woensdag 8 mei 2024

SCHEEL

Het is de laatste dag voor het verlof maar ook de laatste dag dat Wahid hier werkt. Op tafel staat de grote taart die hij heeft meegebracht. Hij glimlacht als hij zijn kringloopwinkelgetuigschrift in handen houdt, een tastbaar bewijs dat zijn traject dat hier net geen twee jaar duurde, vandaag wordt afgerond. Het afscheid valt ons allemaal zwaar maar nu is hij klaar voor de volgende stap.
Het werden twee woelige jaren waarin we samen veel hebben meegemaakt en er hier van alles is gebeurd: de verbouwing van de winkel, het bezoek van de koning, de man die stierf in de kledingcontainer, de inbraak onlangs - waarbij dieven er vandoor gingen met de, gelukkig, magere inhoud van onze kluis.
Hij heeft ondertussen een succesvol toelatingsgesprek bij de VDAB achter de rug en mag beginnen met zijn opleiding voor verpleger, een knelpuntberoep.
Het is pauze in de namiddag, we zitten elk met een groot stuk taart en een kop koffie voor onze neus. We toosten en ik wens hem veel succes.
'Maar ik ga pas starten in februari.' Hij leest de verbazing op mijn gezicht en steekt de schouders op.
'Het kan niet nu, ik moet werken. Alles is heel duur in België. Ik krijg straks een uitkering van de RVA maar daarmee kan ik de rekeningen niet betalen. De huur en vaste kosten alleen al bedragen 1300 euro. De rekeningen stapelen zich op. En alles komt nu ook plots samen: mijn dochter is net geopereerd, voor de tweede keer in korte tijd.' Daar heeft hij me nog niets over verteld. 'En mijn vrouw moet volgende week een operatie hebben. De oorlog in Syrië duurt al meer dan tien jaar. Dan ga je, kun je met kleine problemen niet naar de dokter. En nu zijn het grote problemen.' Hij tuurt voor zich uit.
'En drie kinderen hebben een bril nodig, ik kijk nu voor één bril per maand. Ik krijg zestig euro terug van de mutualiteit en zo kan ik kijken voor een tweede bril de maand nadien. En ik heb nu ook drie facturen gekregen van school, elke keer driehonderdvijftig euro. Ik weet nog niet hoe ik dat zal betalen.' Hij zucht.
'Het leven hier is zo georganiseerd dat jij met twee moet werken. Daardoor hebben mensen hier twee auto's nodig. Om deze tweede auto te kunnen kopen moet jij werken. Tijdens het werk moeten de kinderen naar de opvang kunnen. Om de opvang te kunnen betalen moet jij werken. Hier wordt langs alle kanten aan je getrokken.' Hij staat recht, met zijn armen wijd, en beweegt scheel kijkend wiebelend heen en weer, als om te illustreren wat hij bedoelt.
'Maar ik wil niet klagen want eigenlijk is dat allemaal niet zo erg. In Syrië konden wij niet slapen. Wij wisten nooit of we weer wakker zouden worden. En elke dag was het een uitdaging om de avond te halen. Wij moesten steeds weer verhuizen omdat de oorlog te dicht kwam. We waren altijd bezorgd, voor de kinderen, voor elkaar. Wij waren er ons leven niet zeker en altijd bang.
Nu hebben wij geen zorgen meer, alleen nog kleine problemen. Ja, het is moeilijk, we moeten kijken voor deze brillen, de operaties en het schoolgeld en wie weet wat er morgen in de brievenbus valt. Ik zou heel graag naar school kunnen gaan, de kennis die ik vroeger in Syrië heb geleerd combineren met mijn talent zodat ik het werk waar ik goed in ben, hier kan uitoefenen. Maar ik besef ook hoever we het gebracht hebben met ons gezin. We leven nog. Hoe groot onze problemen vandaag ook zijn, wij liggen niet meer wakker 's nachts.'

Geen opmerkingen: