Fré, een van onze chauffeurs die hier zijn pauze neemt, is met een nieuwe collega onderweg om verkochte meubelen te leveren of goederen op te halen. Het is een grote, breedgeschouderde man, een reus, maar eentje die zich voortbeweegt met de elegantie van een bokser. Hij komt overeind en plaatst zijn lege kopje op het aanrecht. Ik herinner me de tijd dat hij bij ons in dienst kwam, ik gok, een jaar of zeven, acht geleden. Het was toen al duidelijk dat hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel had; je moet natuurlijk ook over wat gezond verstand beschikken om met zo'n vrachtwagen te rijden.
Ondertussen is hij van een jonge, energieke snaak geëvolueerd naar een rustiger, meer beredeneerd type die voor de job die hij uitoefent vandaag ook visueel wat meer vertrouwen inboezemt. Zo bezit hij nu een fraaie, lange baard die zijn jongensachtige gezicht wat meer maturiteit en mysterie verleent, wat goed uitkomt bij zijn indrukwekkende gestalte.
‘Je baard wordt steeds mooier’, zeg ik.
‘Dank je', zegt hij, terwijl hij met zijn vingers door de krullende haren woelt. ‘Ik knip geregeld de toppen bij en masseer de rest dan met wat baardolie.’ Ik voel hoe hij ondertussen vanuit de hoogte op mijn verwilderde kinhaar neerkijkt.
Maar er is nog iets aan zijn gezicht veranderd, iets wat hem meer ernst verschaft. En dan zie ik het, hij draagt een bril. Een klassiek ontwerp, met een dun goudkleurig montuur, een geslaagde keuze bij de guitigheid van zijn gezicht: het past wonderwel bij zijn baard en zorgt voor een bijna gedistingeerd aanzien.
Geen nood, zijn korte broek relativeert alles.
Fré zwaait ten afscheid en verlaat de refter. Ondertussen is Sergey binnengekomen om zijn pauze te nemen. Ook hij is een chauffeur bij ons, tien jaar geleden in de kringloopwinkel gestart, en net als Fré een forse man, maar minder groot en eerder geblokt, als een stuk graniet. Hij is niet ver meer verwijderd van zijn pensioen maar zijn gedrongen figuur heeft zo te zien nog niets aan kracht ingeboet. Zijn volle haardos is op enkele jaren tijd sneeuwwit geworden, net zoals die ruige, machtige borstelsnor.
‘Jij zou ook mooi zijn met een bril en een baard’, zeg ik.
‘Is niet belangrijk', bromt hij met die massieve bas-bariton. 'Hier binnen moet mooi zijn’, hij tikt met zijn rechterwijsvinger tegen zijn slapen.
‘Als daar niet mooi is, kunnen baard en bril niet helpen.’
Zijn bulderende lach doet onze refter daveren op zijn grondvesten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten