Nog enkele weken en dan heeft Wahid zijn traject bij ons afgerond. Je zou haast vergeten dat deze man - die hier achttien maanden de afwas deed, de spullen van een prijsetiket voorzag en naar de winkel bracht - een master heeft, in een vorig leven een apotheek uitbaatte en die, toen de oorlog in Syrië uitbrak, in miserabele omstandigheden honderden mensen met oorlogsverwondingen heeft behandeld.
We willen nog niet aan het afscheid denken, maar er moeten zaken geregeld worden en afspraken gemaakt. We hebben het over zijn toekomst, wat zijn ambities zijn. We zitten in ons tuintje onder een zonnescherm en nippen van een glas water. Het is dertig graden en op de radio spreken ze van de eerste hittegolf van het jaar.
'Ik ga studeren voor verpleger.' Het is niet voor het eerst dat hij dat zegt, maar nu is hij overtuigd van zijn keuze. Want ondertussen is zijn gezin hier ook en moet er brood op de plank komen waardoor er twijfels rezen omtrent de haalbaarheid van dat doel. Maar het is een knelpuntberoep wat betekent dat er veel vraag is naar kandidaten en weinig aanbod. Dat brengt een belangrijk voordeel met zich mee: de cursist wordt vrijgesteld van inschrijving als werkzoekende en behoudt zijn uitkering tijdens de opleiding.
Ondertussen heeft Wahid ook informatie ingewonnen bij de VDAB. Hij kan 1 jaar les volgen, maar ook 3 of 4 jaar, het laatste jaar dan in combinatie met een stage in een ziekenhuis.
'Eén jaar, dat ga ik niet doen Rino. Dan mag ik mijn kennis en de ervaring die ik vroeger opdeed nog steeds niet gebruiken. En ik kan zoveel meer.'
'Ik weet het,' zeg ik, 'ik heb je hier bezig gezien.' Eventjes zitten we samen te lachen maar dan wordt hij weer ernstig.
'Nadat de oorlog uitbrak, heb ik in Syrië aan de lopende band operaties uitgevoerd. Mensen zonder armen of benen, soms tientallen per dag. Het was verschrikkelijk want je weet dat je niet iedereen kunt redden. De verwondingen zijn te erg en we beschikten ook niet altijd over de juiste benodigdheden.' Hij neemt nog een slokje van zijn glas water.
'Op een keer kwam iemand, helemaal overstuur, me halen om zijn passagiers te helpen, er zat een heel gezin in die auto. Enkele uren daarvoor waren ze onder vuur genomen en de bestuurder was de enige die ongedeerd was. Toen ik bij de auto kwam zag ik dat de inzittenden reeds gestorven waren. Ik zie die mensen nog steeds zitten.
Toen ik na zo'n dag 's avonds thuiskwam, kon ik niet meer spreken. Mijn vrouw begreep het niet maar het contrast was te groot; ik kreeg niet over mijn lippen wat ik die dag allemaal had meegemaakt.
Het gebeurde ook geregeld dat we de hele nacht doorwerkten. Eens ben ik meer dan een maand weggebleven, onze hospitalen bestonden uit grote tenten en telkens het geweld te dicht kwam, moesten we alles afbreken, verhuizen en ergens anders terug opbouwen. Op een bepaald moment stonden we naast de tent van Artsen Zonder Grenzen en wisselden we patiënten uit. Het was non-stop doorwerken, tot je erbij neerviel. Je kon hooguit eventjes je ogen sluiten en dan moest je opnieuw doorgaan.
Een andere keer, toen we aan het opereren waren, kregen we om twee uur 's nachts telefoon: dat er een grootschalig bombardement zat aan te komen. We hebben zoveel mogelijk verzameld en zijn er op onze brommers vandoor gegaan: je kon daar niet met een auto rijden want er lagen overal brokstukken en hier en daar waren er grote putten in het wegdek. Wie niet mobiel was, moesten we achterlaten.
Er zat een patiënt achterop en het vereiste al mijn concentratie om in het donker te kunnen rijden. Plots was er een dikke mist om ons heen die al het geluid leek op te slokken, ik hoorde niets meer: naast ons was een bom neergekomen. Na een hele tijd slaagde ik erin om het afgesproken punt te bereiken. Langzaam voegden ook de andere dokters zich bij ons, door het slechte zicht waren sommigen verloren gereden. Maar wonder boven wonder hadden we het allemaal gehaald. Later hoorde ik dat er niets meer overbleef van het veldhospitaal. Dat wij het overleefden, hebben we te danken aan dat telefoontje.
De operaties die we uitvoerden werden opgenomen en een aantal daarvan verzamelde ik op een memory stick. Uiteindelijk besloot ik om uit Syrië weg te gaan omdat ik zag dat er geen einde aan de oorlog kwam en ik het ergste vreesde voor mijn gezin. Maar toen ik vertrok, wilde ik de stick niet meenemen. Na mijn vertrek heeft mijn familie de geheugenstick gevonden. Mijn moeder huilde toen ze de beelden zag. Ze zei tegen mijn vrouw: 'Begrijp je nu waarom hij 's avonds niet kon praten?'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten