon staat er ‘bed’ bij de aan te kopen spullen.
‘Ik mag deze bon niet gebruiken voor de fiets’, zeg ik. De vrouw slaat een hand voor haar mond.
‘Ik verkeerde blaadje genomen’, zegt ze blozend, ‘ik ander halen’. Ze vertrekt, gelukkig wonen ze hier vlakbij, en eventjes later is ze terug, deze keer wel met de juiste bon. Wahid lacht uitgelaten. Ik ben blij voor hem.
‘Dank u Rino’, zegt hij enkele keren.
‘Dank de kringloopwinkel maar’, zeg ik.
Eventjes voor sluiting roepen ze me aan de kassa. Jos, de verantwoordelijke voor Oxfam, staat me met gekruiste armen op te wachten.
‘Naar het schijnt heb je mijn koersfiets verkocht’, zegt hij. ‘Weet je hoeveel die fiets heeft gekost?’
Ik wil het niet weten en probeer na te denken hoe het nu verder moet. Het haar in mijn nek is nat van het zweet.
Dit is de nachtmerrie van de kringloopwinkelier.
Wahid heeft meteen door hoe de situatie ineen zit en vraagt of hij zijn vrouw mag bellen, zodat ze de fiets terug kan brengen. Even later heeft Jos zijn fiets terug, en Wahid zijn geld. Ik mag er niet aan denken dat de klant een onbekende was geweest, en verontschuldig me bij beiden.
Jos lacht en wuift het voorval weg.
'Een sterk verhaal voor je volgende boek' zegt hij.
Wahid steekt de schouders op.
‘Het is véél warm! Niet goed voor hoofd! Voor niemand!'

RECLAME!

Ik heb al heel veel lieve berichtjes gekregen van kennissen en vrienden en zelfs van compleet onbekenden. Dat iemand ongevraagd de moeite doet om zo’n lief stukje te plaatsen, dat doet me toch wel iets… Heel veel dank Tommy, Ronny, en iedereen voor de spontane, mooie pluimen op mijn hoed! 
___________________________________________
Tommy Vandendriessche
2 uur · 
Zoals je misschien merkt: gisteren ging ik naar de kapper (dé coiffeur in de Noordstraat) & daarna ging ik aan de overkant van de straat eens binnen in boekhandel De Zondvloed, ....altijd erg gevaarlijk. Ik kocht de debuutroman van Rino Feys "Kruimels"...grappige en ontroerende verhalen uit Rino's ervaringen als medewerker van een Kringloopwinkel. Rake observaties, geschreven met gevoel voor taal, engagement, humor en mededogen. Wie me binnenkort uitnodigt voor een feestje mag zich wellicht aan een exemplaar verwachten.


ELEKTRISCH, BENZINE OF DIESEL?

Vorig jaar in november kochten we een nieuwe bestelwagen. Nooit gedacht dat ik dat nog ging kunnen zeggen. Of zelfs maar wou zeggen. Want wat heb je nu aan een spiksplinternieuw voertuig? Het kost zakken vol geld terwijl het naar klatergoud glanzende ding pijlsnel in waarde daalt. Elke dag kan de dag van de eerste kras zijn. Het eerste deukje. Meestal doe je alsof je het niet ziet, maar op een onbewaakt moment dwalen je ogen ongerust over het koetswerk. En je moet een dure omniumverzekering afsluiten. Je gaat de baan toch niet op zonder zo’n verzekering? Stel je voor dat je na al die jaren ongevalvrij rijden nu plots een minuscuul inschattingsfoutje maakt?
De cabine ruikt maandenlang zo synthetisch als de pest. Je proeft de plasticdeeltjes alleen al door te ademen in dat kunststof interieur. Als je af en toe lange afstanden aflegt zoals ik, heb je ’s avonds, als je thuiskomt, vaak geen honger meer.
Zo’n nieuwe auto heeft ook totaal geen charme. Het model tracht te beantwoorden aan de modes en grillen van het moment. De constructeur probeert de meest gemene deler tevreden te stellen. Met de nadruk op gemeen. Het duurt soms twintig, dertig jaar voor het voertuig iets aantrekkelijks verkrijgt, tijdens een aan het melige grenzende, nostalgische inzinking dan nog. Maar meestal gebeurt het nooit.
‘Waarom dan?’ vragen we ons af. Heeft iemand ons verplicht misschien?
Er waren verschillende redenen waarom we tot de aanschaf van een nieuw voertuig overgingen. ik ga ze niet allemaal prijsgeven. Maar één ervan was dat de nieuwe auto, dankzij de bonussen, premies en kortingen tijdens het autosalon vreemd genoeg goedkoper was dan hetzelfde model als occasie van drie jaar oud.
En het was natuurlijk ook uit noodzaak; onze Ford Transit - zeventien geworden - had zijn beste tijd gehad. Tot op het laatst hoopten we op nog enkele jaren samen maar de carrosserie takelde in een versneld tempo af.
‘Hij zal via zijn poten vergaan’, had de garagist eens verklaard, enkele jaren daarvoor. Waarmee hij eigenlijk wou zeggen dat de motor onverslijtbaar was. Ondertussen waren er hier en daar stukken roest waar te nemen waar je maar beter niet met je vinger naar wees. De minste energiestroom leek genoeg om een gat te branden.
De laatste keer dat ik ermee naar de keuring ging hoopte ik, tegen beter weten in, op wat mededogen. De technieker die de controles uitvoerde, leek op te leven toen hij de geoxideerde delen waarnam.
‘Dat ziet er lekker knapperig uit’, zei hij, met de blik van iemand die zich likkebaardend in de handen wrijft. Hij riep er enkele collega’s bij, wijzend naar het voertuig en ‘jongens, een lekker knapperig gevalletje hier’ roepend. Meteen kwamen er nog een stuk of drie controleurs aangelopen, dankbaar uit de afgestompte versie van zichzelf stappend als uit een vuile overal, met net zo’n, zich likkebaardend in de handen wrijvende blik, gehaast, alsof ze niets van de pret wilden missen. Ze wreven zich natuurlijk niet écht likkebaardend in de handen, dat konden ze ook niet maken naar de cliënt toe, ik dus.
Maar ze hadden die blik. Je weet wel, die gretige, bij de gedachte alleen al euforisch stralende blik van iemand die er al dan niet terecht van uitgaat prijs te hebben, het maakt niet uit met wie of wat, maar die geile, hebberige, niet meer aflatende blik van een roofdier die zijn prooi in het vizier heeft en het zo dadelijk te grazen zal nemen, let maar eens op!
Ze doken in de put en klopten met hamers, terwijl er af en toe een ‘Oei’, ‘hoho’, ’tssss’ of ‘aiaiai’ aan hun lippen ontsnapte. Ik hoorde hoe het knapperige metaal de aardbodem raakte. Het stuiterde krokant op de vuilrode, genadeloze beton.
Ik had met mijn voertuig te doen. Na al die jaren lief en leed te hebben gedeeld! De Transit ging een lange tijd met ons terug. Had ons bijgestaan tijdens grote verbouwingen en daarbij geregeld tot de nok gevuld met afval naar het containerpark gereden. Ons vergezeld op reizen naar Frankrijk, Duitsland, Nederland, Zwitserland, Luxemburg en Italië, de laadruimte omgetoverd tot woonwagen, compleet met een dankzij een muskietennet voor bloedzuigers onbereikbaar bed. Ons overal veilig heen- én teruggebracht. Al die mooie herinneringen! Ik sprak met mezelf af dat ik er alles aan zou doen om de rode Transit zolang mogelijk in mijn bezit te kunnen houden.
De realiteit bracht me met de voeten op de grond terug. De herstellingswerken kostten een kleine tweeduizend euro, en de garagist wist nu al dat het het jaar nadien opnieuw van hetzelfde laken een pak zou zijn, zo niet, nog erger. Het was dus hoog tijd om afscheid te nemen en ik liet mijn nobele voornemens varen.
Dus besloten we - voorlopig zonder de Transit op de hoogte te brengen - om al voorzichtig uit te kijken naar iets anders. We informeerden bij ouders en vrienden en gingen op zoek op het net, in een poging te achterhalen wat nu voor ons de beste aankoop was. Het enige dat vaststond was dat het, om praktische redenen, opnieuw een bestelwagen moest worden. En dat bleek meteen het hoofdprobleem te vormen. Want niet doof voor de berichtgeving die steeds luider riep hoe slecht die diesels zijn voor het milieu, hadden we graag een elektrisch exemplaar aangeschaft. Dat was een beetje naïef van ons, want er bleken op dat moment amper bestelwagens met een elektrische motor te zijn uitgerust. Ik las wel veel aankondigingen van constructeurs die berichtten dat ze straks massaal zouden inzetten op de productie van krachtiger batterijen die grotere voertuigen toelieten langere afstanden met hun last af te leggen. Maar er was dus dat woordje. Straks.
Toen restte enkel nog de benzinemotor. Want zoveel opties zijn er niet.
Navraag leerde dat zo’n motor, krachtig genoeg voor een echte bestelwagen, nog een veel grotere vervuiler zou zijn. Reden ook waarom ze nauwelijks werden gebouwd.
Tegelijkertijd wisten insiders dat de diesels van nu niet te vergelijken waren met de diesels van toen. Dit heeft onder andere te maken met de selectieve katalytische reductie, een technologie waarbij men AdBlue toevoegt aan de uitlaatgassen waardoor stikstofoxide wordt omgezet naar water, stikstof en minieme hoeveelheden koolstofdioxide, natuurlijke elementen dus. Wie daar een slang op aansluit en die in de wagen laat blazen zou in principe langer moeten leven dan diegene die gebruik maakt van het ventilator systeem en daardoor de vervuilde buitenlucht inademt. (Misschien een kans voor die ene constructeur die, in deze post-dieselgate-tijd, wil laten zien dat hij vandaag recht in zijn schoenen staat?)
De hedendaagse bestelwagen op diesel was dus de beste optie die we hadden. En, dankzij de moderne technologie, al bij al een heel propere wagen.
En daarom kochten we, geheel tegen onze oude principes in, een nieuwe wagen en dan nog een diesel ook.
Enkele weken later werd de kruistocht tegen de diesel opgevoerd. Op de radio berichtte men dat diesels van een bepaalde leeftijd in Antwerpen binnen onafzienbare tijd niet meer welkom zouden zijn. En dat Gent en Brussel op termijn dezelfde maatregelen wou treffen. En dat er nog meer steden in binnen en buitenland waren die erover dachten om een banvloek over de diesel uit te spreken. We probeerden de paniek die we voelden te onderdrukken. Dachten aan het gezegde: ‘de soep wordt nooit zo heet opgediend als ze van het vuur genomen wordt’. Toch bleef een bepaalde onrust sluimeren. Hadden we verkeerd gehandeld? Was er toch een alternatief geweest?
Op late avonden bij vrienden kwamen nu ook dieselmotoren ter sprake. Het leidde tot verhitte discussies. Er waren voor- maar ook veel tegenstanders.
Een zeer moedig iemand wees ons er op dat de elektrische wagen helemaal niet dat propere alternatief was, zoals ze ons probeerden wijs te maken. Dat een elektrische wagen alleen al om te produceren meer dan twee keer zoveel CO2 op zijn kerfstok heeft als een conventionele wagen (6,4 ton). Dat je ter compensatie van een kleine elektrische wagen zo’n drie jaar met een benzinewagen moet rijden vooraleer het milieu er baat bij heeft. Dat het vervaardigen van zo’n batterij een aanslag is op het milieu. De productie van de accu zorgt bovendien ook nog eens voor een extra uitstoot van broeikasgassen, en dat het nog verre van duidelijk is wat er nadien met het ding moet gebeuren. Dat de ontmanteling van een elektrische wagen twee keer zoveel energie kost als het recycleren van een conventionele wagen. En dat de energie die gebruikt wordt en zogenaamd voor een nette uitstoot zorgt, ook niet altijd zo onschuldig is, vooral als die afkomstig blijkt van fossiele brandstoffen wat volgens de US Energy Information Administration in 2012 over de hele wereld nog voor 78 % het geval was. Dat de elektrische wagen dus helemaal niet de redder van onze planeet is.
De haatcampagne in de media naar diesels toe werd ondertussen opgevoerd. ’s Morgens op doortocht naar mijn werk viel er op de radio altijd wel iets te melden dat in het nadeel van de diesel sprak. Steevast stond er ergens iemand met een ver in het rood doorslaand meettoestel op een of andere drukke kruising zich schor te praten. Ik durfde amper nog om me heen te kijken en begon te vrezen dat dieselrijders gebrandmerkt zouden worden. Bijvoorbeeld door de bestuurder van zo’n wagen te verplichten een kruis op de motorkap te spuiten, zodat je de vervuilers meteen herkende.
‘Jij daar! Met je stinkende wagen! Die zorgt voor de ondraaglijke opwarming van de aarde! De tropische stormen, de wateroverlast, het vergaan van de planeet! Jij verdient deze wereld niet!’
Wat hadden we toch gedaan? Wij, die ons flexitariërs noemden, zorgvuldig sorteerden, sinds enkele jaren in de zomer groenten kweekten, en - indien mogelijk - plastiek weerden in de supermarkt...
Enkele weken geleden berichtte de radio plots dat een aantal steden er sterk over nadacht om de benzine wagens aan dezelfde strenge milieuregels van een diesel te onderwerpen. Een deskundige wist dat benzine, alles bij elkaar gerekend, net zo destructief was voor het milieu als diesel.
Ik ging wat grasduinen op het net. In een recent artikel op AutoWereld.be werden de wetenschappelijke cijfers naast elkaar gezet op zoek naar een antwoord in de kwestie diesel of benzine: ‘We hebben geprobeerd maar krijgen geen eenduidig beeld. Met het cijfermateriaal dat we vandaag hebben, is het ons onmogelijk om te bepalen wie nu de grootste vervuiler is; de benzinemotor of de diesel. Het systeem is te complex, er zijn te veel onbekenden en de vervuiling is gewoon te verschillend van aard.’
Bij Test Aankoop was er dan weer de aanbeveling dat je bij modellen met een hoog verbruik - SUV, bestelwagen… - steevast beter voor een dieselwagen ging.
En gisterennamiddag, ik was toevallig met de wagen op weg naar huis, nam directeur communicatie Joost Kaesemans van Febiac, de Belgische en Luxemburgse automobiel en tweewielerfederatie, het op voor de diesel. Dat was om 15 uur in het nieuwsbulletin op radio 1.
Nieuwslezeres Veerle De Vos somde eerst een aantal opzienbarende feiten op. Namelijk dat bijna acht op tien particulieren die dit jaar een auto kochten, opteerden voor een benzinewagen. (Ik dacht aan het nieuwsbericht van vorige week. Hoe ontgoocheld deze mensen zich vandaag moesten voelen.)
Nog geen twee op de tien kozen voor een diesel, en het aantal gegadigden voor een wagen met een elektrische of een andere, alternatieve motor bleef onder de vijf procent. In 2011 bedroeg het aandeel verkochte dieselwagens nog drie kwart van het totaal. Daarna mocht Joost enkele zaken toelichten. Hij vond dat de afkalving van de verkoop van dieselwagens onnatuurlijk snel verliep. Dat mensen zich te vaak laten leiden door wat er allemaal gezegd wordt. Dat de keuze niet rationeel meer is. Want dank zij de moderne technologie worden ook deze voertuigen alsmaar schoner. Wie veel kilometers doet, kon dus met een gerust hart een dieselwagen kopen.’
Kortom, al bij al hadden we dus toch niet zo’n grote, onherroepelijke fout gemaakt...

BOEKTEASER 'KRUIMELS, OP ZOEK NAAR EEN TOEKOMST' 2

Het tweede filmpje van Lieven, Katlijn en Kristof; een blik voor & achter de schermen van de kringloopwinkel van Avelgem. Toch een gedroomde plek voor een tv programma?




MOARTLE

K woare véertiene en kléene voe myn oede
binst dat n èm oed wos voe zyn joarn
K oendertéeknde t léercontract
en zoender dat n ool te veel uutleg gaf
léerde ne my brokkn ofstekkn, moartle moakn
d éeste loage geevn, bandn leggn, meurn ofrechtn
en by de boern: de skowe in stuuk zettn
Groate of kléene skelpkes volgens de smoake
van de boerinne en de truwele in myn andn
Niemand koste drienkn lik èm, ne héeln dag deure
‘Je werkt dat of’ zeit ne binst dat n nog éen oopn trok
moa je veranderde wel n bitje van Dr Jekyll in Mr Hyde
‘Ge zoet n berg ploaster moetn zien da k ik ee uutgesmoet!’
zeit n teegn de minsn woa da we zoatn te werkn en k peisde:
‘Ge zoet n berg flossn moetn zien dat n èm ee uutgedroenkn!’
Kee mè èm gewerkt, teegn èm gewerkt, lanst èm gewerkt
roend èm gewerkt, en wok vele up zyn zenuwn gewerkt
Achter n poar joar woarn we mekoar zoadoanig geweune
da w up t werk éegluk géen voader en zeune mée woarn
moa gastn die de zot ieldn mè mekoar en mè de minsn
Je plakte géern mè bruunn mè léemn en wittn mè péerdoar in
‘Van ool diene sjemiek in zakkn kruupn
de bloemn were in de pottn’ zei t ne
binst da k de bruunn uut groate bakkn
in ne kortwoagn skepte, mè n bitje woatre
mè de skoepe roerde toet dat n gréed wos voe te smoetn
In sulln deij en droeg noa doa woa dat n zat te roepn:
‘MOARTLE!’
Baddns noa boovn steekn voe de plafonds te plakkn
Ciment noa beneen voe ne kruupkelder te cimenteern
sleepn en sleurn, n beulewerk zeggn ze doa teegn
moaj a macht lik n peird en je kloagde nie rap
We plakten uuzn van voa en bachtn de kuupe toet an de zée
en van Sleihage toet diepe in Heuvelland
K weete ze nog oolemolle stoan

KRUIMELS, OP ZOEK NAAR EEN TOEKOMST: WAAR TE VERKRIJGEN?

Geregeld krijg ik de vraag waar of hoe mijn boek te verkrijgen is. Een vraag die ik heel erg ter harte neem want naast schrijver, uitgever en reclamemaker sta ik ook in voor de verdeling van mijn boek…
In de kringloopwinkels in Zuid West-Vlaanderen, de Roeselaarse boekhandels en de Limerick in Gent hebben ze het boek in voorraad. In de andere boekhandels kun je het normaal gezien bestellen. Maar soms krijg ik de boodschap dat dat niet zo is. Wie hierbij problemen ondervindt: ‘Kruimels’ is ook verkrijgbaar via deze link. Na overschrijving wordt het boek verstuurd. Er worden geen extra kosten aangerekend voor verzending naar een adres in België. Laat gerust weten als je er iets in genoteerd wil hebben. Veel leesplezier! Uw dienaar, Rino



BOEKTEASER 'KRUIMELS, OP ZOEK NAAR EEN TOEKOMST' 1

De eerste van de drie boekteasers die Katlijn, Lieven en Kristof van iframe voor Kruimels maakten. Welkom in de kringloopwinkel van Avelgem!




SKOENSTE ANDN

Myn voader a de skoenste andn
Groat moa wok nie te groat
mè van die lange fyne viengers
moa wok nie te fyn
lichteluk behoard en deuroaderd
Kloek moa elegant
Gif moa n endje! zei t ne en ge wos preus
dat n joe n and vast a oenderboane
en ne klets teegn joen oarn is noais echt géestig
moa t skilde ut van één van zyn andn kwam
K weete nog dat n loatre ne kée kloagde
da zn andn toope trokkn van te werkn
Moa dat n ozoa gienk ofliggn -
mè die andn in mekoar gakt lik n twien die bad -
èm die zukn léeg gedacht a van de kerke!
(In de klinieke wost n benoald
en je pakte myn and vaste...
Ka t moetn weetn, ka ze
noais mée losgeloatn)
‘Ja, we kostn nie anders’
zei de begroafenisoenderneemre
‘We kréegn ze nie plat’

CRISISWONING

Aaron maakt zich zorgen. Het ligt in zijn aard. Altijd is er wel iets om over te piekeren. Toen hij kwam solliciteren was hij er zeker van dat iemand anders de job zou hebben. Ook al was hij de enige kandidaat en spraken we af dat hij enkele dagen later mocht beginnen. En toen hij eenmaal begonnen was geloofde hij niet dat hij zijn proefmaand zou uitdoen bij ons. Er moest en zou iets tussenkomen. Maar ook dat verliep goed.
'Ik heb nog nooit ergens gewerkt waar ik niet gepest werd', zei hij enkele maanden later op een avond, toen hij bij vertrek de inhoud van zijn tas kwam tonen. Dat was een compliment.
Langzaamaan kwamen we het een en ander over hem te weten.
Opgegroeid in moeilijke omstandigheden, heen en weer geslingerd tussen ouders in een vechtscheiding die hun kinderen liever kwijt dan rijk waren. Het zorgde voor enkele kortsluitingen in dat jonge brein. Hij was weerspannig in school, liep weg uit pleeghuizen, en op zijn twintigste was hij al vaker met het gerecht in aanraking gekomen dan de meesten van ons in een heel leven. Alles nam een wending toen zijn vriendinnetje zwanger werd. Hij besloot dat hij zijn kind een andere jeugd wou geven dan hij zelf had gekregen en beloofde een goede vader te worden.
En ontdekte dat dit gemakkelijker gezegd is dan gedaan. Toen hij bij ons van start ging, woonde hij bij zijn broer in een te klein huis waardoor er spanningen waren. Dag na dag werd het erger, en vooraleer het echt problematisch begon te worden zorgde het OCMW voor een crisiswoning. Daar mocht hij met zijn vriendin en hun kindje vier maanden wonen, in afwachting van een andere woning. Vier maanden.
Al vanaf de eerste maand is hij op zoek. Zo is Aaron, hij kan niet verdragen dat er iets ligt te wachten. Het werkt op hem in. Het moet zo snel mogelijk opgelost worden.
'Waar jij mee inzit!' Steffie is het er niet mee eens. Het is ochtend en ze is welgemutst binnen gekomen. Enkele dagen geleden zei ze het al.
'De dramaqueen is weg, hier is de nieuwe Steffie!' terwijl ze binnenstoof. Tweeënveertig jaar, en explosief als een stuk dynamiet. Haar vriend zit momenteel in het 'cachot' zoals ze zijn verblijfplaats stoer noemt. Hij zit daar goed, zegt ze. Hij is daar braaf. Clean. Kon hij maar altijd zo zijn. Maar ze vreest dat hij, wanneer hij vrijkomt, meteen weer aan het spul zal zitten. Eigenlijk is ze er zeker van. Hij kan het niet laten, het is sterker dan hemzelf. Langs de andere kant had ze wel met hem te doen, dat hij daar binnen zit met zo'n mooi weer. En dat voor heel de zomer. Pas in september kan hij voorwaardelijk vrijkomen. Ze treurde en was bezorgd. Voelde zich machteloos. Wou dat ze iets kon doen voor hem. Tot enkele dagen geleden dus. Ze kan niet blijven piekeren, het is in strijd met haar positieve natuur. Zo is ze niet geprogrammeerd.
'Mannen genoeg!' zei ze onlangs op een ochtend, om de één of andere reden had ze besloten het zich allemaal niet meer zo aan te trekken en die boodschap wil ze nu blijkbaar ook uitdragen.
'Blijf maar waar je zit! Ze gaan je daar niet buitengooien hoor! Wat denk je? Nee, wacht jij maar mooi af.' Ze knipoogt naar Aaron en nipt voorzichtig van de kop verse koffie die voor haar staat.
'Ja, ik ken dat,' zegt hij, 'en dan staat daar plots een deurwaarder!'
'Serieus?!' zegt Steffie. 'Jij weet nog niet veel hé? Denk je echt dat ze een gezin met een baby op straat gaan zetten of zo? Je woont wel in een crisiswoning hé! Dat is de plaats voor mensen die nergens terecht kunnen! Zoals jullie dus! Zij gaan wel voor je zoeken. Voor je het weet woon je in een piekfijn afgewerkte nieuwbouwwoning van het OCMW met alles erop en eraan, en dat voor geen geld. Want je weet toch dat je veel meer zult moeten betalen als je zelf iets vindt om te huren? Je gaat toch geen zo'n stommiteit begaan?'
Aaron zwijgt maar hij kijkt vastberaden naar het schermpje van zijn smartphone. Steffie ziet net als ik dat haar betoog geen zin heeft.
'Doe wat je niet laten kan', zegt ze en loopt naar buiten met een sigaret.
'Dat is precies wat ik ga doen', zegt Aaron en scrolt verder over de pagina met aanbiedingen van het immobiliënkantoor.

KRUIMELS KRIJGT PERSAANDACHT


'Kruimels' in SIEN, de krant van West-Vlaanderen, in Het Laatste Nieuws en in ... Oikos!

















RESERVESLEUTEL

Ze komt binnen geschuifeld bij sluitingsuur. Ze beweegt heel stram en lijkt altijd verward, maar eigenlijk ziet ze er niet zo oud uit. En als je iets tegen haar zegt, kijkt ze ontsteld op, zoals iemand die bruusk wakker schrikt. Nu komt ze binnen bij sluitingsuur.
'We gaan zo dadelijk sluiten, mevrouw.'
'Oei... Maare… Het is enkel voor een mandje voor mijn hondje... Ik weet het staan...'
Enkele tellen later staat ze verrassend genoeg alweer aan de kassa.
'Twee euro alstublieft.' Ze schuift me nog een tandenborstel toe. Die verkopen we alleen als ze nog in de ongeopende verpakking zitten.
'Plus vijfentwintig cent, dat is dan twee euro vijfentwintig.'
Terwijl ze een stuk van twee euro en een stuk van vijftig cent uit haar munthouder schuift, leg ik vijfentwintig cent op de toonbank.
'Jij bent snel!', zegt ze, en stopt de twee muntjes die ze terug krijgt in ons spaarvarken.
Daarna loopt ze zonder nog iets te zeggen naar buiten.
'Fijne avond nog!'
Ze komt terug binnen. Paniek in die ogen.
'Ik ben mijn sleutels kwijt... Wat moet ik nu? Zonder mijn sleutels? Ik kan niet in mijn huis!'
'Ze kunnen niet ver weg zijn. Waar heb je dat mandje genomen?' Ze wijst me de plaats aan waar het mandje stond, maar daar liggen geen sleutels.
'En ik ben alleen maar hier geweest, en daar bij de tandenborstels, want je had gezegd dat je ging sluiten...'
'Dus moeten we niet ver zoeken hé...'
Maar ook bij de tandenborstels liggen ze niet.
'Ik ben bang dat ik ze in de wagen heb laten liggen... En de deuren zijn gesloten.'
'En heeft er iemand een reservesleutel?'
'Niemand... Maar ik heb de ramen open laten staan tegen de hitte; misschien kun jij er langs daar in klimmen?'
Ik ben eventjes in de war en merk dat ze inderdaad haar ramen heeft opengedraaid. Zo is er geen kunst aan. Ik open de deur via de deurklink aan de binnenzijde.
'Hoe heb je dat nu gedaan?' Ze is oprecht verrast. Ik kijk in haar wagen, en zie haar sleutelbos liggen in het mandje met aankopen. Ze is daarnet dus al in de wagen geweest. Ik neem de sleutels en geef ze haar.
'Maar... Je hebt ze gevonden?' Ik kijk in haar ogen. Een doffe, onbegrijpende blik.
Ze schudt haar hoofd en met houterige bewegingen stapt ze in haar wagen. Het grind knarst onder haar wielen terwijl ze traag achteruit rijdt.
Banden die nodig eens opgeblazen moeten worden.

VEEL LANG

'Hoelang ben je nu in België, Faisal?'
'Drie jaar.'
'En hoe oud ben je nu?'
'Tweeëntwintig.'
'En hoe oud was je toen je vertrok uit Afghanistan?'
'Zeventien, Rino.'
'Heb je nog broers of zussen?'
'Ik heb nog kleine broer. Hij is nu twaalf jaar.'
'En hij woont nog in Afghanistan?'
'Ja. Wij hebben af en toe contact.'
'Met de computer?'
'Nee, geen computer daar. Het dorp ligt tussen bergen, daar is geen internet. Mijn broer moet naar boven, op berg en dan kunnen we bellen.'
'Dus jullie bellen niet zo vaak?'
'Eén keer in twee maanden.'
'Als je broer belt, moet jij dus altijd opnemen? Je kunt nooit zeggen: ik bel wel eens terug?'
'Mijn broer kan niet bellen. Ik bel altijd naar hem.'
'Hoe weet jij dan dat je broer op de berg zit?'
'Eerst moet ik naar man bellen die op berg woont. Dan gaat hij naar dorp om broer te halen. En dan bel ik terug.'
'En komen je mama en papa dan ook mee aan de telefoon?'
'Mijn papa soms. Mijn mama nooit, het is moeilijk om te klimmen voor haar.'
'Dus jij hebt je mama al lang niet meer gehoord?'
'Al veel lang Rino...'

JUSTE

'Goeiedag meneer!'
'Bonjour Monsjeur!'
'Dit is allemaal voor u?'
'Qui, c'est tout pour moi.'
'Dat is dan zes euro tachtig.'
'Combien?'
'Euh… Six euros quatre-vingts…?'
'Ah, juste, oui! Sil vous plaît! Alstublieft!'
'Dank u wel! Merci beaucoup!'
'Auf wiedersehen!'
'Have a nice day!'

TWEE BELGEN

‘En Ghassan? Naar het voetbal gekeken?’
Ghassan is de eerste die vandaag komt aangewaaid. Het is een beetje bang afwachten wie er nog komt. Allemaal zijn ze in de ban van het WK. Dat feest dat gisteravond om acht uur begon en na ruim anderhalf uur onhoudbare spanning langs de rode zijde tranen van geluk en langs gele zijde tranen van verdriet voortbracht. Een nationaal elftal samengesteld met spelers uit alle hoeken van de wereld dat bewijst dat het kan. Dat we, als het moet, samen kunnen werken. En dat het resultaat dan alles overstijgt. Dat bewerkstelligt wat onze politieke leiders zo node kunnen: het land in al zijn verscheidenheid verenigen onder één vlag. Overal waar je 's morgens vroeg passeert met de wagen wapperen ze uit ramen als lakens die verlucht moeten worden. Daarachter liggen mensen in kamers hun roes uit te slapen, van de liters bier die je moest kopen om deze vlaggen te bekomen.
Op slag kijkt hij naar me met die grote donkere ogen, en is er die melancholische glimlach terwijl hij zacht ‘Jaaaaa!’ zegt, bijna fluistert, een lange betoverende zucht.
‘Het was een mooie wedstrijd hé?’
‘Heel mooitje!’
De volledige, precies afgemeten hoeveelheid net niet kokend water is door de trechter met gemalen koffie gesijpeld en ik sluit de koffiekan.
‘Rino, maar waarom? Waarom niet nog goal maken? Waarom Martinez stoppen?’
‘Ik weet het ook niet hoor Ghassan. Maar misschien waren ze blij met wat ze hadden en wilden ze op zeker spelen? Verdedigen en geen risico’s meer nemen?’
‘Maar Rino, één goaltje, ééntje! En dan geen probleem meer, rustig spelen!’
Hij schudt zijn hoofd, Ghassan heeft altijd een eigen theorie over de dingen.
Almas is binnen gekomen, heeft koffie genomen en zit nu neer, scrollend over het scherm van zijn gsm.
‘Jij kijken naar voetbal, Rino?’ Almas praat met een zachte, hese stem. Reeds vanaf de eerste dag vraag ik me af hoe het zou klinken als hij zou zingen. Het zou iets heel bijzonders kunnen zijn.
‘Het eerste doelpunt hebben we gemist, maar de rest van de match gezien. Het was heel spannend’, zeg ik.
‘Was heel, heel spannend! Courtois! Goed man!’ Hij knikt, diep onder de indruk, en toont me zijn gsm. Het duurt eventjes voor ik doorheb wat ik zie. Een tv schem als een lang, gelijkbenig trapezium. Beelden van opzij gefilmd. Ik zie hoe Thibaut Courtois in een reeks opeenvolgende wedstrijdmomenten de bal verhindert om in zijn doel te komen.
‘Heb jij die beelden gefilmd van het tv scherm, Almas?’
Hij lacht, ‘België heel goed!’, zegt hij hoofdschuddend.
‘Lukaku!’ zegt Ghassan.
‘Ja!’ roept Almas, ‘Lu-ka-ku!’
Alsof er ergens een haan kraait.
‘Hij is de beste!’ zegt Ghassan.
‘Ja, hij is de beste!, roept Almas, ‘en Kompany! Zeer goeie tactiek!’
‘Zeer goed’, zegt Ghassan die nu achter Almas is gaan staan en voorover buigt om de beelden op de smartphone beter te kunnen zien.
‘En De Broeyne!’
‘De Bruyne’, zeg ik.
‘De Broe-yyy-ne!’
Ik kijk naar mijn twee medewerkers, uit Irak en Afghanistan, die gebiologeerd staren naar dat kleine scherm, hier op dit moment meer dan ooit verenigd als twee Belgen.
‘Goeie wedstrijd’, zegt Almas.
‘Ja, heel mooitje’, zucht Ghassan.

BRIL

'Meneer, mag ik iets vragen? Hoeveel kost dit boek?'
De bejaarde vrouw hield een exemplaar van 'Mindfulness' van Edel Maex in haar handen. Ze was klein van stuk, heel mager en haar huid zo bleek dat het leek alsof je er doorheen kon kijken. Maar ze kwam al zolang en haar stem klonk zo krachtig dat we ons geen zorgen maakten.
We prijzen onze boeken altijd met potlood bovenaan rechts op de eerste beschrijfbare pagina, maar de medewerker van dienst had blijkbaar een blad overgeslagen. Daar stond € 2,50 en ik hield het boek nu op de juiste plaats open terwijl ik het haar terug gaf. Ze richtte haar hoofd een beetje op zodat ze door de onderkant van haar bril kon kijken en knikte.
'Mijn dochter geeft een workshop mindfulness.'
'Ah zo?'
Ze glimlachte en liep weer verder.
Er waren toevallig nog enkele bejaarde dames aanwezig. Mario en ik liepen over en weer met meubelen die we naar de winkel brachten. Telkens weer stond ze bij iemand anders die het boek in handen had. Ik hoorde hoe ze het over die workshop van haar dochter had, genietend van de verbaasde blik van de toehoorder die bladerend probeerde te achterhalen waarover het boek nu eigenlijk precies ging.
Toen ze uiteindelijk aan kassa kwam, was er geen spoor meer van het boek.
'Ik heb het teruggelegd. Je moet keuzes maken hé. En dat hier is zo'n mooie pullover.'
Ik scande het prijskaartje van het flink uitgevallen kledingstuk.
'Hij zal blij zijn als je thuiskomt.'
'Ja maar, ik zal hem dat niet tonen hoor! Dat leg ik stilletjes in zijn kast.'
'Zou hij niet blij zijn met een nieuwe trui?'
'Nee, hij maakt zich altijd kwaad als ik met iets thuiskom. 'Maar dat hebben we toch niet meer nodig!' roept hij dan. Hij is nogal fatalistisch ingesteld. Dus smokkel ik mijn aankopen de kleerkast in. Sinds hij een trombose had, komt er een verpleegster langs en zij wast hem en legt zijn kleren klaar. Tegen haar durft hij niets te zeggen.'
Ze lachte naar me. Twee rijen witte, perfect regelmatige tanden die een fel contrast vormden met het verweerde gezicht.
'Ja, ik heb hier al zoveel mooie dingen gevonden. En ook al enkele keren veel geluk gehad. Zoals deze bril, ik draag hem al tien jaar!' Ze nam haar bril af, deed alsof ze hem bekeek, en zette hem weer op.
'Hij is perfect voor mijn ogen!'
Ik moest denken aan de grap die een oogarts met me uithaalde toen ik nog een kind was. Om de een of andere reden wou ik een bril dragen. Tijdens de oogtest van het PMS (de psycho medisch sociale centra waarbij de leerlingen vroeger jaarlijks met school een medische controle moesten ondergaan) deed ik alsof ik niet alle lettertjes op de snellenkaart (de toen nog courant gebruikte, door de Nederlandse arts Herman Snellen ruim honderdvijftig jaar geleden, ontwikkelde test) kon lezen en kreeg een brief mee naar huis.
Twee weken later zat ik met mijn moeder bij de oogarts. Hij liet ons een paar brillen zien. Er waren mooie en minder mooie modellen. Hij vroeg me welke bril het beste paste en liet me nogmaals de test met de snellenkaart doen. Met de bril die ik het mooiste vond, kon ik alles lezen. Ik liep met open ogen in de val. Ik weet nog precies hoe ik me voelde toen ik de verrader aan mijn moeder hoorde uitleggen dat deze reeks brillen allemaal uitgerust waren met gewoon vensterglas.
Hoewel ik het vertikte — jaren later, toen ik daadwerkelijk naar de oogarts moest en inmiddels al vijftien jaar met een bril opgezadeld zit — om bij hem langs te gaan, neem ik het hem ondertussen allang niet meer kwalijk.
Het was alsof ze mijn gedachten raadde.
'Enkele jaren geleden liet ik mijn oogarts de bril testen om na te gaan of ik mijn ogen geen schade toebracht door een bril te dragen die niet op maat gemaakt was. Hij controleerde de bril en stelde vast dat hij inderdaad perfect was voor mijn ogen. Maar hij had ook minder goed nieuws. Hij zei dat ik blind zou worden.'
Ineens was de guitigheid uit haar gezicht verdwenen. Ernstig keek ze me aan.
'Je hebt mensen die bruine vlekjes op hun huid krijgen bij het ouder worden. Ik krijg die vlekjes op mijn netvlies. Het kan heel snel gaan, in extreme gevallen kan zo iemand in drie dagen blind worden. Ik was er een tijdlang niet goed van toen hij dat nieuws bracht. Mijn man had toen net die trombose gehad en ik dacht: ja, het gaat beginnen... Maar dat is alweer zes jaar geleden nu, en ik heb er nog steeds geen last van. Ik zie nog altijd even goed. En ik kan nog altijd alles zelf doen, ook al ik ben eenentachtig!'
'Misschien komt het door de bril', zei ik. Ze lachte. Ik keek naar het montuur, dun en goudkleurig. De vorm deed denken aan de ogen van een kat. Voor een bril van tien jaar was het eigenlijk een heel modern model. En hij paste perfect bij haar gezicht.
'Ja, misschien komt het wel door die bril', mompelde ze in zichzelf. Onder het praten door hadden we afgerekend.
Ze nam het kasticket, kantelde haar hoofd een beetje achterover om het bedrag onderaan op de kassabon te kunnen lezen, knikte, en liep toen met de pullover onder haar arm naar de uitgang.