woensdag 28 februari 2018

GOEIE TIJD

'Dag Chef!'
Ik moest even kijken naar de glimlachende, kolossale man voor ik hem herkende.
'Ismail uit Macedonië!'
Hij knikte triomfantelijk en knipoogde naar de vrouw die met hem meegekomen was. Het was ook niet gemakkelijk om hem te herkennen, hij was verbijsterend veel bijgekomen, om niet te zeggen dat hij nu bijna twee keer zo breed leek als toen hij hier nog werkte. Daarnaast hanteerde hij nu ook een wandelstok. Ik besefte plots dat ik moest stoppen met staren en ging verder met het prijzen van meubelen.
'Hoe gaat het Ismail?'
'Niet zo goed chef...' Hij wees naar zijn hoofd. 'Ik heb vorig jaar herseninfarct gehad. Het was heel erg. Ik lang ziek geweest. Niet gedacht dat ik weer ging rondlopen chef... Ismail bijna weg!' Hij hield zijn hoofd een beetje schuin en hij sloeg zijn ogen neer.
'Moeilijke tijd. Ik moet nog steeds opletten als ik stap want altijd duizelig.'
Zijn vrouw wenkte hem om naar iets te komen kijken.


Vroeger zat hij in ons kotje, een Kringloopwoord voor de ontvangstreceptie. Hij was er heer en meester, en had er zijn eigen bureau.
Je hebt van die mensen die hun werk doen en het daarbij houden. Meer moet je niet verwachten. Je zou het met wat goede wil bijna als een milde vorm van autisme kunnen beschouwen. Hij was zo iemand. Ook al betrof het een noodgeval, je kon hem onmogelijk naar een hogere versnelling schakelen. Maar het moet gezegd: wat hij afleverde was in orde.
Zelf was hij er eigenaardig genoeg van overtuigd dat hij de hele Kringloopwinkel op zijn brede schouders droeg. Hij deed hier alles, nou ja, op mijn werk na dan, maar ik vraag me wat dat betreft nog steeds af wat hij anderen vertelde.
Toen hij vertrok, hebben we dat bureau weggenomen.

Maar verder was het een beste kerel. Hij kwam 's morgens altijd goedgemutst binnen en hij was op het overdrevene af vriendelijk tegen de klanten. De eerste weken nadat hij zijn traject had afgerond werd er dan ook massaal naar hem gevraagd.

'En hoe gaat hier het chef?' De textielafdeling had zijn vrouw opgeslokt en hij liep verloren.
'Goed hoor, Ismail. Een beetje weinig medewerkers voor het ogenblik. Maar het lukt ons wel.'
Hij lachte.
'Weet je nog chef, toen ik in kotje zat?'
'Nauurlijk, dat is nog maar vier jaar geleden.'
'Toen had jij geen problemen chef, want ik was hier. Ik deed werk van minimum twee personen! Soms ook meer! Andere mensen niet veel werken, maar ik deed bijna alles. Weet je nog? Dat was goeie tijd voor jou chef!'
Hij bulderde van het lachen. Het geluid weerkaatste tussen de muren. Ik was die verpletterende lachbuien van hem helemaal vergeten. Of misschien had ik de herinnering eraan verdrongen.
Vertoeven in zijn voormalige werkplaats deed hem zichtbaar goed. Zijn gezondheidstoestand verbeterde met de minuut.
Nog even en hij was weer helemaal de oude.

Geen opmerkingen: