woensdag 8 mei 2024

KAFKA IS IN THE BUILDING

'Dag Aziz, hoe is het met je?'
'Goed Rino, dank je!'
Hij heeft hier een jaar gewerkt. Het was een woelige tijd want de procedure voor zijn gezinshereniging viel plots, zonder aanwijsbare reden, stil. Er kwam nadien ook geen uitleg waardoor we alles moesten uitzoeken en toen bleek het om een misverstand te gaan waarvan de oorzaak bij vreemdelingenzaken lag. Er volgde nog een complex parcours met soms onbegrijpelijke hindernissen maar uiteindelijk kwam alles goed, kon hij zijn gezin weer in de armen sluiten, zijn traject hier succesvol afronden en behaalde hij zijn rijbewijs CE.
'Ik kom nog eens kijken voor een babybedje.'
We lopen tot aan het babygerief, kijken naar de reisbedjes en een park dat al enkele stormen moest doorstaan.
'Maar ik heb nog tijd, het kindje komt pas binnen twintig dagen!' Hij lacht.
'Echt waar? De tijd vliegt! Proficiat!'
'Dank je!' We schudden elkaar de hand.
'Ja, we zijn heel blij, het is onze Belgische baby!' Dan verstomt de lach op zijn gezicht.
'Het is ook een beetje moeilijk…'
'Waarom?'
'Probleem is dat ik kindje mijn naam niet kan geven want mijn huwelijk telt hier niet.'
'Hoezo?'
'Ik was vijftien toen ik trouwde met mijn vrouw, zij is een jaar ouder dan ik. In de meeste landen moet je achttien zijn maar in Jemen is er geen minimumleeftijd om te trouwen. In België wordt ons huwelijk niet erkend. Maar wij zijn gelukkig samen, hebben drie kinderen en een vierde is op komst. Wij zijn veertien jaar getrouwd. Er moet toch een oplossing voor ons zijn?'
Hij kijkt me vragend aan.
'Die vrouw in het gemeentehuis zegt: 'Misschien kun je het kind de naam van je vrouw geven?' Maar wij vinden dat niet normaal want wat met onze eerste drie kinderen? Die dragen mijn naam.'
'Misschien kun je hier trouwen voor de wet?'
'Daar hebben we ook aan gedacht. Maar die vrouw denkt dat er dan problemen zullen ontstaan voor onze andere drie kinderen, die in Jemen geboren werden en mijn naam nu al hebben…
Ik vraag die vrouw van het gemeentehuis wat ik kan doen maar ze zegt dat zij het ook niet weet en dat ze me verder niet kan helpen. En over twintig dagen is ons kindje hier.'
Hij haalt de schouders op en lacht. Het is een lach die ik herken, van toen het gezin bij eerdere problemen vast kwam te zitten in bureaucratisch niemandsland.

Geen opmerkingen: