woensdag 8 mei 2024

POLLEN

Hugo, een zeventiger die hier wekelijks langskomt, ziet de toekomst somber in. ‘Ik wou dat ik u wat meer goed nieuws toe kon wensen,' klinkt het schor terwijl hij afrekent - hij hoest alsof hij nog niet veel woorden gewisseld heeft vandaag, ‘maar ik vrees dat het alleen maar erger wordt. De hele wereld lijkt verdoemd. De Russen willen Oekraïne ten alle prijze inpalmen en de Chinezen azen op Taïwan terwijl onze aardbol onleefbaar wordt. Ondertussen blijft Noord-Korea naarstig kernwapens bouwen en naderen we het kookpunt in Congo en de Balkan.' Hij zucht en schudt z'n kale hoofd. 'Het wemelt wereldwijd van de idioten, het lijkt wel een epidemie!’ De gipsen beeldjes die hij net heeft aangekocht, draait hij in wat krantenpapier en stopt ze dan in de bijhorende kerststal. 

Het kerstgerief kon na kerst voor de helft van de prijs van de hand; met hernieuwde belangstelling werd er in de bakken en manden gescharreld. Ook na nieuwjaar waren er nog liefhebbers. Zo verkochten we woensdag de laatste vijf kerstbomen. Vandaag houdt Bjorn zich bezig met sorteren van wat overblijft aan kerstversiering. Het meeste heeft het vele grabbelen niet overleefd en gaat in de afvalbakken bij glas, hout, metaal of multistroom, de rest wordt ingepakt en moet nu opnieuw een jaartje op onze zolder wachten op een kans om nog eens in volle glorie te kunnen schitteren. Maar de opgetuigde kerstboom op onze toonbank blijft nog even staan, zo snel hoeft het nu ook weer niet. 

De nieuwjaarswensen vlogen ons de eerste dagen nog om de oren en van sommige klanten en oud-medewerkers kregen we traditiegetrouw een kaartje, maar langzaamaan worden we het alweer gewoon dat die twee nu een drie geworden is en noteren we al onze afspraken in de mooie, met groen linnen beklede Oxfam agenda die al goed in de hand begint te liggen terwijl het lot van de oude bezegeld lijkt, de papierbak lonkt reeds in de verte. 

‘Allez Hugo,’ zegt Christine terwijl ze dichterbij schommelt met een mandje zorgvuldig bijeen gesprokkeld speelgoed; 'voor de kinderen van mijn poetsvrouw,' vertrouwde ze me daarnet nog toe: 'Irina was dokter in Rusland maar haar diploma's worden hier niet erkend. Ze heeft alles geprobeerd. En tenslotte kwam ze in een schoonmaakbedrijf terecht. Maar ze laat de moed niet zakken. Zo'n positieve aanwezigheid in huis, je zou bijna wensen dat ze elke dag kwam kuisen!' Maar Christine moet wat ons betreft qua optimisme alvast niet onderdoen want hoe zwaar ze ook te lijden heeft onder reuma, het bederft de levensvreugde niet die je weerspiegelt ziet op haar gezicht. 

'Je gaat je toch niet laten kennen? Je moet het van de positieve kant zien: de dagen zijn weeral aan het lengen en de lente kan bijna niet wachten om uit te breken, de hazelaars staan al in bloei!’ 'Ik ben allergisch voor pollen', moppert Hugo.

Geen opmerkingen: