Op een dinsdagmorgen reed ik de allereerste keer voor mijn werk naar de kringloopwinkel van Avelgem.
Een half jaar eerder was ik er heel toevallig al eens langs geweest, toen niets er op wees dat ik ooit in een maatwerkbedrijf aan de slag zou gaan. Naast de oprijlaan wapperden die typische, gele vlaggen en zag ik een textielcontainer staan. Wat er langs de buitenkant als een doodgewoon, oud fabriekje uitzag, bleek vanbinnen een verrassend grote ruimte die over de hele lengte in tweeën werd verdeeld door een betonnen constructie die ooit als afscheidingswand dienst had gedaan maar waar de panelen uit verwijderd waren zodat het raamwerk nu vooral een decoratieve functie had.
Het oude gebouw bezat een charme waarvan ik meteen onder de indruk was en dankte dat aan verschillende factoren zoals de indirecte lichtinval via het zaagtanddak dat mooi accordeerde met het warme licht van de tl lampen, de houten rekken waarvan de bovenkant zich iets onder ooghoogte bevond waardoor je het complex gemakkelijk kon overschouwen, en de met tapijt beklede wandelpaden waarmee de verschillende afdelingen netjes werden afgezoomd. Het was een oud pand dat smaakvol en met liefde tot winkelruimte werd omgebouwd, er goed onderhouden uitzag en alles oogde ordentelijk en netjes. Er hing een rustige, gemoedelijke sfeer en ik besefte dat ik me in één van de mooiste kringloopwinkels bevond die ik al had bezocht.
En daar was ik nu naartoe op weg om er winkelverantwoordelijke te worden.
Enkele weken daarvoor was ik als kersverse werkleider in een andere winkel aan de slag gegaan. Daar moest ik iemand vervangen om de meubelafdeling in goede banen te leiden. Evelien loodste me doorheen het theoretische gedeelte en stelde de groep medewerkers aan me voor, Dries maakte me wegwijs in het magazijn en liet me kennis maken met de praktische kant van een hergebruikcentrum.
Van die dagen herinner ik me vooral hoe attent en vriendelijk en geduldig iedereen was, ik wist niet wat me overkwam. En ik moest denken aan eerdere eerste dagen in de verschillende fabrieken waar ik ooit had gewerkt en waar je om te beginnen soms eindeloos aan een fabriekspoort kon staan wachten tot iemand je kwam ophalen terwijl mensen die je collega's zouden worden je met een tas of koelbox aan de hand voorbijliepen en je ondertussen subtiel wogen; aan voormannen die niet eens naar je voornaam vroegen; aan uitgebluste, afgestompte collega's die het werk uit moesten leggen maar daar tussen de ratelende machines zin noch tijd voor hadden zodat je alles tot je schade en schande zelf moest ondervinden; aan grote hallen waar geen raam te bespeuren was en waaruit ontsnappen onmogelijk leek…
Het ging snel, na enkele weken reeds kreeg ik het aanbod om aan het roer te staan van de winkel in Avelgem. Tom was er toen de verantwoordelijke. Hij moest elke dag een grote afstand overbruggen om in Avelgem te komen en er was in onze organisatie een vacature dichter bij zijn woonplaats vrijgekomen.
Voor de tweede keer legde ik het paadje af dat vanaf de straat naar de winkel leidde. Voor de poort stond een groot bord waarop een rhinoceros werd afgebeeld die een bril droeg - net als ik - waarboven 'Welkom Rino' stond met onderaan de namen van alle medewerkers. De poort draaide open en daar stond Tom. We liepen samen door de winkel terwijl hij uit de doeken deed hoe hij iedereen op mijn komst had voorbereid.
'En er zijn ook boterkoeken om je welkom te heten', zei hij. We kwamen via de winkel in de sortering en liepen vandaar naar de refter waar hijzelf met een vrolijk en kleurrijk vintage behangpapier ooit de muren had behangen en waar iedereen ons zat op te wachten.
'Dit is mijn broer', zei Tom en wees naar mij. Iedereen keek naar ons, van de een naar de ander, alsof ze naar overeenkomsten zochten in onze gezichten.
'Niet echt natuurlijk, maar als jullie hem zullen leren kennen, ga je merken dat hij heel erg op mij lijkt!' Hij lachte en iedereen lachte met hem mee. Tom was een creative duizendpoot die me vanaf de eerste dag wist te inspireren en nu nog, tien jaar later, vraag ik me bij moeilijke kwesties vaak af hoe Tom het aangepakt zou hebben.
Daarna gingen we zitten, aten onze boterkoek op en dronken een kop koffie en alles voelde zo gewoon, normaal en vertrouwd, en opnieuw werd ik overdonderd door de ontvangst, door die hartelijke, uitnodigende hand om hier mee aan boord te stappen en ik begreep dat er zoveel verschillende manieren zijn om iets te doen. Dat je iemand mits wat moeite met enthousiasme kunt besmetten maar ook van meet af aan kunt demotiveren door op zo'n kwetsbaar moment in de kou te laten staan en toen beloofde ik mezelf om er in de toekomst alles aan te doen opdat iedereen die hier zou komen werken zich net zo welkom zou voelen als ik die eerste dag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten