Ik zie er maar zelden tegenop om met de fiets van Roeselare naar Ledegem te rijden behalve op dagen zoals vandaag, als de aangevroren sneeuw kraakt onder je banden en er op sommige plaatsen blinkend als een ijspiste bijligt. Volgens het weerbericht wachten ons de komende dagen nog enkele intense sneeuwbuien waarna het telkens opnieuw gaat vriezen.
Michel, de chef in het zusterfabriekje enkele kilometers verderop, passeert 's morgens op vijftig meter van mijn deur en komt ook hier voorbij. Het is de bazin die me dat bij aankomst toefluistert. Ze zegt ook dat het gekkenwerk is om deze week met de fiets naar het werk te komen. Dat ik misschien enkele dagen met Michel kan meerijden. En - als ze mijn terughoudendheid ziet - dat ik het tenminste toch eens zou kunnen vragen, want dat hij deze namiddag naar het bureau komt. 'Er is meer dan genoeg plaats in die wagen!'
'Ja, dan zul je iets meemaken', zegt Daniël. Hij is degene die me heeft leren puntlassen en over vier jaar met pensioen gaat. Hij is nu al plannen aan het maken; zo wil hij zijn oude hengels van onder het stof halen om opnieuw te gaan vissen. Zijn gezicht spreekt boekdelen, dat wordt genieten! Niets wijst erop dat Daniël zes maanden voor zijn pensionering uitgemergeld en moegestreden zal inslapen na een maandenlange strijd tegen longkanker.
'Michel rijdt met een splinternieuwe Mercedes met een V8 motor uit de S-Klasse.' Aan de opwinding in zijn stem kun je horen dat hij ook wel eens mee zou willen rijden. In mijn geval zijn het parels voor de zwijnen, nooit enige interesse gehad in wagens en al zeker niet in nieuwe. Daniël begrijpt er niets van.
'Voor de prijs van zo'n wagen kun je al een huis kopen!' En bestookt me de rest van de dag met weetjes over de S-Klasse, zoals dat er zelfs bondskanseliers en presidenten mee rijden, of die personages in Dallas, de tv-serie. Hij is ook zeer lovend over de innovaties waar Mercedes-Benz geregeld mee uitpakt. Met dit model wordt het electronisch gestuurde ABS systeem aan het publiek gepresenteerd. Daardoor kan de wagen bij een noodstop nog steeds bestuurd worden. Maar misschien is de airbag nog spectaculairder, een wonderlijke uitvinding waardoor tevoorschijn ploppende kussens de schok opvangen bij een botsing.
In de late namiddag draait de poort plots open, Michel loopt ons voorbij en gaat het bureel binnen, waarna de bazin in de deuropening verschijnt en me ongeduldig met haar hand wenkt. Ik laat alles vallen en haast me erheen. Terwijl hij met de bestelbons bezig is, vertel ik dat ik altijd met de fiets kom maar ze onderbreekt me en zegt dat het toch geen werk is, met zo'n weer, dat het alleen maar goed is om je nek te breken en of ik niet enkele keren met hem mee zou kunnen.
Michel knikt; het is niet van harte maar hij toont begrip voor mijn situatie, 'tot het gaat dooien', zegt hij zonder op te kijken. En waar ik morgen om zeven uur klaar moet staan en dat hij niet op me zal wachten. De bazin glimlacht breed en knipoogt naar me terwijl ik het bureau verlaat. Ik weet dat ze het goed meent maar voel ook wat weerzin; ze heeft duidelijk weeral enkele glazen op.
De volgende ochtend sta ik ruim op tijd in de Westlaan op de hoek met de Diksmuidsesteenweg, aan de slagerij waar we afgesproken hebben. Als de zilverkleurige Mercedes stopt, een kwartier te laat, loop ik snel naar het portier langs de passagierskant. De deur is gesloten, ik kijk in de wagen, Michel wijst achter zich.
Ik trek het achterportier open, stamp de sneeuw van mijn schoenen en stap in, terwijl de geur van leder me overweldigt. De muziek staat luid, het is een countrydeuntje waarin een honky tonk piano, een banjo en een viool een feestje bouwen waardoor ik niets kan of hoef te zeggen. Ik zwaai dus eventjes kort ter begroeting, hij knikt in zijn achteruitkijkspiegel en draait de rijbaan op. Ik schuif naar het midden vanwaar ik het beste uitzicht heb en probeer me verder zo weinig mogelijk te bewegen. Het voelt een beetje alsof ik een privé chauffeur heb.
De warmte in de wagen doet deugd, ik herken de muziek vaag, pijnig mijn hoofd maar kan het deuntje niet thuiswijzen. Het geluidsniveau zakt en het nummer loopt ten einde maar de stilte krijgt amper een kans, pianoklanken vallen klaterend uit de speakers en nu herken ik de muziek meteen, het is het begin van 'Piano Man' van Billy Joel uit de gelijknamige langspeelplaat. Johan, de boerenzoon, heeft deze plaat nog voor me op een bandje gezet. Joel teisterde die dagen de radio met 'Goodnight Saigon'.
'Opgeblazen, heroïsche bullshit,' zei Johan, 'typisch Amerikaans. Het succes is hem naar het hoofd gestegen. Maar luister hier eens naar.' Tijdens zijn betoog had hij een kartonnen hoes uit de platenkast gevist, schoof daar de binnenhoes uit en haalde met zijn linkerhand - de duim op de zijkant en de wijsvinger onderaan op het label - een vinylplaat tevoorschijn die hij daarna tussen beide handen klemde en zo voorzichtig over het pinnetje in het midden van de draaitafel liet zakken. Met een stofborsteltje ging hij nog eens van rechts naar links over het glanzende zwarte vinyl en mikte de naald toen nauwkeurig op een welbepaalde binnengroef. Vijf en een halve minuut werd er geen woord gezegd.
Ook de rest van de plaat was volgens Johan zeer de moeite.
Ik laat mijn hoofd traag zakken tussen de twee hoofdsteunen, waarachter de luidsprekers zich bevinden.
Een walsend mondharmonicaatje dringt de piano naar de achtergrond en ik sluit de ogen. Ik heb de cassette al vaak afgespeeld maar door het fantastische geluid van deze luidsprekers die zich aan beide kanten van mijn hoofd bevinden, lijkt het alsof ik het nummer nu pas echt hoor; er is niets dat me ontgaat terwijl ik wacht op die troostende, melancholische stem.
'It's nine o'clock on a Saturday, the regular crowd shuffles in. There's an old man sittin' next to me, makin' love to his tonic and gin'.
Johan vertelde me op een keer dat Billy Joel de nummers voor deze plaat schreef toen hij de kost verdiende als pianist in een bar nadat zijn eerste plaat grotendeels geflopt was. Nu kan ik hem ook echt zien zitten, in dat beige kostuum achter een donkere, glanzende vleugelpiano.
Zonder een beweging te maken wentel ik me in het klanktapijt en wens dat dit moment nooit voorbijgaat. Als ik de ogen open, zie ik de lichten aan de kruising van de Meensesteenweg met de Rijksweg nog net naar groen verspringen waardoor we gewoon verder kunnen rijden.
'He says "Bill, I believe this is killing me", as a smile ran away from his face. "Well, I'm sure that I could be a movie star, if I could get out of this place".'
Ik kijk naar Michel die, beide handen op het stuur, al zijn concentratie nodig heeft. De wagen glijdt zachtjes door de sneeuw en we naderen Beitem.
Het is dinsdagochtend, straks sta ik in mijn grijze overall onder de witte daglichten aan de oude puntlasmachine. Johny, die de schaar bedient, zal met een lederen schort en lederen handschoenen - alles donker van het vet en goed passend bij zijn lange, zwarte baard - gigantische metalen platen in stukken snijden. Waar Rik gaten in, en hoeken uit zal stampen, de betonnen ondergrond davert ervan. Zodat Danny, met z'n immer blozende wangen, ze tot deuren kan plooien waar ik de hele dag lang in ieder exemplaar een brug moet lassen ter versteviging, zodat ze hun model behouden. Ze dienen voor dossierkasten.
Samen zorgen al deze machines voor een metalen geluidsmuur, een regelrechte aanval op onze oren en pas als alles stilvalt omdat de sirene door de fabriek weerklinkt, het sein dat het avond is en we naar huis mogen, hoor je dat er ergens op de achtergrond muziek speelt.
'And the piano, it sounds like a carnival! And the microphone smells like a beer… And they sit at the bar and put bread in my jar, and say "man, what are you doin' here?!"'
Het klinkt als een bacchanaal, Joel die als de vlieg op de muur toekijkt hoe iedereen dronken wordt terwijl het gevoel hem bekruipt dat het leven aan hem voorbij trekt, 'Oh, la, la-la, di-di-da… La-la di-di-da da-dum…'
De bijna tastbare ontgoocheling in die stem, zelfs de klanten beklagen hem.
'Sings us the song, you're the piano man. Sing us a song tonight. Well, we're all in the mood for a melody, and you've got us feelin' alright…'
De piano begeleidt de harmonica naar de uitgang terwijl de Mercedes de maagdelijk witte parking oprijdt. Ik neem mijn rugzak, stap uit in een dikke laag sneeuw terwijl de slotakkoorden weerklinken en het portier dicht valt, en zwaai nog even naar Michel die alweer verder rijdt. Ik haast me door de sneeuw de kleedkamer in.
'En?', vraagt Daniël die zich staat om te kleden.
'Fantastische luidsprekers!' zeg ik enthousiast en hij knikt, hier niet in het minst door verrast.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten