woensdag 8 mei 2024

ARBEIDSONGEVAL

Het was zondagochtend, maar ik zat niet rustig thuis te ontbijten en in de krant te bladeren. Ik bevond me ergens diep in de Vlaamse Ardennen. We waren op teambuilding en zonet met de hele groep over een touw geraakt zonder het aan te raken. Daarna waren we volgens huisnummer uit een kleine rioolbuis geraakt waar we met z'n allen in zaten en geen woord mochten zeggen.
Hoe ouder we worden, hoe minder er nodig is om ons gek te krijgen. Pretparken voor kinderen kunnen niet hoog, breed, luid en hysterisch genoeg zijn, maar een volwassene heeft genoeg aan een boomstronk of een plank, een touw om aan te slingeren, al dan niet over water.
De derde opdracht bestond erin dat ik weer door een buis moest kruipen en het daarna op een hollen zetten, tot aan een groot net waar je door de distels moest zonder dat diegene die achter je aan zat je kon tikken. Ik had drie seconden voorsprong en vroeg me af hoelang dat geleden was: niet zomaar effe lopen voor de regen of omdat je te laat zou komen, maar volle kracht vooruit sprinten. Ik kon het me niet herinneren.
Het vertreksein weerklonk, ik worstelde me door de buis, gleed uit in het gras, krabbelde overeind, keek achterom - waardoor ik Didier angstwekkend dicht achter me zag - en schakelde mijn turbo in. En toen gebeurde er iets vreemds. Het leek of ik per ongeluk in het verkeerde voertuig terecht gekomen was. De hersenen stuurden signalen naar beneden - moedigden aan, beloofden, berispten, dreigden - maar niets hielp. Dit waren niet de benen die ik me herinnerde; deze waren stijf, voelden dik aan. Het lichaam helde naar voor en ik vloog met veel gezwaai vooruit.
Plots voelde ik dat mijn benen een herstelprocedure hadden ingezet, langzaam haalden ze me in. Toen zag ik een paadje; dat moest ik halen, daar zou ik grip op de wereld krijgen.
Vanaf mijn eerste stap was ik verloren, de grond sloeg weg, ik zweefde in slowmotion en knalde tegen de grond. Ik voelde alle ogen op me gericht en probeerde te verdwijnen terwijl ik me afvroeg wat me bezield had. De eerste collega's kwamen eraan, de ene bezorgd, de andere verbouwereerd en nog iemand met een spottende glimlach. Ik besefte dat er niets anders op zat dan overeind te krabbelen. Ik had overal pijn terwijl de eerste commentaren binnenkwamen.
'Ik heb nog nooit iemand zo lang zien vallen'.
'Eventjes leek het erop dat je het nog ging halen.'
'Met voorsprong de meest lompe val die ik ooit heb gezien.'
Ik besefte dat ze het allemaal bij het juiste eind hadden.
De organisatie van het pretpark was niet verzekerd tegen lomperikken. En zo werd het een arbeidsongeval.
(De Mening in De Standaard, vrijdag 17 februari)

Geen opmerkingen: