woensdag 8 mei 2024

COMBE SAINT HIRICE

We liggen onder oude balken te luisteren naar de vogels.
'Je zou thuis zo'n wekker moeten hebben', zegt ze.
De wind speelt een subtiel spel met de metershoge bamboe waarvan we het gebladerte door het openstaande dakraam kunnen zien. Het gezang is vlakbij en tegelijk ver weg, klinkt monotoon of schril, is nauwelijks hoorbaar of heel luid, wordt plots onderbroken door geklop van snavels op stammen waarna opnieuw een anarchistische symfonie van Orchestra Kakofonie losbreekt.
's Middags horen we hoe de krekels het volume langzaam opvoeren, ze zijn ondertussen al wat opgewarmd maar komen pas echt op dreef in de late namiddag, als de vogels er hoorbaar verbouwereerd steeds meer het zwijgen toedoen, uitgezongen lijken.
Het klinkt als het geblaf en gejank van een hond maar we kijken naar een hert dat tussen de bomen tevoorschijn komt, met wilde zigzag sprongen een kniehoog grasveld oversteekt en in het groen aan de einder verdwijnt, 'Oehoe!' roept een uil.
Dat, en het gespetter van water in het meer als er een vis opspringt en geknetter 's avonds laat, van hout dat verteerd wordt door vuur: meer valt hier niet te horen.
En geen mens die er aan denkt om een deur te sluiten.

Geen opmerkingen: